Obama biedt Ghanezen 'inspiratie'

Afrikanen moeten zelf hun continent ontwikkelen, zei president Obama in Ghana. Niet alle Ghanezen snappen dat. „Ze verwachten miljarden dollars.”

Akwaaba, ‘welkom thuis’, schreeuwt het van de talrijke uithangborden die de Amerikaanse president Barack Obama zaterdag in Ghana verwelkomen. „Laat Obama alle Afrikaanse landen komen besturen”, zegt Abraham Laeyea in de oude volkswijk Jamestown in de hoofdstad Accra. Een jongen urineert in het open riool en een oude vrouw bakt vis in een pan met olie. „Laat Obama iets aan de hoge werkloosheid onder jongeren doen”, roept de jongen. „Nee, laat hij onze kinderen medicijnen geven, ze sterven in het ziekenhuis”, wijst de vrouw naar een in de bagger spelend naakt jochie.

Nieuwe Amerikaanse beleidsplannen voor Afrika kondigt Obama niet aan in zijn rede voor Ghanese parlementsleden. Hij wil Afrika vooral psychologisch ondersteunen, door Afrikanen aan te moedigen om het heft in eigen hand te nemen. „Dit is een nieuw moment voor hoop”, zegt Obama tegen de enthousiaste, in traditionele kledij gestoken parlementariërs. „Om die hoop te realiseren is goed bestuur noodzakelijk en daaraan heeft het te lang en op te veel plaatsen ontbroken.”

Obama verkoos Ghana wegens het democratische systeem in dit land voor zijn eerste presidentiële bezoek aan Afrika en de van trots glimmende volksvertegenwoordigers onderbreken zijn rede herhaaldelijk met luid applaus. De bijeenkomst wordt opgesierd met plechtige Afrikaanse en Afro-Amerikaanse muziek, zoals het door een bekeerde Britse slavenhandelaar gecomponeerde Amazing grace. Een gigantische poster met „Yes, together we can” benadrukte de goede en emotionele stemming.

Obama zet een nieuwe toon voor de relaties met het continent: geen excuses meer. „Het is gemakkelijk om met beschuldigende vingers te wijzen”, zegt hij. „En het Westen heeft zich inderdaad in Afrika vaak als een baas gedragen in plaats van als een partner. Maar het Westen is niet verantwoordelijk voor de vernietiging van de economie van Zimbabwe of voor kinderen die als soldaten worden geronseld.” Obama prijst dappere Afrikaanse journalisten, klokkenluiders die corruptie onthullen en eerlijke rechters en politieagenten die machtsmisbruik bestrijden. „De geschiedenis zal deze moedige Afrikanen gelijk geven en niet degenen die staatsgrepen plegen of de grondwet wijzigen om aan de macht te blijven.”

Obama gebruikt herhaaldelijk zijn eigen Afrikaanse geschiedenis voor zijn boodschap dat de „gewone Afrikaan” zijn potentie moet kunnen waarmaken. Hij spreekt over zijn Keniaanse grootvader die een gerespecteerde stamoudste was maar die de Britse kolonialen een „boy” noemden. Hij refereert aan Martin Luther King die inspiratie kreeg van Ghana’s onafhankelijkheid in 1957.

Voorafgaand aan Obama’s rede, bij de ceremoniële opening van het parlement, klinkt het trombonegeschal van de Ghanees Mana Jesus en de Amerikaanse president vergelijkt hem met de zwarte Amerikaanse trompettist Louis Armstrong. Mana Jesus kan na afloop zijn geluk niet op: „Ik heb nog nooit zo’n krachtige rede in ons parlement gehoord, zelfs niet van Ghana’s eerste president Kwame Nkrumah.”

De voormalige Ghanese president John Kufuor zegt dat Obama’s rede „ons nieuwe energie geeft, zijn boodschap is een inspiratie voor de jongere generatie”.

Buiten op straat klinken ook andere geluiden. Kruidenier Mike vertelt dat veel Ghanezen de essentie van de boodschap van de Amerikaanse president nog niet begrijpen. „Ze verwachten meer hulp, ze verwachten miljarden dollars van een zwarte Amerikaanse president.”

Na zijn rede in Accra vliegt Obama naar een voormalig slavenfort in Cape Coast, aan de Ghanese kust. Met dit bezoek legt Obama een verband met het verleden van zijn vrouw Michelle, een nazaat van slaven. Het bezoek betekent een hoogtepunt voor Erieka Bennet van het Afrikaanse Forum voor de Diaspora in Ghana. „De ‘deur van geen terugkeer’ in het fort heet na Obama’s bezoek voortaan de ‘deur van terugkeer’”. Door deze en andere deuren van forten aan de Afrikaanse westkust werden in enkele eeuwen meer dan tien miljoen slaven naar het Amerikaanse continent afgevoerd. „Obama’s terugkeer belichaamt de hoop van onze voorvaderen”, aldus Bennet.

De enkele honderden zwarte Amerikanen die zich sinds Ghana’s onafhankelijkheid in 1957 in Ghana vestigden, worstelen met een geërodeerde identiteit. Janet Butler woont sinds veertien jaar in West-Afrika en staat in Accra aan het hoofd van een bedrijf in telecommunicatie. „De Ghanezen verwachten altijd van zwarte Amerikanen dat ze met zakken vol geld komen”, zegt ze teleurgesteld. „Ik vertrok niet uit Amerika om mijn wortels hier te vinden, maar om vrij te zijn van racisme. Ik zie dat aan mijn kinderen die hier opgroeien, ze hebben geen woede in zich. Net als Obama.”

    • Koert Lindijer