Kritiek van joden op afloop proces-Fofana

De afloop van het proces tegen de Franse bende die in 2006 een antisemitische moord pleegde op de 26-jarige telefoonverkoper Ilan Halimi, heeft tot protest geleid van joodse organisaties. Ze protesteren onder meer tegen te mild geachte celstraffen waartoe de rechtbank in Parijs vrijdag helpers van bendeleider Youssouf Fofana veroordeelde.

De Franse joodse organisatie CRIF wil een nieuw proces, ook omdat de rechtszaak de afgelopen twee maanden achter gesloten deuren plaatshad. Daardoor ging de „pedagogische waarde” ervan als waarschuwing tegen antisemitisme verloren, zei CRIF-voorzitter Richard Prasquier.

Halimi werd in februari 2006 stervende, met zware brandwonden, gevonden bij een spoorlijn nabij Parijs. De politie bleek al drie weken onderhandelingen te voeren met een bendeleider, Youssouf Fofana, die 450.000 euro losgeld eiste van de familie Halimi. Fofana veronderstelde dat Halimi’s joodse afkomst rijkdom inhield. Halimi bleek drie weken te hebben vastgezeten en te zijn mishandeld in een kelder in de Parijse voorstad Bagneux.

Het proces had achter gesloten deuren plaats omdat twee van de 26 verdachten in 2006 minderjarig waren. Af en toe kwamen berichten uit de rechtszaal naar buiten waaruit bleek dat Fofana zich bedreigend opstelde jegens de familie van het slachtoffer en de rechtbank. Daarbij liet hij zich in antisemitische zin uit. Hij bekende Halimi te hebben vermoord.

Fofana werd veroordeeld tot levenslang. Het meldpunt antisemitisme BNVCA protesteert met name tegen de straffen voor de helpers. De zes bewakers in de kelder kregen tussen de tien en vijftien jaar cel, en het meisje, dat Halimi verleidde tot een afspraakje waarbij hij werd ontvoerd, kreeg negen jaar. Door aftrek van voorarrest en standaard strafaftrek komen zij binnen twee jaar vrij. Het BNVCA acht dat een „betreurenswaardige boodschap voor de jeugd”.