Kunstacademie moet selecteren

Kunstacademies doen bijna niets aan selectie. Daarom studeren er te veel mensen af die weinig in hun mars hebben. Niemand is hierbij gebaat, meent Theo Baart.

Deze maand zijn 1.521 kunstenaars afgeleverd door de beeldende kunstopleidingen. „De moedigen die kozen voor de kunst”, schreef Dirk Limburg licht vertederd over de eindexamententoonstellingen (NRC Handelsblad, 3 juli). En dat klopt wel, vind ik. Je bent moedig als je voor de kunstacademie kiest. Mijn moeder sprak meteen haar zorg uit toen ik was toegelaten tot de Rietveld Academie: „Wat jammer nou, je kunt zo goed leren.”

Maar bij mij overheerst bij het lezen van dit aantal vooral de vrees dat een groot deel van deze mensen de verkeerde opleiding heeft gekozen en velen nooit gaan doen waarvoor ze zijn opgeleid. Velen zijn ten onrechte toegelaten en hebben niet het onderwijs gekregen waarop ze recht hebben.

Met de huidige hbo-wet worden academies ontmoedigd om hoge eisen stellen. Die wet bepaalt dat opleidingen per nieuwe student een vergoeding krijgen, en ook per afgestudeerde worden beloond. Het is dus aantrekkelijk om zoveel mogelijk studenten aan te nemen en ze snel te laten afstuderen. Er vindt nauwelijks selectie plaats in de vier jaar durende opleiding.

Wat dat betekent voor pas afgestudeerde kunstenaars blijkt wel uit de cijfers van het Fonds voor de Beeldende Kunsten. Driekwart van de aanvragen voor een startstipendium wordt afgewezen wegens gebrek aan kwaliteit.

Het enige moment waarop een kunstacademie nu kritisch naar haar studenten kan kijken, is bij de toelating. En dat moet een opleiding zich nog maar kunnen veroorloven. Alleen als er meer aanmeldingen zijn dan studieplaatsen, vindt die selectie plaats. Eenmaal binnen wordt een student naar het diploma gemasseerd.

Ik heb het zelf ervaren als gecommitteerde bij het eindexamen bij een kunstacademie. Toen ik wat brekebeentjes zag, zei het hoofd van de opleiding dat deze dan toch altijd nog een mooie algemeen vormende opleiding achter de rug hadden. Ja hoor, een fotografieopleiding als alternatief voor geschiedenis of Nederlandse taal- en letterkunde.

Daar staat die afgestudeerde dan: studiefinanciering opgemaakt en kansloos op de arbeidsmarkt Zijn enige optie is om in blessuretijd economie te gaan studeren. Kunstacademies houden zich namelijk, ondanks aansporingen van minister Plasterk, nog steeds te weinig bezig met de aansluiting op de kunstpraktijk. En waarom zouden ze? Ze worden er financieel niet op afgerekend.

Het echte probleem is dat er te veel kunstacademies zijn. Ieder provinciestadje meent tegenwoordig een kunstacademie te moeten hebben.

En hoe staat het met de kwaliteit van het onderwijs aan kunstacademies? Probleem is dat onderwijsprogramma’s en lesomschrijvingen een eigen leven leiden. Zelden wordt dit beleidsproza getoetst aan het gegeven onderwijs.

Het kunstonderwijs in Nederland kan zoveel beter. Allereerst moet het aantal inschrijvingen aan kunstacademies drastisch worden teruggebracht en moet er ook tijdens de opleiding selectie plaatsvinden. Alleen zo kunnen we de kwaliteit garanderen aan de studenten die kansrijk zijn.

Beloon opleidingen niet meer op basis van het aantal studenten dat zij aannemen en afleveren. Kies voor excellentie, en dus voor minder studenten. Dat betekent dat we ook minder opleidingen nodig zullen hebben. Concentreer die in de grote steden. Daar zijn de musea, galeries, kennisinstituten, netwerken en de fondsen.

Daarbij moet het onderwijs strenger worden getoetst. Kunstacademies opereren nu in een kritiekloze luwte, verscholen achter de brede rug van hogescholen.

Aan kunstinstellingen en kunstenaars stellen we hoge eisen. Dat zijn we verplicht aan de samenleving die betaalt. Daarom moeten kunstacademies ook streng worden beoordeeld. Zodat een eindexamententoonstelling van kanslozen ons voortaan bespaard blijft.

Theo Baart is fotograaf en was docent fotografie