Exxon gaat investeren in olie uit algen

Het Amerikaanse energieconcern ExxonMobil investeert 600 miljoen dollar (425 miljoen euro) in de productie van biobrandstoffen uit algen. Het kiest daarmee dezelfde strategie als concurrent Shell.

Van de 600 miljoen dollar die ExxonMobil de komende zes jaar wil investeren, is de helft bedoeld voor het Californische bedrijf Synthetic Genomics. Dat is in handen van de befaamde wetenschapper Craig Venter. Venter heeft negen jaar geleden mede het erfelijk materiaal van de mens in kaart gebracht.

Samen met Synthetic Genomics wil ExxonMobil specifieke soorten algen selecteren, en eventueel genetisch modificeren, om binnen tien jaar op commerciële schaal plantaardige oliën te kunnen produceren. De oliën worden door de bestaande raffinaderijen van ExxonMobil verwerkt tot producten als benzine, diesel en chemicaliën. Bijkomend voordeel is dat algen naast zonlicht ook CO2 nodig hebben om te groeien, terwijl raffinaderijen juist veel CO2 uitstoten. ExxonMobil kan zo de uitstoot van het broeikasgas verlagen.

ExxonMobil laat weten voor deze koerswijziging te kiezen om in de toekomst te kunnen blijven voorzien in de wereldwijd groeiende behoefte aan transportbrandstoffen, wetende dat de voorraden aardolie uitgeput raken. Bovendien draagt de productie van biobrandstoffen uit algen bij aan het oplossen van het klimaatprobleem.

Eerder dit jaar liet ook Shell weten in te zetten op de productie van biobrandstoffen. Het Brits-Nederlandse bedrijf wil die niet via algen produceren, maar eerder door de bewerking van plantaardig afval en houtige gewassen.

Oliemaatschappijen geven de voorkeur aan biobrandstoffen boven bijvoorbeeld wind- en zonne-energie, omdat die het beste passen in het bestaande bedrijfsmodel waarbij olie eerst wordt geraffineerd en vervolgens gedistribueerd naar pompstations. Een ontwikkeling als de elektrische auto, waarvoor elektriciteit de transportbrandstof is, vormt voor oliemaatschappijen eerder een bedreiging.