Geluk: Ik heb de energie niet meer

Na een conflict met de eigen CDA-fractie is Leonard Geluk vorige week opgestapt.

De wethouder Jeugd en Onderwijs was daadkrachtig. Maar hij wekte ook wrevel.

Natuurlijk kent Leonard Geluk de privacybezwaren tegen het elektronisch kinddossier (EKD), waarin medische en persoonsgegevens van ieder Rotterdams kind moeten worden verzameld. Maar „het preventieve middel” is nodig, benadrukt de CDA’er die afgelopen donderdag afzwaaide als wethouder van Jeugd en Onderwijs.

Geluk (39) pareert de bezwaren: het EKD bevat dezelfde informatie als de huidige papieren dossiers, jeugdzorginstanties móéten beter samenwerken, en digitale registratie is slechts „één klein puzzelstuk” in verbetering van de jeugdzorg. Fel: „Ik begrijp de scepsis, zeker onder hoogopgeleide ouders. Maar het is kolder te stellen dat het verzamelen van zoveel mogelijk informatie doel op zich is. De brede dossiers worden slechts ingezet voor probleemgezinnen.”

Spreekt hier een wethouder die na vijftien jaar lokale politiek toe zegt te zijn aan een nieuwe uitdaging? „Ik ben tot de laatste dag betrokken, en was op thema’s als het EKD bereid tot het gaatje te gaan”, zegt Geluk, de vijfde Rotterdamse wethouder, die deze collegeperiode voortijdig afscheid neemt. Per 1 september wordt hij bestuursvoorzitter van het regionaal opleidingencentrum Midden Nederland (27.000 leerlingen).

Zijn vertrek is niet los te zien van de motie van wantrouwen die in maart tegen hem werd ingediend, nota bene door Geluks eigen CDA-fractie (drie zetels). De ‘Rotterdamse Zonnekoning’ zou „solistisch” opereren en onvoldoende het sociale gezicht van de partij over het voetlicht brengen. Het conflict werd in de kiem gesmoord, maar tot een vergelijk kwamen beide partijen niet. Ook al genoot hij veel steun, tot de landelijke CDA-kopstukken aan toe. „Ik was bereid tot Kerst te blijven, maar de teneur in de raad is: als je zegt dat je weg gaat, ben je weg. Dat begrijp ik. Wat ik niet begrijp, is de suggestie dat ik een paar maanden thuis had willen zitten, terend op wachtgeld.”

Zijn voortijdige afscheid duidt erop dat hij de machtsstrijd heeft verloren. „Als het doel was dat ik weg zou gaan, dan heeft de fractie inderdaad gewonnen. Maar daar gaat het niet om. Ik heb de energie niet meer om bij de verkiezingen op te treden als lijsttrekker. Bovendien had dat een verdeeld CDA kunnen opleveren. Voor de partij is het zo beter.”

Hij bestrijdt de stelling dat hij de ‘probleemstad’ Rotterdam in de steek laat. En toch: het EKD is nog niet ingevoerd, de stad telt nog vijftien zeer zwakke scholen. Geluk: „Het is de tragiek van de bestuurder: je weet dat je bestuurlijke leven eindig is. Dat is een hard gelag, zeker voor een controlfreak zoals ik. Maar het zij zo.”

Geluk, wethouder sinds 2004, stond te boek als een bestuurder die problemen voortvarend aanpakt. Dat was nodig ook, in de stad van de onderwijsachterstanden en het Maasmeisje Gessica, wier in stukken gesneden lichaam werd teruggevonden in de Nieuwe Maas. Als wethouder zorgde hij voor afnemende schooluitval, langere schooltijden voor achterstandsleerlingen, taallessen voor peuterleidsters, en het verdwijnen van coffeeshops nabij middelbare scholen. Andere plannen sneuvelden, zoals de wens om coffeeshops ook te weren bij basisscholen.

Hij was geliefd, zelfs bij oppositiepartij Leefbaar Rotterdam. Hij was degene die het CDA ‘smoel’ gaf in de havenstad. Maar hij overspeelde ook zijn hand, getuige de tegenstand vanuit zijn fractie. Geluk vindt niet dat hij te zelfverzekerd of arrogant heeft gehandeld. „Soms presenteer ik mijn aanpak van een probleem met een aansprekend voorbeeld. Dan noem ik bijvoorbeeld de drugstest voor scholieren, waarbij het doel is om drugsgebruik tegen te gaan. Niet iedereen doorziet dat.”

Zijn eigen tekortkoming? Te vaak moesten coalitiepartijen PvdA, CDA, GroenLinks en – tot dit voorjaar – VVD zijn plannen uit de krant vernemen, erkent Geluk. „Al werd de raad tegelijkertijd per brief geïnformeerd, achteraf had ik dan beter van tevoren een belletje kunnen plegen. Ja, ook naar de fractie. Maar de ophef ontstaat vaak doordat men reageert op beelden in plaats van de inhoud. In een krantenartikel van tweehonderd woorden verdwijnt de nuance weleens. Ik had gehoopt dat partijen daardoorheen konden prikken.”

Soms, zegt Geluk, waren „de ontstane beelden niet eens juist”. Zo zou hij na de dood van baby Talysa voorstander zijn geweest van verplichte anticonceptie voor ‘probleemmoeders’. „Ik ben daar juist zeer op tegen, omdat je dan zowel juridisch als ethisch op een glijdende schaal belandt. Het moet alleen geen taboeonderwerp zijn, al was het maar omdat coalitiepartij PvdA met een plan kwam.” De CDA-fractie had het heikele thema „liever wel tot taboe verklaard”, vermoedt hij.

Op de valreep kon Geluk nog een succesje claimen. De wethouder lag overhoop met de islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun, die volgens hem onvoldoende deed om het geconstateerde gebrek aan kwaliteit te verbeteren. Geluk adviseerde ouders per brief hun kind naar een andere school te sturen. De rechter floot hem terug, maar vorige week dinsdag besliste het gerechtshof dat de wethouder in zijn recht stond.

Geluk verlaat het CDA in Rotterdam op een moment dat de „brede volkspartij” onder druk staat. Ook „andere middenpartijen zoals VVD, GroenLinks en D66 krijgen het lastig in 2010”. Oorzaak: de polarisatie tussen de PvdA enerzijds en Leefbaar en de PVV anderzijds. Die twee laatste partijen zullen waarschijnlijk ook elkaar bevechten op de rechterflank. Geluk hoopt dat Leefbaar wint. „De PVV is voor Rotterdammers misschien the real thing qua rechts geluid, maar Leefbaar is een solide bestuurspartij gebleken. En Geert Wilders heeft een puur negatieve agenda.”

Geluk zou dan ook graag een coalitie tussen PvdA en Leefbaar zien, met CDA en VVD. „Rotterdam is niet gebaat bij nog meer tegenstellingen. Het blijft een leuke stad, met volop mogelijkheden.”

    • Derk Walters
    • Mark Hoogstad