Tourfavorieten sparen zich op Pyreneeëncols

De favorieten voor de eindzege in de Tour de France beperkten zich in de Pyreneeën tot aftasten. Beste Nederlander Laurens ten Dam (40ste) forceerde zich en kwam ten val.

Tarbes, 13 juli. - Een paar minuten na de finish fietste de uitgemergelde Laurens ten Dam gisteren met veel moeite over een grindpaadje tussen auto’s en menigte naar de ploegbus van Rabo. Bloed op beide ellebogen en de linkerknie, opengescheurd shirt, stof op het gezicht. Langzaam pratend gaf hij de eerste interviews. „Geradbraakt”, voelde hij zich.

De Raborenner had het woord nog niet uitgesproken, of links van hem fladderde Alberto Contador met soepele pedaaltred naar de Astanabus. Geen bloed of zweet bij de Spaanse topfavoriet voor de eindzege. Serene glimlach, smetteloos tenue.

Het ene moment aan de finish in Tarbes vertelde veel over de krachtsverhoudingen in de Pyreneeën. De Spanjaard Luis Leon Sanchez (zaterdag) en de Fransman Pierrick Fédrigo (gisteren) wonnen een rit, als sterksten van een vroege vluchtgroep. De Italiaan Rinaldo Nocentini behield tot de rustdag van vandaag de gele leiderstrui. De favorieten testten elkaar af en toe, maar omdat beide dagen na de cols nog een lang stuk op het vlakke volgde, veranderde er weinig in het algemeen klassement.

Saaie koers? „Een juniorenwedstrijd”, sneerde de Britse sprinter Mark Cavendish afgelopen week, toen de andere ploegen niet wilden meewerken om kopwerk te doen. Ook in de tweede Pyreneeënrit werd zaterdag gestart als bij de junioren. Direct volop demarrages, en niet van de minsten. Cadel Evans pakte snel meer dan een minuut in de lange klim van de Port d’Envalira. Andy Schleck en Bradley Wiggins sloegen een gat, waardoor de Astanaploeg van Contador en Lance Armstrong direct aan het werk moest.

„Ik was verrast dat Evans zo vroeg ging”, zei Astanaploegleider Johan Bruyneel. „Hij is een van onze gevaarlijkste concurrenten. Maar het was nog 150 kilometer naar de finish. Ik denk dat hij meer schade bij zichzelf heeft aangericht dan bij ons.”

Nadat alle favorieten waren ingerekend, versnelden de Luxemburgse broers Fränk en Andy Schleck nog eens op de laatste berg, de Col d’Agnes. Het sterke Astanablok gaf geen krimp. Toen het tempo later drastisch zakte, keerden veel gelosten terug. Maar er was flink geleden. „Een enorm zware dag”, zei de Britse routinier David Millar na afloop. „De klassementsrenners gingen gelijk vol aan. Dat is het hardste scenario dat je kunt hebben.”

Gisteren was het Armstrong zelf, die als eerste van de favorieten al na 24 kilometer even op jacht ging naar een groep vroege vluchters. Opnieuw bleek hooguit uit kleine details iets over de krachtsverhoudingen tussen de favorieten. Jens Voigt, een belangrijke helper van de broers Schleck, moest op de Tourmalet lossen uit de vroege vluchtgroep en oogde veel minder sterk dan toen hij vorig jaar op dezelfde col uitblonk.

Geleden werd er gisteren vooral door Laurens ten Dam, de beste Nederlander in de Tour. Zijn aanval op de Aspin resulteerde in een groepje dat in de achtervolging ging op de koplopers. In de laatste meters van de Tourmalet moest hij forceren. „Ik nam te veel risico en viel in de tweede bocht van de afdaling. Mijn voorwiel schoof weg over wat grind, ik viel en rolde tegen een rotsblok aan.”

Ten Dam stond op en deed in de slotfase nog een uiterste maar vergeefse poging om voor sprinter Oscar Freire het gat dicht te rijden. „Je probeert toch om een rit te winnen met de ploeg. Maar ik denk niet dat ik vanavond lekker slaap.”

Favorieten als Contador en Armstrong hoeven niet wakker te liggen. „We hebben onze ploeg kunnen sparen”, concludeerde Bruyneel rustig.