Sloppenwijken op een ansichtkaart

Kunstenaars Dre Urhahn en Jeroen Koolhaas woonden een tijdje in Rio de Janeiro.

Ze besloten samen met de bevolking muren en trappen te gaan beschilderen.

Een woeste Japanse rivier met vissen, geschilderd op een betonnen trap (boven, deze foto) en een vliegerende jongen op de muren van drie huizen. Twee projecten van kunstenaars Koolhaas en Urhahn in Vila Cruzeiro, een van de gevaarlijkste sloppenwijken van Rio de Janeiro. Foto’s Haas & Hahn Mural painted in VIla Cruzeiro, a slum in Rio de Janeiro, Brazil by Duch painters Jeroen Koolhaas and Dre Urhahn. The artists came up with the idea of painting the cement staircase - installed to prevent landslides by the city government - after painting another mural in the slum. They originally wanted to paint the entire slum, but soon realized that would be too much. It has helped bring positive news to community known for the dangerous shootouts of police and drug gangs. (Australfoto/Douglas Engle) Douglas Engle/AustralFoto

Reclame voor een sloppenwijk; nergens is het zo hard nodig – sloppenwijken hebben slechte pr – en toch bestond het niet. Totdat kunstenaars Dre Urhahn en Jeroen Koolhaas in 2006 neerstreken in Vila Cruzeiro, een van de gewelddadigste favela’s van Rio de Janeiro.

In de zevenhonderd favela’s van Rio wonen miljoenen mensen in complete, zelfvoorzienende steden, maar illegaal. De huizen, van baksteen, golfplaat, sprokkelhout en een incidenteel verkeersbord zijn er hutjemutje en kriskras tegen de omringende bergen gebouwd. Ze bepalen voor een belangrijk deel het aanzien van Rio de Janeiro.

Met hulp van de plaatselijke bevolking maakten Koolhaas en Urhahn in 2006 in Vila Cruzeiro een wandschildering van 150 m², op drie aan elkaar grenzende panden. De schildering stelt een vliegerende jongen voor – naast voetbal is vliegeren er het belangrijkste tijdverdrijf voor de jeugd. Het initiatief kreeg veel positieve aandacht van plaatselijke en internationale pers. Urhahn en Koolhaas, als duo bekend als Haas & Hahn: „Als een sloppenbewoner opeens zijn buurman in de krant of op tv ziet, draagt dat bij aan een gevoel van trots.”

Het succes van het project vroeg om meer: vorig jaar toverden de kunstenaars een lange betonnen trap van ruim 2.000 m² om tot een spetterend kleurrijke, Japanse rivier, compleet met vissen. Rio Cruzeiro, doopten ze het werk. Nu was de betrokkenheid van de buurtbewoners, en de aandacht van de media, nóg groter. Hun volgende project, O Morro, waar ze eind dit jaar aan beginnen te werken, wordt een spectaculair slotstuk.

Dit keer willen de kunstenaars een megaschildering aanbrengen op een complete wijk, gelegen tegen een heuvel. Afhankelijk van de financiering gaan ze tussen de vijfhonderd en duizend huizen beschilderen. Het resultaat moet zo groots zijn, dat het vanaf het strand van Rio te zien is. „De favela’s op een ansichtkaart, dat is ons doel – letterlijk”, aldus Koolhaas en Urhahn. Beide kunstenaars schuiven aan in een Amsterdams café – in afwachting van nieuwe visa zijn ze een paar maanden in Nederland.

Koolhaas: „De wijken, met die huizen die zich als planten tegen de berg slingeren, en alsmaar verder uitbreiden, zijn net zo’n essentieel onderdeel van de stad als de Suikerbroodberg of het Christusbeeld. Sommige sloppenwijken monden helemaal uit in het centrum. En toch worden ze door de bewoners in de rijkere delen van de stad volledig genegeerd.”

Dat is niet zo vreemd; de wijken hebben niet voor niets een slecht imago. Drugsbendes maken er de dienst uit, politie en andere gezagsdragers hebben er geen enkele macht. In Vila Cruzeiro is de heersende bende Comando Vermelho in een grimmige, gewapende strijd verwikkeld met de plaatselijke politie. Regelmatig worden inwoners, ook kinderen, gedood door verdwaalde kogels. Jeroen Koolhaas: „Voor de laatste oorlog in Gaza was het in Vila Cruzeiro gevaarlijker dan daar: jongeren tussen de 18 en 25 hebben hier een grotere kans om gedood te worden. Het is een oorlogsgebied.”

