Spierbundel is nu ranke klimmer

Bradley Wiggins doet het tot zover goed in de Tour.

De Brit transformeerde van een zwaargebouwde baanwielrenner in een tengere klimmer.

Het peloton trekt door de Pyreneeën tijdens de negende etappe van de Tour de France, van Saint-Gaudens naar Tarbes. Foto Bas Czerwinski The pack climbs towards Aspin pass during the 9th stage of the Tour de France cycling race over 160.5 kilometers (100 miles) with start in Saint-Gaudens and finish in Tarbes, Pyrenees mountains, France, Sunday July 12, 2009. (AP Photo/Bas Czerwinski) Czerwinski, Bas

Veertig graden in de brandende zon, na weer een loodzware etappe door de Pyreneeën, maar de Britse renner Bradley Wiggins is fris genoeg om met een hoog stemmetje een imitatie weg te geven van Bernhard Kohl. Vinden sommigen zijn prestaties deze Tour net zo opvallend als die van de Oostenrijker, die in 2008 de bergtrui won en als derde eindigde voordat hij werd betrapt op gebruik van de epovariant cera? Lachend: „Damned, ik kan die Kohl niet eens nadoen!”

Wiggins (29) is een grootheid op de wielerbaan. Als eerste wielrenner in de geschiedenis won hij twee keer achtereen olympisch goud op de achtervolging (2004 en 2008). Hij voegde er in Peking goud op de ploegachtervolging aan toe, en had al eerder een keer zilver en twee keer brons behaald. Zesvoudig wereldkampioen bovendien, waarvan drie keer op de achtervolging. Hij werd in Gent geboren als zoon van de Australische ex-prof Gary, die in kleinere Belgische teams reed en begin 2008 overleed. Zelf is Wiggins prof sinds 2002, tot nu toe zonder grote heldendaden op de weg.

Dit weekeinde schitterde hij, net als afgelopen vrijdag op Arcalis, tussen de topklimmers van het Tourpeloton. In het algemeen klassement klom de Garmin-renner naar de vijfde plaats, op korte afstand van de favorieten Alberto Contador en Lance Armstrong. Hoe dat kan? „Ik weet zeker dat veel van de andere jongens denken dat ik on drugs ben. Ik ken deze sport, weet hoe dat gaat in het peloton. ‘Hoe kan die Wiggins ineens zo goed rijden, wat heeft die gedaan?’ Dat spijt me enorm, want het slaat nergens op. Ik heb hier keihard voor gewerkt. Ik ben geen Bernard Kohl, die glashard staat te liegen.”

Vlak na de finish van de achtste etappe in Saint-Girons geeft Wiggins („Ik verras mezelf ook dagelijks, amazing”) een heldere analyse van zijn opmerkelijke transformatie van baanrenner tot klimmer. „Sinds mijn afscheid van de baan, na de Spelen van Peking, heb ik zeven kilo aan gewicht verloren. Ik weeg nu 71 kilo en ben erin geslaagd mijn kracht te behouden. Ik ben naar Spanje verhuisd, naar Girona. Daar train ik veel in de bergen. Maar wat belangrijker is: ik heb daar mijn focus helemaal veranderd. De instelling waarmee ik zoveel jaar op de baan reed, perfectionistisch en zonder concessies, heb ik nu getransformeerd naar de weg.”

In de Ronde van Italië kreeg hij in mei een eerste bevestiging van zijn mogelijkheden. „Dat heb ik niet aan de grote klok gehangen, waarom zou ik mensen wakker maken? Maar ik voelde daar al dat ik goed uit de voeten kon in de bergen. In de slottijdrit werd ik op een seconde achter de winnaar tweede. Als het niet was gaan regenen had ik gewonnen. Vanaf dat moment had ik in mijn hoofd om in de Tour iedereen te verbazen.”

Ploegleider Matthew White, als wielrenner onder meer knecht van Armstrong, kende het plan van zijn baankampioen. „Iedereen is nu verbaasd dat Bradley zo goed kan klimmen. Ik vraag me af waarom. Hij is onbetwist de snelste man ter wereld over vier kilometer, heeft een enorme motor. In ons laboratorium bleek hij de sterkste man die we ooit hebben getest. Als je dan zeven kilo kunt kwijtraken, doen de wetten van de wetenschap de rest. Met zoveel gewicht minder ga je gewoon veel harder de berg op. Kijk naar die man. Alle extra spieren die hij nodig had voor de baan zijn verdwenen. Zijn vetpercentage is 2 tot 3 procent gedaald, zijn bovenlichaam bestaat alleen nog uit botten en vel.”

Bij de Rabobus toont Theo Bos, als gast in de Tour, grote bewondering voor zijn collega-wereldkampioen op de baan. „Ik vind het gaaf om te zien wat hij doet. Zo’n grootheid op de baan die zichzelf binnen een seizoen kan omturnen tot klimmer. Zelf heb ik acht kilo verloren sinds ik overstapte naar de weg. Ik weet hoe moeilijk het is. Ook je positie op de fiets maakt een groot verschil. Hij was gewend heel plat liggend zijn enorme vermogen te trappen. Nu moet hij bergop datzelfde vermogen leveren terwijl hij recht op de fiets zit of zelfs staat.”

Baanwielrenner Wiggins kent geen angst om zich bergop tussen de gevestigde orde te wringen. „Ik krijg met de dag meer moraal, voel me op m’n gemak tussen de grote jongens. Je moet gewoon zorgen dat je vooraan rijdt in de groep. Christian Vandevelde (kopman van Garmin) zegt het me ook steeds: je moet het zien als een constant gevecht met die andere gasten, alsof het een eindsprint is. Ook al zijn ze pissed, gewoon doorgaan.”

Heeft de florerende Britse wielersport na topsprinter Mark Cavendish (al twee ritzeges) nu ook een kanshebber voor het geel in Parijs? „Ik doe geen voorspellingen. Day by day, dat is mijn devies. Christian is nog steeds onze leider.”

In de deuropening zit ploeggenoot David Millar met ontbloot en ook al zo’n rammager bovenlijf te lachen. „Brad is ongelofelijk”, zegt de Britse routinier. „We hadden vooraf wel iets in ons hoofd, maar dit is geweldig om te zien. Als hij zo drie weken kan doorgaan, zullen mensen raar opkijken van zijn eindklassering.”

    • Maarten Scholten