Pensioenfondsen eisen geld terug

Vier pensioenfondsen dáchten zij een renderende belegging hadden. Maar het bleek een strop toen zakenbank Lehman vorig jaar bankroet ging. Wie draait op voor het verlies?

Enkele dagen na het plotselinge faillissement van de zakenbank Lehman op 15 september 2008 kwam bij de toezichthoudende Nederlandsche Bank de eerste onheilstijding binnen. Meer volgden.

De inhoud was opmerkelijk identiek. Middelgrote en kleinere Nederlandse pensioenfondsen meldden dat een deel van hun vermogen was meegezogen in het faillissement van Lehman. Zij konden niet meer bij hun geld. Dit kon uitdraaien op een extra strop bovenop de beleggingsverliezen die zij toch al moesten incasseren als gevolg van de beurspaniek die na het Lehman-debacle de financiële markten teisterde.

„De toezichthouder op ons pensioenfonds bij De Nederlandsche Bank was geschokt”, herinnert zich een manager van een gedupeerd pensioenfonds.

Het gaat om vier middelgrote en kleine pensioenfondsen. Zij lieten een deel van hun vermogen beleggen door State Street, een Amerikaanse gigant. In Nederland beheert State Street volgens cijfers van adviesbureau Bosch uit 2008 ongeveer 29 miljard euro. Dat gaf State Street een negende plaats op deze markt.

De vier klanten die zijn meegezogen in het Lehman-bankroet zijn het Pensioenfonds Medewerkers Apotheken (883 miljoen euro beleggingen), het pensioenfonds van medicijnengroothandel OPG (203 miljoen euro), het Nederlandse pensioenfonds van het Noorse chemische bedrijf Yara (263 miljoen euro), en het Nederlandse pensioenfonds van sigarettenfabrikant British American Tobacco (ongeveer 400 miljoen euro aan beleggingen).

Zij hadden los van elkaar geld gestoken in een beleggingsfonds van State Street dat zowel mikte op koersstijgingen als op koersdalingen, een zogeheten long/short-constructie. Toen Lehman over de kop ging, bleek dat het beleggingsfonds van State Street zijn complete effectenportefeuille als onderpand had geplaatst bij Lehman. Zulk onderpand is gebruikelijk in verband met effectentransacties die mikken op een koersdaling. „Maar daarvoor hoef je niet je hele effectenportefeuille in onderpand te geven”, foetert een gedupeerde pensioenfondsbeheerder.

Het onderpand van State Street was bij Lehman niet afgezonderd van haar overige bezittingen. Daardoor zitten de effecten nu vast in de afwikkeling van het faillissement. Dat kan jaren duren.

Twee van de vier pensioenfondsen, die van Yara Nederland en van OPG, zijn inmiddels een rechtszaak met een schadeclaim gestart in Boston, waar de hoofdkantoor van State Street staat.

Zij klagen dat State Street zonder hun medeweten hun beleggingen in onderpand heeft gegeven bij Lehman. State Street informeerde het pensioenfonds daar niet over, klaagt het Yara Pensioenfonds in zijn dagvaarding die in Boston bij de rechtbank is gedeponeerd. En State Street heeft de gelden niet zeker gesteld toen Lehman failliet dreigde te gaan.

In zijn dagvaarding bij de rechtbank in Boston zegt het OPG Pensioenfonds dat State Street juist beloofd had de beleggingen zelf te bewaren en dat het pensioenfonds op afroep binnen vijftien dagen aan zijn geld kon komen. Het pensioenfonds is extra ontevreden omdat State Street in de dagen voorafgaand aan het bankroet van Lehman, toen duidelijk werd dat de financiële positie van de zakenbank in hoog tempo afkalfde, geen adequate pogingen heeft gedaan om zijn effecten terug te krijgen.

Op 17 september 2008 meldde State Street in een brief aan het pensioenfonds dat de beleggingen volledig verstrikt waren geraakt in het faillissement van Lehman, zo zegt de dagvaarding. Noch State Street noch het pensioenfonds konden de beleggingen op afzienbare termijn terug krijgen. „Als dat ooit nog zal kunnen gebeuren”, oppert de dagvaarding.

De repercussies van het Lehman-debacle voor de pensioenfondsen deden zich rap voelen. Het Pensioenfonds Medewerkers Apotheken zag zijn financiële positie rap afbrokkelen, maar bleef een van de sterkste pensioenfondsen van Nederland. De verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, stond eind 2008 op 112 procent, terwijl meer dan de helft van de 600 pensioenfondsen toen onder het minimum van 105 was gezakt. Niettemin betaalt het fonds maar de helft uit van de reguliere prijscompensatie op de pensioenen. Het pensioenfonds van Yara Nederland kreeg vorig jaar extra geld van de werkgever.

Het meest zuur is de afloop voor het OPG Pensioenfonds. Het fonds had in een vroeg stadium de ontwrichtende gevolgen van een rentedaling geneutraliseerd. Toen de rente in het vierde kwartaal in de nasleep van het Lehman-bankroet inderdaad kelderde, had het fonds daarvan nauwelijks last. Maar door de Lehman-strop zakte de dekkingsgraad tot 93 procent, moest werkgever Mediq 5 miljoen euro bijstorten en zijn de pensioenen bevroren. Zegt een betrokkene: „En dan te bedenken dat het fonds zonder deze strop op een dekkingsgraad van 116 procent was uitgekomen.”

    • Menno Tamminga