Als het regent, groeit de economie

De strategische ligging van Ethiopië maakt het land tot speelbal van de grootmachten. Permanent krijgt het voedselhulp van het Westen. Maar het is China dat profijt trekt van de investeringen.

Het regent weer eens niet in Ethiopië. Voor miljoenen inwoners op het platteland dreigt hongersnood. Voor de stadsbewoners stijgen de voedselprijzen. De drooggevallen dammen leveren onvoldoende stroom voor de industrie. De Ethiopische groeicijfers van de afgelopen jaren zijn indrukwekkend, maar, zo stelt het hoofd van een Ethiopisch economisch instituut, „we zijn nog veel te afhankelijk van primitieve landbouw. De economie groeit als het regent, niet dankzij hervormingen.”

Onder de in 1991 aan de macht gekomen premier Meles Zenawi ging de economie weer groeien. Maar de economie van het op een na volkrijkste land van Afrika ligt nog steeds ver achter bij andere Afrikaanse landen. Addis Abeba ontpopt zich van een archaïsche hoofdstad met paleizen van de keizer omringd dooralleen maar sloppen tot een moderne stad met grote nieuwe woonwijken en flatgebouwen waarachter arme buurten schuil gaan. Het armoedeniveau nam af van 46 procent in 1996 tot 39 procent in 2005. Andere landen die hervormingen doorvoeren, zoals Oeganda en Mozambique, slagen erin om vier keer sneller de armoede terug te dringen.

Ieder jaar zijn 9 miljoen inwoners ondervoed, of het nu regent of niet, zegt een Ethiopische voedseldeskundige, die anoniem wil blijven. Een westerse diplomaat: „Het Westen geeft permanent hulp, Ethiopië is één van de grootste ontvangers van voedsel ter wereld. Maar wij kunnen hier niet mee doorgaan, er moet een dynamische ontwikkeling van de landbouwsector komen.”

De politieke repressie onder Zenawi maakt gesprekspartners huiveren om zich met naam en toenaam uit te spreken. Bankiers, economen, journalisten, ontwikkelingswerkers, iedereen vreest de alom aanwezige veiligheidsagenten.

In 1984, het jaar van de grote hongersnood waarbij 1 miljoen mensen omkwamen, telde Ethiopië 33,5 miljoen inwoners, nu ruim 50 miljoen meer. Maar de afgelopen kwart eeuw is per hoofd van de bevolking de voedselproductie met eenderde geslonken.

De regering verleende de boeren kredieten, kunstmest en leenrecht voor hun akkers. Er verrezen vele schooltjes en klinieken. Maar er bestaat geen dynamische ontwikkeling van de landbouwsector, door slechte infrastructuur, ontbossing, hoge bevolkingsdichtheid en afwezigheid van verwerkende industrieën. Zelfs van het basisvoedsel teff ontstaan tekorten. „Wij kunnen ons nog slechts twee maaltijden per dag veroorloven”, vertelt een ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De regerende partij, het Ethiopische Democratische Volksfront (EPRDF), komt voort uit een guerrilla onder de boerenbevolking. De heersers zijn hun afkomst niet vergeten. „De overheid trekt veel geld uit voor landbouw, onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Maar tegen welke prijs?”, zegt een bankier van een private bank. „Meles heeft de verhoudingen uit het oog verloren. Het kind van de rekening is de private sector; die wordt de nek omgedraaid.”

Het EPRDF noemde zich ooit een marxistische beweging. Wat rest van de ideologie is de drang zo veel mogelijk te controleren. Een staatsbedrijf nam onlangs de koffiehandel, het belangrijkste exportproduct, over van privéhandelaren. Driekwart van de 1,2 miljard euro aan leningen van de banksector vorig jaar ging naar staatsbedrijven. De privé-investeringen namen de afgelopen vijf jaar af. De meeste groei heeft plaats in de staatssector.

Ethiopië vormt met zijn centraal gedirigeerde economie een uitzondering op het continent. De staat beheert de luchtvaartmaatschappij, de telecommunicatie, de elektriciteitsvoorziening, de scheepvaart, het merendeel van de banksector, de verzekeringsmaatschappijen en het bouwt woonwijken, sectoren die in andere Afrikaanse landen al lang in privéhanden zijn overgegaan. Er opereren slechts tien kleine privébanken, die geen buitenlands kapitaal mogen bezitten. „De rente heeft geen relatie tot de markt”, kritiseert de bankier, „privébanken mogen sinds kort geen geld meer uitlenen en de koers van de munteenheid, de birr, wordt kunstmatig hoog gehouden”.

