De Goelag begon onder Lenin

DSC01166.JPGOp de Solovjetski-eilanden in de Witte Zee bezocht ik onlangs het eerste concentratiekamp van de Sovjet-Unie. Ik was er heen gevaren met de boot, een mooie tocht van tweeënhalf uur. Maar met die toch was de idylle voorbij, want het kamp drong zich op het eiland op een beklemmende manier aan je op.

DSC01180.JPGHet Solovjetski-kamp heeft model heeft gestaan voor de hele Goelag. In 1921 werd het onder Lenin opgericht op het terrein van een vijftiende-eeuws klooster, waar tegenwoordig weer monniken wonen. Er zaten toen voornamelijk politieke gevangen, zoals mensjewieken, socialisten-revolutionairen, anarchisten. Maar ook edelen en leden van de bourgeoisie werden er geïnterneerd. Grootouders van enkele van mijn Russische vrienden zijn er bezweken. DSC01206.JPG

DSC01187.JPGVan een open gevangenis voor politieke tegenstanders veranderde het in de loop der jaren dankzij een ijverige ex-gevangene, Naftali Frenkel, in een gevreesd werkkamp, waar gevangenen op gruwelijke wijze door de OGPOe en NKVD zijn mishandeld en vermoord. Van de 100.000 geïnterneerden zijn er 40.000 omgekomen. In 1939 werd het kamp opgedoekt.

DSC01191.JPGDSC01199_1.JPGToen geruchten over de wantoestanden in het kamp naar buiten sijpelden, werd de schrijver Maksim Gorki er door Stalin met een officiële delegatie heen gestuurd om te rapporteren dat alles er geweldig was en de gevangenen uitstekend werden behandeld. Wel voerde hij, voor zijn eigen geweten, een gesprek onder vier ogen met een jongetje. Met een bleek gezicht keerde hij van dat gesprek terug, om er tegen zijn begeleiders met geen woord over te reppen. Blijkbaar had het ventje hem alles verteld. Voor straf werd de jongen enkele dagen later geëxecuteerd.

Toen ik die verhalen in de jaren tachtig las, raakte ik ervan overtuigd dat de misdaden van de bolsjewieken al onder Lenin begonnen, diezelfde Lenin van wie overal in Rusland standbeelden staan en naar wie nog altijd straten en pleinen zijn vernoemd. Alsof iedere stad in Duitsland nog een Hitlerplein zou hebben.

Een van de gevangenen op de Solovjetski-eilanden was de mensjewiek Boris Moisejevitsj Sapir (1902-1989). In 1919 werd hij lid van de mensjewiekenpartij en richtte hij de mensjewistische jeugdbeweging op. Tussen 1921 en 1925 werd hij herhaaldelijk gearresteerd en opgesloten, tussen 1923 en 1925 op Solovki. Op miraculeuze wijze is hij daar ontsnapt en naar Duitsland gevlucht om na het aan de macht komen van Hitler de benen te nemen naar Nederland en vervolgens naar Amerika. In 1967 keerde hij terug naar Nederland, waar hij tot op hoge leeftijd het Russische kabinet van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam leidde, waar ik hem regelmatig opzocht.

Meneer Sapir is een van degenen die mij als student op het pad van de Russische geschiedenis heeft gebracht. Als je met hem sprak kwam die geschiedenis tot leven en bevond je je in het roerige Petersburg van 1917. Ook kende hij tal van revolutionairen persoonlijk.

Over zijn verblijf op de Solovjetski-eilanden vertelde hij nooit iets. Blijkbaar was het te verschrikkelijk wat hij daar had gezien. En juist daardoor wilde ik er altijd al eens heen, wat nu is gebeurd.

DSC01210.JPGOndanks het mooie klooster en het woeste boslandschap voel je op de eilanden het gruwelijke verleden, natuurlijk ook doordat je er over gelezen en gehoord hebt en je ongeveer weet wat er is gebeurd. Maar toch. Vooral de Sekirnaja-berg had iets lugubers. Gevangenen werden daar van een hoge trap het ravijn ingegooid of moesten ‘s zomers naakt in de openlucht staan om zich te laten opeten door de muggen. Als ze zich daarbij bewogen kregen ze de kogel.

Meneer Sapir was een van de fatsoenlijkste, bescheidenste, humaanste en beschaafdste mensen die ik in mijn leven heb ontmoet. Hij droeg keurige driedelige pakken die hij tijdens de oorlog in New York had laten maken en die al eens gekeerd waren. Als je met hem door de gangen van het IISG liep, liet hij je altijd voorgaan. ,,Na u meneer Krielaars”, was het dan. Waarop ik antwoordde: ,,Na u, meneer Sapir”, waarop hij erop stond dat ik voorging en zei: ,,Nee, na u meneer Krielaars.” Door naar de Solovetski-eilanden te gaan heb ik  hem de eer willen bewijzen die hem toekomt.

    • Michel Krielaars