'Ik denk veel na, misschien te veel'

Met Wait For Me heeft Moby een introvert album gemaakt. „De relatie tussen artiest en luisteraar is kostbaar. Dat heb ik me lang niet gerealiseerd.”

Moby, Richard Melville Hall, gisteravond voor het concert in de Melkweg in Amsterdam. (Foto Andreas Terlaak) Dance en techno artiest Moby geportretteerd in Amsterdam. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Op het podium bestaat Moby uit twee personen. Eerst trekt hij een muur van geluid op, terwijl hij zijn gitaar mishandelt. Dat is de extraverte Moby. Daarna loopt hij naar de microfoon waar hij een onverstaanbaar „thank you” mompelt. Dat is de introverte Moby.

Gisteravond, Melkweg, Amsterdam. De Amerikaanse muzikant/producer Moby treedt op in de nieuwe Rabozaal. Het is, zegt hij, zo’n tien jaar geleden dat hij in Amsterdam speelde. Duizenden mensen joelen. Tien jaar is lang. Veel te lang.

In de muziekwereld is Moby verafgood en verguisd. Zijn album Play sloeg in 1999 in als een bom. Moby herdefinieerde de dance, verving kille staccato beats door warme, soulvolle elektronica. Daarmee veroverde hij de wereld; van Play gingen tien miljoen exemplaren over de toonbank.

Aan het einde van de vorige eeuw was Moby overal; op de radio en in de club, maar ook in kledingzaken en in reclames. Dat werd hem verweten. Moby zou commercieel zijn. Daarnaast wekten zijn levenstijl en uitgesproken opvattingen irritatie op – naast christen is hij ook veganist. Moby zou een over het paard getilde artiest zijn.

Maar in de kleedkamer van de Melkweg is daar weinig van te merken. Moby maakt zijn eigen koffie, zet zelf de ventilator aan. Hij is gekleed in een vale spijkerbroek en een verwassen Joy Division T-shirt. Dat heeft hij anderhalf uur later op het podium nog steeds aan.

Moby heeft wel geprobeerd het succes van Play te evenaren, met het album 18. Maar: „Hoe meer ik het succes probeerde na te jagen, hoe minder gelukkig ik werd.” Hij verloor zich ook in de aandacht. Op de middelbare school was hij een verlegen jongen, als succesvolle producer was hij te vinden op iedere rode loper. Hij dronk overmatig, gebruikte drugs. Maar ook daar gold: „Hoe meer ik daar aan mee deed, hoe ongelukkiger ik werd.”

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn nieuwe album, Wait For Me, introvert klinkt. Zweverige soundscapes worden gepaard aan dunne beats, liturgische hymnes en kerkkoren. Dat pakt niet altijd goed uit. Wait For Me klinkt vaak bedacht. Ook dat is niet verwonderlijk: de voormalige filosofiestudent denkt nu eenmaal veel na. „Soms te veel.”

Opmerkelijk is het religieuze geluid op Wait For Me. Al schuift Moby zelf bij het horen van het woord religieus ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer. „Ik blijf graag ver van de term religieus.” Liever omschrijft hij zijn huidige muziek als liturgisch. „Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in gospel, meer in het humane aspect van die muziek dan in het gelovige. Ik houd van de emotie in gospel.”

Tussen de rustige ambient-nummers valt Walk With Me op. Het is een eeuwenoud slavenlied. Op het podium van de Melkweg wordt het gebracht door een zwarte zangeres die over een enorme, maar weinig subtiele stem beschikt. Walk With Me heeft niets met zijn eigen religieuze opvattingen te maken, zegt Moby. „Ik vind het gewoon een prachtig, eenvoudig lied.”

Het is de definitie van Moby’s muziek, vindt hij zelf. „Ik houd van simpele muziek met een complexe basis. Mijn muziek klinkt simpel, maar er is ondertussen veel gaande.”

Meer nog dan door religie werd Moby’s nieuwe plaat geïnspireerd door de Amerikaanse regisseur David Lynch, bekend van de films Blue Velvet en Wild At Heart en de tv-serie Twin Peaks. „Ik werd geraakt door een uitspraak van David Lynch. Gevraagd naar de betekenis van creativiteit antwoordde hij: ‘Creativity is beautiful’.

„Die uitspraak bracht me terug naar de essentie van kunst. Jarenlang heb ik geprobeerd het iedereen naar de zin te maken: de platenmaatschappij, de radio, de critici, de luisteraars. David Lynch herinnerde me eraan dat een artiest zich alleen op kunst moet richten.”

Zo bezien ligt het voor de hand dat Moby zijn oude platenmaatschappij, EMI, aan de kant zette. „Mensen moeten naar muziek kunnen luisteren, maar de grote platenmaatschappijen houden dat tegen. Ze blokkeren de toegang tot muziek, op internet, op de radio. Ze proberen mensen die downloaden zich schuldig te laten voelen. Daar kan ik me niet in vinden. Mijn mooiste moment is als iemand naar mijn muziek luistert.”

„De relatie tussen artiest en luisteraar is heel kostbaar. Dat heb ik me te lang onvoldoende gerealiseerd.” Op het podium klinkt even later Walk With Me. Moby gaat op de rand van het podium zitten.

    • Yaël Vinckx