Witte pagina's in Marokko uit protest tegen persbreidel

Marokkaanse bladen en kranten protesteren op het moment tegen juridische willekeur en beknotting die zij ervaren na kritische publicaties.

Lege, witte pagina’s waar het hoofdredactionele commentaar moet staan: een twintigtal kranten en weekbladen in Marokko protesteert dezer dagen tegen wat zij zien als willekeur en toenemende beknotting van de vrijheid van meningsuiting. Aanleiding vormen drie rechterlijke vonnissen waarbij onlangs hoge boetes werden opgelegd tegen drie dagbladen en een maandblad.

De grootste Arabischtalige krant, het populistische Al Massae en de dagbladen Al Ahdat al Maghribia en Al Jarida al Oula werden veroordeeld na een klacht van Libische zijde wegens beledigend beschouwde passages in artikelen over Gaddafi. Het Franstalige economische maandblad Économie & Entreprises kreeg de hoogste boete opgelegd wegens een kritische opmerking over de hoge prijzen van een product dat aan de man wordt gebracht door twee bedrijven die behoren tot de holding van de Marokkaanse koning Mohammed VI.

De veroordelingen worden gezien als een nieuwe ontwikkeling in de toenemende tegenwerking en juridische willekeur die de Marokkaanse pers ondervindt na kritische publicaties. In de vonnissen werden boetes opgelegd die opliepen tot 5,9 miljoen dirham (ruim een half miljoen euro). In praktijk dreigt hierdoor het faillissement van de betrokken bladen.

Volgens de Marokkaanse federatie van krantenuitgevers FMJE staan de vonnissen in geen enkele verhouding tot de bestaande juridische criteria. De rechtstaat staat hiermee volgens de FMJE onder druk. Er is daarbij sprake van een systematische actie vanuit de rechterlijke macht tegen de pers, aldus de federatie in een officiële verklaring, die waarschuwt voor „een reële achteruitgang van de verworvenheden van de laatste tien jaar”.

Het persprotest komt nu juist deze maand het tienjarig jubileum van Mohammed VI als staatshoofd wordt gevierd. Onder diens bewind kreeg de persvrijheid aanvankelijk een grote impuls en kregen onafhankelijke publicaties (niet verbonden aan politieke partijen of het bewind) aanzienlijke vrijheid. Daarbij werd het mogelijk om over onderwerpen te publiceren die tot dan toe taboe waren, zoals het koningshuis, de Westelijke Sahara, religie en seksualiteit.

Het betekende een belangrijke breuk met het beleid onder de vorige vorst Hassan II. In de jaren zeventig en tachtig waren de grenzen van de onderwerpen waar de pers over kon schrijven nauwgezet vastgelegd en konden de overtreders rekenen op gevangenisstraffen of verbanning.

Na de aanvankelijke liberalisering van de pers, legde de rechter de afgelopen jaren steeds vaker vonnissen op waarbij op willekeurige wijze de overtreding van de ‘rode lijnen’ van de persvrijheid werd geconstateerd. De journalist Ali Lmrabet kreeg in 2005 een publicatieverbod van tien jaar opgelegd wegens een opmerking over de status van vluchtelingen in de kampen van de onafhankelijkheidsbeweging Polisario. De onafhankelijke weekbladen Telquel en Le Journal kregen miljoenenboetes wegens belediging van politici en een Belgisch onderzoeksbureau.

De commentaren op de meest recente vonnissen spreken het vermoeden uit dat de rechters het spoor bijster zijn geraakt nu niet langer door machthebbers rond het hof wordt verordonneerd hoe een vonnis moet uitvallen. „De rechters denken dat ze doen wat er van hen verwacht wordt”, aldus hoofdredacteur Ahmed Benchemsi in Telquel, „het terroriseren van de uitgevers door bij het minste of geringste hun publicaties met een faillissement te bedreigen.”

De protesterende uitgevers en hoofdredacteuren roepen de regering op zo snel mogelijk het overleg over een nieuwe journalistieke code te hervatten. Dit werd twee jaar geleden stopgezet na aanhoudende onenigheid. Onderdeel van de nieuwe regeling betreft de instelling van een speciale kamer van de rechtbank die zich bezighoudt met overtredingen van de perswet en andere klachten aan het adres van publicaties.