De juridisch medewerker

Emile Hilkhuijsen (48) Studie: detailhandelvakschool (1974-1978); sociaal juridische dienstverlening, Hogeschool Utrecht (2002-2006) Werk: juridisch medewerker bij gemeente IJsselstein Woon-werk: twintig minuten fietsen Sport: anderhalf uur per week hardlopen Brutomaandsalaris: 3.418 euro per maand Secundaire arbeidsvoorwaarden: eindejaarsuitkering © Jorgen Krielen / IJsselstein, 26-06-2009 / Emile Hilkhuijsen Krielen, Jorgen

Wat houdt uw functie in?

„Ik behandel verzoeken om handhaving van de wet in de bouw, in het milieu en in de kinderopvang. In IJsselstein lopen toezichthouders rond. Als zij iets zien wat niet klopt melden ze dat. Dan bekijken wij of de bouw illegaal is. Als het niet gelegaliseerd kan worden, sturen we een aanschrijving dat het moet worden afgebroken, onder dreiging van een dwangsom. Daartegen kan weer bezwaar of beroep worden ingediend, dus ik zit ook geregeld in de rechtszaal. Veel meldingen komen van burgers zelf, als ze vinden dat hun buurman iets illegaals doet. We proberen het eerst zonder rechter op te lossen, maar soms zijn ze dat stadium al voorbij.”

Waarom besloot u om opnieuw een opleiding te doen?

„Ik werkte als jurist bij het UWV en ik wilde me verder kwalificeren. Mijn werkgever wilde dat betalen. Met sociaal juridische dienstverlening leer je ook de mensen achter het dossier kennen. Je gaat niet direct naar de rechtbank. Dat sprak me aan. Ik ben altijd bezig geweest om mezelf verder te ontwikkelen. Na de detailhandelschool deed ik volwassenenonderwijs, commerciële economie en vier jaar sociale wetgeving. Dus ik ben gewend om te studeren, naast mijn werk en gezin.”

Bent u nu uitgeleerd?

„Ik denk erover om nog een verkorte rechtenstudie te gaan doen. Dan moet ik eens kijken wat voor vrijstellingen ik bij de universiteit kan krijgen, want zes of zeven jaar studeren in deeltijd is te lang voor mij. Dan zoek ik een andere studie. Het zal wel binnen het bestuursrecht blijven, denk ik. Ik vind het belangrijk om mezelf steeds beter te kwalificeren en verder te blijven ontwikkelen.”

    • Leendert van der Valk