Wat goed is komt snel. Zo ook Urbanus

Nick Urbanus debuteerde tijdens het World Port Tournament in de nationale honkbalploeg.

Hij komt uit een echte honkbalfamilie.

Als de speaker van het World Port Tournament op 2 juli het debuut van Nick Urbanus in het Nederlands team aankondigt, stelt die dat het om de zoon van honkballer Charles Urbanus gaat. De tweede honkman is not amused als in de zevende inning van het eerste groepsduel met Cuba deze informatie door de luidsprekers van het stadion in Rotterdam klinkt. Nick Urbanus werpt een boze blik naar boven. Ploeggenoten maken wegwerpgebaren naar de man met de microfoon. De zeventienjarige honkballer wil zijn eigen plan trekken. Van vergelijkingen met zijn succesvolle opa Han Urbanus en vader Charles Urbanus wil hij niets weten.

„Ik ben trots op wat zij hebben bereikt, maar ik heb mijn eigen carrière. Daar wil ik mee bezig zijn. Ik hoop dat de mensen dat begrijpen”, stelt Nick Urbanus in de lobby van het Rotterdamse spelershotel.

In de aanloop naar het World Port Tournament dienen tal van landelijke dagbladen en de NOS verzoeken in om een reportage te maken over de unieke honkbalfamilie Urbanus. Nick Urbanus wijst alle aanvragen categorisch van de hand. Charles Urbanus (54) begrijpt de wens van zijn zoon. „Nick wil dat de mensen hem als de honkballer zien en niet steeds als ‘de zoon of kleinzoon van’. Als hij dat zo wil, dan moet je dat respecteren”, zegt de 131-voudig international. „Neemt niet weg dat het verhaal rondom ons drieën natuurlijk prachtig is. Mijn vader kan gelukkig nog alles meemaken. Als Nick de tijd er rijp voor vindt, dan zullen we echt wel een keer naar buiten treden. We moeten gewoon nog wat geduld hebben.”

Als Nick Urbanus voor het eerst het oranje shirt van Nederland draagt, zit Han Urbanus als een trotse grootvader op de tribunes van het Rotterdamse stadion. De 82-jarige, die als werper van het Amsterdamse OVVO 24 seizoenen furore maakte, slaat tijdens het World Port Tournament geen wedstrijd van zijn kleinzoon over. Charles Urbanus ontbreekt uitgerekend op het moment dat Rod Delmonico een beroep doet op zijn zoon. „Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat hij die dag tegen Cuba al zou spelen. Wat Nick daarna op het toernooi heeft laten zien, is echt grandioos. Ik ben trots op hem”, zegt de oud-honkballer die van 1972 tot 1986 voor Nederland speelde.

„Wat goed is, komt snel”, zo oordeelt bondscoach Delmonico over Nick Urbanus. De honkballer richt zich aan het begin van 2009 nog op het tweede team van de Pirates. Op 9 april maakt hij in een Europa-Cupduel met het Spaanse Tenerife Marlins echter onverwachts snel zijn debuut in de hoofdmacht van de Amsterdamse club. „Dat was wel even spannend”, zegt Nick Urbanus terugkijkend. „Maar achteraf was ik eigenlijk veel zenuwachtiger dan nodig was. Honkbal blijft honkbal. Alleen gaat alles wat harder en sneller.”

Een week na zijn eerste internationale optreden laat Pirates-coach Rikkert Faneyte de tiener voor het eerst zijn opwachting maken in de Nederlandse hoofdklasse tegen Kinheim. Bondscoach Delmonico heeft Nick Urbanus echter al voor zijn competitiedebuut in de peiling als international. „Op aanraden van pitching-coach Jim Stoeckel, die als bondscoach in 1981 en 1982 Charles Urbanus onder zijn hoede had, zijn we hem een keer gaan bekijken in een wedstrijd voor het tweede team. Nick is zijn leeftijd ver vooruit. Hij is zonder meer het grootste talent van Nederland”, zegt de Amerikaan, die hem vervolgens uitnodigde mee te doen aan trainingen van Nederland. „Ik ben daarna nog een paar keer naar de Pirates gaan kijken, maar Nick speelde steeds maar niet. Ongelooflijk. But none of my business.”

Urbanus is oprecht verbaasd als de bondscoach hem met slechts vijf wedstrijden ervaring in de hoofdklasse ook daadwerkelijk selecteert voor het World Port Tournament. „Spelen voor het nationale team is natuurlijk een enorme eer”, stelt de international, die op een leeftijd van 17 jaar en 95 dagen voor het eerst aantreedt voor Nederland. „Dat ik nu voor Nederland speel, zie ik als een bevestiging dat ik goed bezig ben. Maar dat betekent niet dat ik klaar ben. Ik zal nu juist nog harder gaan werken.”

Het talent van de Amsterdam Pirates droomt van een profloopbaan in de Amerikaanse Major League. Nick Urbanus zal in de VS niet voortdurend worden geconfronteerd met verhalen over zijn opa en vader. Simpelweg omdat beiden nooit als prof op het hoogste niveau hebben gespeeld. Al heeft Han Urbanus in 1953 wel als eerste Nederlander een trainingsstage van drie maanden bij de New York Giants afgewerkt. „Mijn opa heeft me vaak vol trots het roster van de Giants laten zien met zijn naam erop”, stelt Nick Urbanus lachend.

Han Urbanus kreeg een Minor League-contract aangeboden van de Giants, maar wimpelde dat af. Charles Urbanus zou jaren later hetzelfde doen als de Kansas City Royals hem een verbintenis voorleggen. „Als je daar destijds voor koos, mocht je niet meer voor het Nederlands team uitkomen”, legt Charles Urbanus zijn beslissing uit. „De tijden zijn wat dat betreft veranderd. De Amerikaanse scouts komen nu ook naar Europa om talenten vast te leggen.”

Stoeckel is vol lof over Nick Urbanus. „Als scout van de Cincinnati Reds zag ik hem voor het eerst aan het werk in Jong Oranje als vijftienjarige jongen op een toernooi in Tsjechië”, stelt de huidige pitching-coach van Nederland. „Zijn vader Charles had naar mijn idee het vermogen om in de Major League te spelen. Maar ik denk dat Nick Urbanus die potentie ook heeft.”

Nick Urbanus heeft met zijn vader afgesproken dat hij in elk geval zijn mbo-opleiding marketing en communicatie aan het Johan Cruyff College afmaakt. Daarna mag hij zelf zijn toekomst bepalen. „Als ik mijn studie af heb, ben ik negentien. Ik kan kiezen voor een hbo-opleiding, een college of ik kan tekenen voor een proforganisatie. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat weinigen de Major League halen. Toch is dat mijn doel. Ik zou graag in de voetsporen treden van Roger Bernadina [Washington Nationals] en Rick van den Hurk [Florida Marlins].”.