De staat beheert ook het enige toegestane mobiele telefoonbedrijf. Bij de onlusten in 2005 over omstreden verkiezingen schakelden de autoriteiten de sms-service uit om contact tussen de betogers te voorkomen. Het netwerk is doorgaans overbezet. „Chinese bedrijven hebben nu toestemming gekregen ter waarde van 1,5 miljard dollar hun goedkope sofware uit te proberen”, vertelt een zakenman die werkzaam is in de telefonie. „Door gebrek aan concurrentie ligt Ethiopië achter bij de mobieletelefoonrevolutie in Afrika.”

Het EPRDF zit zelf dik in zaken en runt partijbedrijven. „De regeringspartij groeide uit tot een grote economische ondernemer”, kritiseert oppositieleider Beyene Petrus. Hij durft niet op zijn partijkantoor te praten en spreekt ergens af in een donkere ruimte . „De partij is actief in de import, export, in de textiel- en farmaceutische sector en bezit een vloot aan vrachtwagens. Haar bedrijven prijzen andere ondernemingen uit de markt. Zoals met kunstmest gebeurt. Alle boertjes ontvangen nu alleen nog kunstmest van het EPRDF-bedrijf.” Dergelijk door de staat en de partij gemonopoliseerd economische beleid zou elders in Afrika tot protesten en sancties van westerse landen en financiële instellingen leiden.

Premier Zenawi mijdt interviews met Ethiopische journalisten, maar staat in zijn kantoor wel buitenlandse correspondenten te woord. „Onze groeicijfers zijn hoger dan elders op het continent en daarom accepteren de donoren ons onorthodoxe economische beleid”, vertelt de premier. Ontwikkelingsdeskundigen twijfelen aan het officiële gemiddelde groeicijfer van 12 procent per jaar. „De regering berekende vorig jaar een toename van de landbouwsector met 18 procent”, zegt het hoofd van een grote westerse hulporganisatie. „Wij komen uit op 6 à 8 procent.”

Ethiopië krijgt van het Westen een speciale behandeling. Meles: „Er bestaat bijvoorbeeld een soort stilzwijgende overeenkomst voor meer dan tien jaar tussen ons en de Wereldbank. We zouden minder hulp krijgen, maar meer politieke ruimte. We hebben die ruimte goed gebruikt. Ongeveer 70 procent van onze begroting is voor investeringen om de armoede te verminderen. Elders op het continent ligt dat heel anders”.

De strategische ligging van Ethiopië heeft Meles tot bondgenoot van het Westen gemaakt. De begroting is voor eenderde van donoren afhankelijk. Het land ontvangt de meeste ontwikkelingshulp bezuiden de Sahara. Wereldbank, IMF en de Amerikaanse hulporganisatie USAID kwamen onlangs met honderden miljoenen dollars over de brug om nieuwe voedselvoorraden aan te leggen, een goede buffer voor de regering om sociale onrust te voorkomen. „De meetlat wordt voor Ethiopië altijd lager gelegd”, zegt de bankier schamper, „want dit land moet in een roerige regio stabiel blijven.”

Ethiopië staat door zijn lange historie en ligging al honderd jaar prominent op de radars van de grootmachten. Tegenwoordig gaat de wedijver tussen Amerika en China. Een Ethiopische hoogleraar beschrijft de stoelendans. „De Amerikanen overtuigen hun westerse bondgenoten om meer geld te geven, de Europeanen komen over de brug en betalen de rekening, waarna de Chinezen er het meeste profijt van trekken.”

„We blijken zeer concurrerend bij economische projecten”, zegt de Chinese ambassadeur in Ethiopië, Gu Xiaojie. „Wij bouwen in enkele maanden tijd in Addis Abeba wegen, 70 procent van alle wegen wordt door Chinese bedrijven gebouwd.” Er opereren honderd Chinese bedrijven in Ethiopië en China verstrekte volgens de ambassadeur al 3 tot 4 miljard dollar aan leningen, veel meer dan Amerika of Europa kan opbrengen.

Recente beloftes van westerse industrielanden voor juist meer hulp aan arme landen worden met een korrel zout genomen. De economische crisis dwingt het Westen tot bezuinigingen op hulp.

China en Ethiopië hebben elkaar gevonden in hun door de staat geregisseerde kapitalisme. Ze halen hun economische en politieke banden volgens de ambassadeur nauwer aan. „We hebben nog veel van elkaar te leren”, zegt Gu Xiaojie.

    • Koert Lindijer