Op North Sea Jazz komen alle contrasten tot elkaar

Drummer Roy Haynes (84) (Foto Andreas Terlaak) Legendarische drummer Roy Haynes gaf een optreden waar nog lang over nagepraat wordt op North Sea Jazz 2009. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

North Sea Jazz Festival. Gehoord: 11 en 12/7, Ahoy Rotterdam.****

North Sea Jazz was dit jaar het festival van de contrasten: van oost tegenover west in het Japanse jazzthema, van mainstream tegenover avant-gardistische eigenzinnigheid met huisgast John Zorn, van fris jazztalent tegenover van oude rotten. Er was opvallend veel muziek waarin alle stijlen heel vanzelfsprekend bij elkaar kwamen. Maar met name door de grote, voorspelbare popacts kwam het dat North Sea Jazz weer nagenoeg uitverkocht was. Tegen de 70.000 bezoekers vonden hun weg naar de vijftien podia in Ahoy.

De Japanse jazz, smaakmaker van dit festival, laveerde mooi alle kanten op. Van lichtvoetige clubjazz tot opmerkelijke impro-concerten: knap hoe Hiromi en Akiko Yano de tent op zijn kop zette met pittige pianoduellen, en ook de oude Satoh Masahik had puntige verkenningen.

Jazzwonder ontmoet klassiek wonder: het concert van pianist Herbie Hancock en pianoster Lang Lang deed aanvankelijk een beetje vrezen voor geforceerde beleefdheid. Frappant hoe Lang Lang zijn jazzcollega uitnodigde in zijn solostukken: „Dan ga ik wat spelen en dan mag je er best een beetje door heen pingelen.” Hancock kreeg op zijn beurt zijn Chinese collega wat uit het klassieke keurslijf met enkele vrije noten. Zelf imponeerde de jazzpianist met een prachtig creatieve solo-improvisatie op Dolphin Dance.

Onder de namen die de verwachtingen op prima wijze inlosten de ingetogen ster James Taylor, die een voor zijn doen stevige set neerzette dankzij uiterst effectief drumwerk van Steve Gadd. Maar het spel van drummer Roy Haynes (84), grondlegger van het moderne drummen, dwong van alle jazzlegendes dit weekeinde het meeste respect af. Wat een sierlijke variaties, beheersing en originele patronen, gebracht door een opmerkelijk jong, soepel lijf.

De 81-jarige Burt Bacharach was een van de weinige echt exclusieve festivalnamen. Hij sloeg echter door met een triviaal medleyfeestje van zoet dweperige evergreens. Zijn status als componist is groot, maar dat neemt niet weg dat de uitvoering met drie middelmatige zangers een tamme, belegen bedoening was.

Goed om daar eens iets afwijkends tegenover te stellen. Het onderdeel Jazz Rocks zat überhaupt boordevol dwarse hoekigheid. Van onnavolgbare elektrische gitaarwringsels in het trio Zorn, Laswell en Graves met onverwacht ook Bill Frisell tot de spinsels van Secret Chiefs 3 dat loeihard Zorn’s project Masada ten gehore bracht: een veelkleurig rockuniversum met traditionele joodse invloeden. Verfijnder ging het er aan toe bij de Italiaanse trompettist Paolo Fresu en de Amerikaanse pianist Uri Caine die ontroerden met sfeervolle duetten tussen piano en trompet, met een vurig improviserend strijkkwartet. De Israëlische Avishai Cohen maakte veel los. Zijn bas omhelsend, tastte hij naar de snaren, terwijl hij met Karen Malka bezwerende melodieën zong. Aurora was een van de meest gedurfde projecten van dit festival.