Bij Potter razen de hormonen in de mist

Dooddoeners van Heer Voldemort gaan tekeer op de magische Wegisweg in Londen Scene uit de film Harry Potter and the Half-Blood Prince (2009) Foto: Warner Bros. Warner Bros.

Harry Potter and the Half-blood Prince. Regie: David Yates. Met: Daniel Radcliffe, Michael Gambon, Jim Broadbent. Originele versie in 141 bioscopen, Nederlandse versie in 73 bioscopen.****

Na deel vijf in de Harry Potter-reeks had Warner Bros heugelijk nieuws. Met 4,5 miljard dollar (540 miljoen galjoen) had de kleine tovenaar meer geld voor zijn baasje verdiend dan James Bond in 22 en Star Wars in 6 films.

Een film als Harry Potter and The Half-blood Prince valt moeilijk als kunstwerk te waarderen; dat veronderstelt een auteur. Een Potterfilm lijkt eerder op een nieuwe versie van een succesvol, beproefd merk: Opel Kadett, iPod, Potter. De regisseur is een kapitein die een olietanker op koers houdt.

Harry Potter blijft ook in deel zes op koers. Ruim tweeënhalf uur duurt The Half-blood Prince; deel vijf was te korte en hectisch. Dikke boeken, lange films: zo hoort een Potter te zijn. Routinier Steve Kloves doet in zijn script recht aan dit qua toon moeilijke deel uit de Potter-boekenreeks. Buiten de muren van toverschool Zweinstein veroorzaakt de terugkeer van Voldemort, Heer van het Duister, namelijk algehele doem, nevel en beklemming. Maar binnen de muren is het gewoon een schooljaar en razen de hormonen. Hoofdpersonen Harry, Hermelien en Ron zijn niet langer bokkige pubers maar hitsige adolescenten: amoureuze verwikkelingen krijgen alle ruimte. De ene wil de ander. De ander wil de ene niet. Volgens geruchten stond die overdosis romantiek testkijkers tegen. Dat zou het spannende, maar overbodige moerasgevecht middenin de film verklaren, een gevecht dat het gezoen, geslijp en gebroei even moet onderbreken. En alle kalverliefde ten spijt vormt de opa-kleinzoon relatie tussen Perkamentus en Harry het hart van de film.

Deel zes is adolescentenkomedie en onheilsdrama ineen: liefde in de mist. Toch is de film redelijk toonvast. De Potter-reeks is een doorlopende coming of age-roman, waarbij de helden volgens regisseur David Yates in de fase van seks, drugs en rock-’n-roll zijn beland. Ook drugs ja, want wat te denken van Harry’s voorraadje Felix Felicis dat gebruikers tijdelijk succesvol, maar ook overmoedig maakt? Of het liefdeselixer waarvan Ron zo aanhankelijk wordt?

Het is net geen slikken en spuiten op Zweinstein, maar de toon is ruiger dan voorheen. Zwerkbal oogt als luchtrugby, men smijt bejaarden van de kantelen en schopt elkaar een bloedneus. De kindacteurs die al bijna tien jaar geleden werden gecast, moeten een breder scala aan emoties aanboren. Dat gaat ze redelijk, maar zelden voortreffelijk af. Zoals gebruikelijk stelen oudere Britse topacteurs de show: in elk Potterdeel draaft een nieuwe op. De beurt is nu aan Jim Broadbent als docent Slakhoorn, een laffe ijdeltuit die ‘interessante’ leerlingen verzamelt. Maar hij blijft een bijfiguur omdat de speurtocht van Harry en Perkamentus naar Voldemorts geheimen en de complotten van de dubieuze Severus Sneep en Draco Malfidus de aandacht opeisen.

David Yates, de vierde Potterregisseur, toont zich capabel om de reeks tot een goed eind te brengen: hij filmt nu de twee slotdelen. De betoverde wereld van Zweinstein werd begin deze eeuw in twee frisse, naïeve kinderfilms neergezet door de middelmatige komediesmid Chris Columbus, daarna zorgden de meer getalenteerde Afredo Cuáron en Mike Newell voor een troebele onderstroom waar Yates nu op voortborduurt. Hij wist ditmaal cameraman Bruno Delbonnel te strikken, verantwoordelijk voor de warme, intense uitstraling van films als Amélie. Over Potter legt Delbonnel een fineer van 19de-eeuwse romantiek, van Nacht und Nebel en haarscherp, majesteitelijke natuurgeweld.

Potterfilms zijn eerder afleveringen van een soap dan losse avonturen. We kennen nu alle hoeken en gaten van Zweinstein en treuren als heks Bellatrix de Grote Zaal in puin legt. De hoofdrolspelers zijn oude bekenden, we zagen ze opgroeien. Het pleit voor zijn zelfvertrouwen dat Yates The Half-blood Prince in mineur en zonder vuurwerk laat eindigen: in een soap is de dood van een geliefd hoofdpersoon al genoeg drama. Het maakt deel zes ook tot een tussendeel: de pionnen staan in beginpositie voor de grote finale.