Publiek staatsgeheim versus persvrijheid

De Italiaanse schrijver Umberto Eco getuigt in L’espresso van de aarzeling vermengd met scepsis die hem bevangt bij de verdediging van de persvrijheid. „Sta me toe dit uit te leggen: als iemand stelling moet nemen om de persvrijheid te verdedigen, betekent het dat de samenleving al danig in de versukkeling is. In democratieën die we als ‘sterk’ zouden omschrijven, is er geen noodzaak om de persvrijheid te verdedigen, want niemand zou er zelfs van dromen haar te beperken.”

Nu bij ons De Telegraaf zich gedwongen ziet naar de rechter te stappen omdat vier journalisten, onder wie de hoofdredacteur, zijn afgeluisterd en geschaduwd door de AIVD, die ook bij een huiszoeking journalistiek materiaal in beslag heeft laten nemen, bekruipt mij een soortgelijke moedeloosheid als Eco blijkbaar voelt in het land van Berlusconi. In wat voor land denkt de AIVD dat wij leven? In een land waar het staatsgeheim regeert? En hoe lang menen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten al dat zij de dienst uitmaken?

Een ex-AIVD’er en haar partner hadden een Telegraaf-journaliste geheime documenten toegespeeld. Het voornaamste nieuws dat zo naar buiten kwam, was dat de AIVD ten tijde van de besluitvorming over de oorlog in Irak (de politieke steun van Nederland aan de VS) uit buitenlandse inlichtingenrapporten had overgenomen dat Saddam Hoessein nog over chemische en biologische wapens beschikte.

Ik weet niet of er iemand in de veronderstelling heeft verkeerd dat de hoeders van onze nationale veiligheid hun wijsheid over Irak niet aan Amerikaanse en Britse bronnen ontleenden, maar zelf een kijkje zijn gaan nemen in Bagdad en omstreken, waar zij waarachtig chemische en biologische wapens ontwaarden. Te belachelijk voor woorden. Het was dus een „onthulling” van niks dat de informatie afkomstig was van Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten.

En dat de Nederlandse regering zegt dat zij vervolgens een „eigenstandige afweging” heeft gemaakt, staat hier volledig los van, dat is een kwestie die nu op het bordje ligt van de commissie-Davids, waar we mogelijk in november meer van vernemen. De Amerikaans-Britse informatie klopte niet en de betrokken diensten hebben de parlementen van hun eigen landen even hard misleid als zij de AIVD en daarmee de Nederlandse regering van onbetrouwbare informatie voorzagen. Maar wat is nu het staatsgevaarlijke karakter van de publicatie van dit feit in De Telegraaf ?

Is de veiligheid in gevaar als het publiek te weten komt dat de AIVD zijn oren laat hangen naar de CIA? Ach kom nou toch, dat is nog nooit anders geweest, algemeen bekend en door de officiële ambtelijke geschiedschrijver van de AIVD, Dick Engelen, onverbloemd bevestigd. De voorloper van de dienst, de BVD, is nota bene opgezet met Amerikaanse materiële en financiële steun, de samenwerking was zwak gezegd innig en de CIA toonde zich in de loop der jaren „zonder voorbehoud tevreden” over de BVD, aldus Engelen.

De toepassing van vergaande dwangmiddelen tegen journalisten van De Telegraaf heeft dan ook niets te maken met de publicatie van het feit dat de AIVD klakkeloos en oudergewoonte buitenlandse bronnen heeft overgenomen, maar met de kennelijk bestaande wanorde binnen de AIVD zelf. Deze dienst verwart blijkbaar het belang van de democratische rechtsorde met het veiligstellen van de eigen belangen. Om interne problemen te verdoezelen, wordt de staatsveiligheid erbij gesleept. Ambtelijke diensten hebben altijd de neiging het eigen apparaat, het eigen budget, de eigen bevoegdheden en macht als hoogste prioriteit te nemen en voor geheime diensten geldt dit waarschijnlijk in het bijzonder.

Veranderen zulke diensten? De CIA heeft zich afgelopen week verontschuldigd bij het Amerikaanse Congres voor alle misleiding over Irak. Misschien veranderen ze dus. De vraag is of de AIVD zich ooit heeft kunnen losmaken van de Koude Oorlogscultuur en de daarbij behorende mentaliteit dat het doel alle middelen heiligt. Toen de Koude Oorlog afliep, vocht de toenmalige BVD voor zijn positie. Honderden ambtenaren en duizenden medewerkers hadden hun carrière gebouwd op het bestrijden van revolutionaire spoken. Toen parlement en regering allang hadden besloten dat dit afgelopen moest zijn, bleef de BVD zich in de woorden van Engelen „opstellen als Koude Oorlogsdienst, ook op een terrein waar dat niet langer zinvol was”.

Je kunt alleen maar hopen dat de AIVD zich bij de bestrijding van het terrorisme – tegenwoordig de belangrijkste bestaansgrond – wezenlijk anders gedraagt dan de BVD deed tijdens de Koude Oorlog. Uit het zojuist verschenen boek van Mark Traa (De Russen komen! Nederland in de Koude Oorlog) blijkt dat grote ambtelijke staven zich verlustigden in de meest perverse fantasieën. Zo hield men zich onledig met het voornemen tot het „preventief liquideren van Nederlandse communisten”. Aanvankelijk stonden de namen van ongeveer achtduizend mensen (!) op geheime arrestatielijsten. Commissies bogen zich over de vraag of dezen in geval van revolutie of oorlog in kampen geïnterneerd of op schepen gezet moesten worden „voor een snelle evacuatie”. Tot 1987 werden zulke namenlijsten van ‘staatsgevaarlijke’ Nederlanders geactualiseerd. Dit deed de BVD eigenmachtig, aangezien volgens Engelen in 1982 de minister van Binnenlandse Zaken de dienst had opgedragen om de CPN niet anders te behandelen dan andere legale partijen, „omdat deze functioneerde binnen ons parlementair-democratisch kader”.

Ouwe koek, dit alles. Maar het punt is dat een geheime dienst zich niet uit eigenbelang mag verheffen boven de democratische rechtsorde, met inbegrip van de mensenrechten van degenen die als ‘staatsgevaarlijk’ worden aangemerkt. En met inbegrip van de persvrijheid. Als de AIVD vrijuit gaat in de zaak van De Telegraaf zijn de woorden van Umberto Eco over de versukkeling van de democratie ook op Nederland van toepassing.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)