In de Nigerdelta maken alle partijen vuile handen

Zowel corrupte bestuurders als militanten profiteren van de onrust in de olierijke Nigerdelta. De omstreden handel is niet zomaar te stoppen met amnestie.

Veel Nigerianen hebben geen goed woord voor ze over. „Het gaat allang niet meer om idealen, het is pure maffia die geld loopt te verdienen”, zegt Moses Ezegoye, afkomstig uit de Nigerdelta. Criminelen, schoften, vandalen. Zo worden de gewapende bendes genoemd die in naam van de strijd voor een eerlijker aandeel in de olie-inkomsten pijpleidingen opblazen en werknemers van oliebedrijven ontvoeren.

De onrust in de zuidelijke Nigerdelta, het hart van de omvangrijke Nigeriaanse olie-industrie, is hier bijna dagelijks voorpaginanieuws. Drie weken nadat president Umaru Yar’Adua een generaal pardon afkondigde voor militanten die hun wapens inleveren, gaat het debat onafgebroken door. Eindelijk heeft de trage baba-go-slow – de bijnaam van de in 2007 aan de macht gekomen Yar’Adua, die niet bekendstaat om het tempo van de beloofde hervormingen – een ferm besluit genomen, is de teneur. Nu nog zien of het ook resultaat gaat opleveren.

Vijf militieleiders hebben inmiddels gehoor gegeven aan de oproep de wapens in te leveren. De eerste was Solomon Ndigbara, bijnaam Osama bin Laden, die na het overhandigen van zijn kalasjni-kovs aan de politie plechtig verklaarde zich tot God te hebben bekeerd. Zijn snikkende vrouw bedankte de president voor „het beste besluit dat de regering tot nu toe heeft genomen”. Een andere militieleider heeft een riante villa betrokken. Maar de groep die tot dusver de meest verwoestende aanslagen op zijn naam heeft, de Beweging voor de Emancipatie van de Nigerdelta (MEND), gaat gewoon door met het opblazen van pijpleidingen.

MEND, dat de afgelopen weken het geweld opvoerde, viel gisternacht zelfs voor het eerst een olie-installatie aan buiten de delta, bij de commerciële hoofdstad Lagos. De beweging heeft aangekondigd door te gaan met de strijd, ondanks de vrijlating gisteren van militieleider Henry Okah, die het amnestieaanbod heeft geaccepteerd (zie inzet).

Olie is de kurk waar het reusachtige staatsapparaat van Nigeria op drijft. Door de aanslagen van de milities en een recent, grootschalig tegenoffensief van het regeringsleger is de olieproductie gekelderd. Shell, dat normaal gesproken meer dan 60 procent van de productie voor zijn rekening neemt, wordt het hardst getroffen. De lage olieprijs op de wereldmarkt zet bovendien het budget van de Nigeriaanse federale overheid verder onder druk. De regering heeft de salarissen van hogere ambtenaren verlaagd en de deelstaatregeringen moeten hun toelage voor nieuw meubilair inleveren. Verzoening in de Nigerdelta kan deze impact van de economische crisis verzachten.

Het is niet de eerste keer dat Nigeria een handreiking doet aan de milities. In 2004 kwam toenmalig president Olusegun Obasanjo al met een generaal pardon. Nadat één van de facties duizenden wapens had ingezameld, werd militiebaas Dokubo-Asari alsnog gearresteerd. De huidige amnestie volgt op een hardhandig offensief van het leger en is volgens goed ingevoerde bronnen bedoeld om de rust te herstellen. „De situatie is totaal uit de hand gelopen”, zegt een analist die niet met zijn naam in de krant wil. „De president probeert de grootste gangsters weer in het gelid te krijgen.”

Achter een wirwar van onafhankelijk van elkaar opererende bendes schuilt een netwerk van corrupte bestuurders en financiers die de gestolen olie het land uit smokkelen. De nieuwe koers van president Yar’Adua is mogelijk ingegeven door een wraakactie van het leger tegen de schatrijke militieleider Government Ekpemupolo, alias Tompolo, die eerder dit jaar een paar militairen gijzelde. Duizenden burgers sloegen op de vlucht toen het leger gevechtshelikopters inzette om Tompolo’s Kamp Vijf met de grond gelijk te maken. Tussen de vergulde standbeelden in het platgeschoten kitschpaleis lagen mogelijk bezwarende documenten, zegt de analist. „De milities zijn een schepping van de politieke klasse en bijna niemand wil dat de namen van de financiers naar buiten komen. Als je een amnestie afroept, blijft iedereen buiten schot. Het is de beste manier om gezichtsverlies te voorkomen.”

Maar de plundering van de Nigerdelta is een miljoenenhandel die zomaar niet opgerold kan worden met een amnestie. Wel zijn veel Nigerianen het er over eens dat regeringsgeweld in ieder geval niet helpt. Volgens schattingen ligt er in het gebied zeker twintig miljoen dollar per dag voor het oprapen. Meer drijfveren heb je niet nodig als je een dorpsjongen zonder uitzicht op werk bent. De duizend à tweeduizend dollar die de bivakmutsen verdienen met sabotage, diefstal en kidnapping gaan het maandsalaris van de militairen die zeggen hen te bestrijden ver te boven.

Het corrupte regeringsleger heeft ook vuile handen. „Binnen het leger circuleert de grap dat iedereen naar de Nigerdelta wil”, zegt de analist. „De amnestie is een rookgordijn dat verhult waar het allemaal echt om draait: geld, geld, geld. Dat is overal in Nigeria het probleem, in de Nigerdelta zie je het alleen in versterkte vorm. Er is geen pasklare oplossing voor, maar met duurzame sociale ontwikkeling zou je een heel eind kunnen komen.”

Sociale ontwikkeling in de delta is dan ook wat president Yar’Adua bij zijn aantreden beloofde. Onderdeel van de amnestieregeling is een rehabilitatieprogramma voor militanten die de strijd afzweren. Zij krijgen geen geld. In ruil voor inlevering van de wapens heeft de regering 300 miljoen dollar toegezegd voor ‘opleidingen’ en het bestrijden van werkloosheid. Hoe dat precies moet gaan gebeuren, is nog niet duidelijk.

Critici vragen zich af of de vage beloftes genoeg zijn om de militanten over te halen. Het programma is ondoordacht en veel te haastig in elkaar gezet, vinden ze. De bedoelingen van Yar’Adua zijn goed, werpt een adviseur van de Senaatsvoorzitter tegen. „De amnestie komt voort uit een oprechte behoefte om het conflict te beëindigen. Het probleem is dat het geld niet terecht zal komen bij de mensen voor wie het bedoeld is. We weten nu al dat de lokale politici het in eigen zak gaan steken.”