Doe iets aan die regels

Oud-renner Cedric Vasseur werd in 2004 onterecht beschuldigd van dopegebruik.

Het motiveerde hem om voorzitter te worden van de vereniging voor wielerprofs.

Een fan roept vlak voor de start van de tiende etappe van de Tour om een handtekening. Foto AFP A fan shouts to ask the riders for an autograph on July 14, 2009 in Limoges before the start of the 193 km and teenth stage of the 2009 Tour de France cycling race run between Limoges and Issoudun. AFP PHOTO LIONEL BONAVENTURE AFP

Grappig toeval, lacht Cedric Vasseur, dat we hier in het Village Depart van de Ronde van Frankrijk uitgerekend zitten in een stand van sponsor Festina. „Juist door het dopingschandaal bij de Festinaploeg in de Tour van 1998 is de belangenvereniging voor profwielrenners opgericht”, zegt de Franse oud-renner, sinds 2007 voorzitter van de Cyclistes Professionnels Associés (CPA).

Wordt de stem van de renners gehoord in de Tour? „Onvoldoende”, geeft de 38-jarige Vasseur toe. „Organisatoren en ploegleiders zijn uitstekend georganiseerd. Wij vertegenwoordigen 865 profrenners die eerst naar hun eigen belang kijken. Maar iedere renner heeft tegenwoordig een laptop. De CPA houdt enquêtes en de respons wordt steeds groter. 70 procent van de renners bleek al voor de Tour tegen het verbod op de ‘oortjes’ [het in de rit van gisteren en aanstaande vrijdag verboden communicatiemiddel] te zijn. Alleen blijft het frustrerend dat niemand iets met onze mening doet.”

De afgelopen jaren was het volgens de in Hazebroeck, tegen de West-Vlaamse grens, geboren Nordiste (noorderling) niet anders. „De Tour stond in het teken van het grote gevecht tussen de organisatie (ASO) en de internationale wielerunie (UCI). De renners waren marionetten. Neem het dopingprobleem. Sinds het Festinaschandaal wordt dat eenzijdig afgewenteld op de renners. Ze gooien er steeds een paar in de prullenbak en gaan weer vrolijk verder. Daarmee los je niets op.”

Vasseur ontwikkelde zijn eigen visie op de dopingproblematiek in de praktijk. Als renner maakte hij in het tijdperk van het verboden wondermiddel epo vele hoogte- en dieptepunten mee. In het dorpje La Châtre, waar de Tourkaravaan gisteren passeerde, won hij elf jaar geleden een rit na een solo van liefst 147 kilometer. Hij veroverde de gele leiderstrui, waarin hij de vijf dagen daarna uitgroeide tot Franse volksheld. „Een soort kerstcadeau. Ooit had mijn vader Alain ook zo een rit gewonnen in de Tour. Alleen heb ik door alle stress nauwelijks bewust van mijn succes kunnen genieten. Dit is een bizar vak, weinig mensen realiseren zich dat. Pas toen ik in 2007 in Marseille weer een rit won, heb ik bewust genoten. De cirkel was rond en ik kon gerust stoppen.”

In de tussenliggende jaren was hij helper van onder anderen Lance Armstrong („zijn hekel aan verliezen is de basis van zijn succes”) en Tom Boonen. Maar zoals velen van zijn generatie raakte Vasseur in 2004 betrokken bij een dopingschandaal in zijn toenmalige ploeg Cofidis. Hij zou cocaïne hebben gebruikt. „Ik weet dus uit ervaring hoe zo’n beschuldiging voelt. Vanaf het eerste moment moet je in de verdediging, om je onschuld te bewijzen. Dat is mij na een jaar uiteindelijk gelukt, maar het heeft me veel geld en overwinningen gekost. Buiten het litteken dat altijd blijft. Het was voor mij een belangrijke motivatie om voorzitter van de CPA te worden.”

Tegen de stroom in probeert Vasseur enige nuance aan te brengen in de strijd tegen doping. „Begrijp me niet verkeerd, de CPA is tegen dopegebruik. Maar vaak wordt de gemakkelijkste oplossing gekozen. De renner is een bedrieger, hij moet worden gestraft, klaar. Iedereen heeft jaren geroepen dat het over een oude generatie renners ging. Die mannen moesten gaan. Maar er kwamen steeds nieuwe gevallen. Landis, Rasmussen, Ricco, Kohl, tot en met L’Hotellerie toe. Volop jonge renners. Dus is het niet uitsluitend te wijten aan een zogenaamd verdorven generatie wielrenners. Het gaat om het hele krachtenveld waarin dit probleem speelt. De regels, de controleurs, de politieke strijd.”

Als voorbeeld noemt hij Boonen, die betrapt werd op cocaïnegebruik buiten competitie en pas op het laatste moment van de rechter mocht starten in de Tour. „Tom heeft de zaak gewonnen, en daarmee is de organisatoren duidelijk gemaakt dat ze niet zomaar renners of teams kunnen uitsluiten. Maar hij kon alleen winnen dankzij juridische steun van zijn ploegleider Patrick Lefevere. Mijn vraag: had die hetzelfde gedaan als het een mindere renner betrof? Deze hele zaak had simpel voorkomen kunnen worden door duidelijke regels te stellen. Zeg gewoon dat cocaïne verboden is, dan ben je van dit probleem af.”

Nu laat de UCI volgens Vasseur juist ruimte voor willekeur. „Neem de test van Thomas Dekker [van wie vlak voor de Tour bekend werd dat hij op epo is betrapt] uit 2007, die nu opnieuw is bekeken. Kan dat zomaar? UCI-arts Zorzoli heeft een officieel papier getekend dat de bloedwaarden van Dekker in orde zijn. Nu zeggen ze ineens dat er afwijkingen waren. Ik ken de details niet, maar leid er wel uit af dat er iets mis is met de regels. Daardoor ontstaat ongelijkheid, en kunnen renners niet op een stabiele manier aan hun carrière werken. Op die manier vergroot je het dopingprobleem juist.”