Toch waren Koolhaas en Urhahn zo van de plek gecharmeerd dat ze nu al drie jaar min of meer vaste inwoner zijn. „Het is prachtig, fascinerend”, zegt Koolhaas. „Het zijn illegale plekken in de stad, ze vormen een soort zwarte gaten in het stadsdecor, dat is architectonisch interessant.” Urhahn: „En dan zijn er natuurlijk de inwoners. Miljoenen mensen, veelal afkomstig van het platteland, die enorm creatief en vindingrijk hun eigen stad aan het bouwen zijn. Ze leven in hele hechte, sociale structuren, dorps bijna. Ze identificeren zich niet met het geweld, maar zijn trots op hun wijk. De meesten willen nergens anders wonen – hoewel ze wel graag zouden zien dat er een einde komt aan het geweld.”

De kunstenaars belandden in 2005 in de wijk, toen ze er filmden voor de MTV-documentaire Firmeza Total, over de betekenis van hiphop voor de favelajeugd. Urhahn: „Toen zei een inwoner tegen ons: westerlingen komen hier altijd alleen om drugs te kopen of documentaires te maken.”

Urhahn en Koolhaas besloten hun kennis en talent voor ‘hun’ wijk in te zetten. Ontwikkelingshulp was voor hen onbekend gebied, maar ze hadden wel verstand van kunst en reclame, en een combinatie van die twee: Koolhaas illustreerde bijvoorbeeld al eens een catalogus voor Prada. Koolhaas: „We bedachten dat we met onze ervaring in reclame misschien wel de beeldvorming over de wijk een beetje konden beïnvloeden. We hadden niet de illusie de favela’s te kunnen vrijwaren van geweld. Maar op een kleinschalige, persoonlijke manier kun je de wereld best een beetje verbeteren. Klein beginnen kan veel effect hebben.”

Het pr-effect was grootschalig en internationaal. Naast zeven Braziliaanse kranten en de Braziliaanse Vogue, besteedden in de zomer van 2008 ook Fox News, CNN en Al-Jazeera aandacht aan de voltooiing van Rio Cruzeiro. Medewerkers van tv-station Globo betraden de wijk, voor het eerst sinds de gewelddadige dood van hun collega. „Wat eerst als no-go-area gold, daar komen geïnteresseerden nu naar kunst kijken”, constateert Koolhaas tevreden. Toen het werk af was, organiseerden de kunstenaars en hun medewerkers een groot feest, waar honderden buurtbewoners op af kwamen. „Ze hadden eindelijk iets in de wijk om trots op te zijn.”

Met het nieuwste project O Morro moet een complete wijk tot kunstwerk worden omgetoverd. Daarna willen Koolhaas en Urhahn hun project kopiëren naar andere landen en steden, die wel een beetje artistieke pr kunnen gebruiken. Recent gaven ze in Ecuador al een lezing over hun activiteiten.

De rivier in Rio is, bewust, een apolitieke afbeelding. „Te midden van al dat geweld wilden we gewoon iets moois maken.” Maar de vliegerende jongen was een belangrijk symbool; een hoopvol monument voor de plaatselijke jeugd. Urhahn: „Dat vliegeren is voor de kinderen hier dagelijkse praktijk. En opeens werd dat tot kunst verheven, werden zij een monument. Dat maakte ze natuurlijk waanzinnig trots. Er waren doorlopend discussies over wie het was, op die schildering.”

Inmiddels is Kid with Kite deels ontsierd door kogelgaten. Koolhaas: „Ja, dat is cynisch. Maar het is ook de realiteit. Het geweld is nog altijd onderdeel van het dagelijks leven. Er zijn hier echt vliegerende jongetjes van de daken geschoten.”

Om hun nieuwe project te financieren, zamelen Urhahn en Koolhaas geld in. Om deel te nemen aan het nieuwste project, kijk op favelapainting.com

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Reuzentattoo

Bij het artikel ‘Sloppenwijken op een ansichtkaart’ van dinsdag 14 juli (pagina 20) staat bij de foto van het kunstwerk de naam van de maker niet vermeld. De Japanse rivier met vissen, geschilderd op een betonnen trap in een sloppenwijk van Rio de Janeiro, is gemaakt door tatoeëerder Rob Admiraal.