Bewaren is macht

‘Cloud computing’, wordt het genoemd: een vorm van computergebruik waarbij de werkprogramma’s en gegevens niet langer op de harde schijf van de pc hoeven te staan, maar in een ‘wolk’ van andere computers via het internet worden beheerd. Daar, ergens op het web, bevinden zich de tekstverwerker, het e-mailprogramma, de spreadsheet en de presentatiesoftware, om de belangrijkste werkpaarden maar te noemen. Daar ook staan alle gegevens, de foto’s, teksten, e-mails en nog meer opgeslagen.

Deze verhuizing van intern naar extern computeren gaat snel. Het internetzoekbedrijf Google kondigde vorige week een pc-besturingssysteem aan dat hierop gebaseerd is. Dat is een rechtstreekse uitdaging aan het adres van Microsoft, dat met Windows een bijna-monopolie heeft op het besturingssysteem dat zich in de personal computer zelf bevindt. Ook het Office-pakket van Microsoft wordt vanuit de pc gebruikt.

In beginsel is de stap van Google goed nieuws. Microsoft beheerst sinds jaar en dag de markt voor personal computers en de belangrijkste software. Het concern is in het verleden al diverse malen door kartelautoriteiten op de vingers getikt wegens misbruik van zijn positie. Een rivaal is goed voor de markt en productinnovatie. Een open systeem, zoals Linux, is tot nu toe niet echt doorgedrongen. Concurrent Apple heeft Microsoft vaak aangespoord om te vernieuwen, maar is te klein om op de markt het verschil te maken. Google wel.

Begonnen als de hippe uitbater van een superieure zoekmachine is Google uitgegroeid tot een reus. Het bedrijf, dat een machtspositie heeft op het gebied van advertenties, expandeert snel: van e-mail tot tekstverwerking en spreadsheets op afstand, van een besturingssysteem voor mobiele telefoons tot de eigen webbrowser Chrome. Microsoft reageert daar op door zelf een uitgeklede versie van zijn Office-programma vrij te geven, die via internet kan worden bediend. De markt voor zeer kleine laptops, zogenoemde netbooks, die weinig aan boord hebben en vooral via internet werken, wordt een voornaam strijdperk. ‘Cloud computing’ is daarbij het sleutelwoord.

De vraag te midden van al dit technologische geweld is of de gebruiker wel veilig genoeg is. Op het eerste gezicht is de migratie van de computer naar internet gunstig. Een gebruiker van de gratis gmail-service van Google heeft bijvoorbeeld meer dan zeven gigabyte opslagcapaciteit ter beschikking.

Maar wat gebeurt er met al die informatie op het net? Google ging bedroevend snel door de knieën toen de Chinese autoriteiten om politieke redenen beperkende activiteiten in het webverkeer van het Amerikaanse concern eisten.

Natuurlijk, ze zeggen dat informatie vertrouwelijk is. Maar de burger zal in zijn verhouding tot internet toch moeten uitgaan van het volgende adagium: alles wat bewaard kan worden, zal bewaard worden, alles wat gebruikt kan worden, zal gebruikt worden. Misschien niet nu, misschien niet over een paar jaar. Maar wellicht ooit wel. Wantrouwen jegens Google is, naast sympathie, dus geboden.