Gaza is nog steeds één grote puinhoop

In Gaza is de oorlog al een half jaar afgelopen, maar nog niet voorbij. Door instorting vallen nog steeds doden.

De blokkade die Israël heeft afgekondigd, maakt de kans op wederopbouw onmogelijk.

Zo leeft de familie van Zayed Khader. Foto Guus Valk Valk, Guus

Zayed Khader (45) wijst naar de overkant van de straat. Net als zijn familie leefden de overburen op de ruïnes van wat eens een huis was. Een paar dagen geleden stortte de bouwval in de wijk Jabal al Rayes, ten noordoosten van Gaza-stad, in. Vier familieleden raakten bedolven onder het puin. Er viel één dode, de drie zwaargewonden zijn in levensgevaar. Tot vandaag maakt de Gaza-oorlog, die bijna een half jaar geleden is afgelopen, slachtoffers.

Khader is zelf bouwvakker geweest. „Het huis van de buren was tijdens de oorlog maar half ingestort. Er stonden nog een paar pilaren overeind, dat is gevaarlijk.” Hij legt zijn ene vlakke hand op de andere. „Ons huis is zo ingestort. Boem, boem. Drie verdiepingen, precies op elkaar. Dat is ons enige geluk. Als niets meer overeind staat, kan ook niets meer instorten.”

Jabal al Rayes ligt op loopafstand van Israël, vanaf zijn huis zijn Israëlische auto’s te zien. De wijk werd op de derde dag van het Israëlische grondoffensief in de Gazastrook, begin januari, bezet door het Israëlische leger. De familie wist voortijdig te ontkomen aan het geweld. Maar van Khaders zelf gebouwde huis is alleen een betonnen puinhoop over. In de verre omtrek is geen huis te zien dat nog wel overeind staat. In het omgewoelde zand zijn de sporen nog te zien van de Israëlische tanks.

Zayed Khader, zijn vrouw Tahani en hun zeven kinderen wonen nu op het dak. Khader, een grijzende man met baard, klimt de akelig instabiele trap van afvalhout op. Op de bovenste verdieping doet een met doeken afgezette ruimte dienst als woon- en slaapkamer. Het beton buigt gevaarlijk door, maar volgens Khader is het veilig genoeg om er te leven.

De kinderen hebben vakantie, de jongste zoon Mohammad (6) baddert verderop in een grote jacuzzi. Het bad is het enige luxeproduct dat de oorlog overleefd heeft. Het lag half onder het puin, maar kon worden gered. In een kleine tobbe verbouwt Tahani Khader tomaten en kruiden. „We hebben geen inkomen meer”, zegt ze. „We hadden een supermarktje aan huis, waar we van leefden. Het winkeltje ligt ergens onder het puin, net als onze bezittingen. Nu leven we van giften van familieleden.”

Duizenden huizen zijn in het drie weken durende offensief van het Israëlische leger in de Gazastrook verwoest, schreef het Internationale Rode Kruis vorige maand. Aan wederopbouw is Gaza na zes maanden nog steeds niet begonnen. Steden en wijken als Jabaliya, Zeitoun en Jabal al Rayes liggen er nog net zo bij als toen: een grote puinhoop.

De bewoners van die wijken leggen noodverbanden. Sommigen hebben een tent of een keet gekregen van een hulporganisatie, anderen zijn bij familieleden ingetrokken. De familie van Zayed Khader besloot te blijven. „Ik heb dit huis in 2002 zelf gebouwd”, zegt hij, terwijl hij trots over de bouwtekeningen wrijft. „Ik kan er geen afstand van doen. Hamas gaf ons vlak na de oorlog ruim 3.000 euro. Daar hebben we kleren van gekocht, een wastobbe, een tafel, dat soort dingen. Ik heb nog een verzoek ingediend om een caravan te krijgen. Maar ik heb sindsdien niets meer van Hamas gehoord.”

Drie jaar geleden won de islamitische beweging Hamas de Palestijnse parlementsverkiezingen. Een jaar later trok Hamas alle macht naar zich toe in de Gazastrook. Het concurrerende al-Fatah van president Mahmoud Abbas deed feitelijk hetzelfde in de Westelijke Jordaanoever. Sindsdien leven de anderhalf miljoen inwoners van de Gazastrook in volstrekt isolement. Israël sloot alle grenzen, het luchtruim en de toegang tot de Middellandse Zee. Zayed Khader verloor zijn baan als bouwvakker in Israël, hij zit nu vast in Gaza.

De Israëlische regering zegt door middel van een blokkade de macht van Hamas te willen breken. Alleen noodhulp komt sindsdien in beperkte voorraden binnen. Maar de goederen die volgens hulporganisaties nodig zijn om Gaza weer op te bouwen, laat Israël niet toe. Hamas zou de goederen kunnen gebruiken om er wapens van te maken, Kassam-raketten bijvoorbeeld.

De blokkade van Gaza maakt iedere kans op echte wederopbouw onmogelijk, schrijft het Rode Kruis in het eind juni verschenen rapport. De 5 miljard euro die na de oorlog door de internationale gemeenschap was beloofd, blijft onbereikbaar voor de bevolking van Gaza. En zelfs al zouden de grenzen morgen opengaan, dan nog zou de wederopbouw jaren duren. „De buurten in Gaza die het zwaarst zijn getroffen door de Israëlische aanvallen, zullen eruit blijven zien als het epicentrum van een grote aardbeving, tenzij er grote hoeveelheden cement, staal, en ander bouwmateriaal toegelaten worden.”

Dichtbij het ingestorte huis van de familie Khader klinken de geluiden van een geïmproviseerde openluchtfabriek. In de hete zon liggen duizenden stenen van donkerbruine klei te drogen. Mannen mengen met hun blote voeten in grote tonnen zand, gruis, water en hooi tot een dikke drab. De drab wordt op maat gesneden en tien dagen te drogen gelegd. „Ik ga niet wachten tot de grenzen een keer open gaan. Er zijn geen stenen meer, dus ik bouw met klei”, zegt directeur Maher al-Batroukh.

Verderop wordt zijn eerste gebouw gemaakt, een jeugdcentrum. De fundering is gelegd met oorlogspuin, dat ruim voorradig is in Gaza-stad. „Gevaarlijk? Nee hoor, dat ligt eraan. Als je goed bouwt, kan een huis van klei ook stabiel zijn. In Syrië staan huizen van klei die duizenden jaren oud zijn. En het is het enige materiaal dat we hebben.” Drie verdiepingen zal het jeugdcentrum straks tellen. Al-Batroukh wil met zijn uit de grond gestampte fabriek ook „een morele boodschap” aan de inwoners van de Gazastrook geven. „We moeten verder, op welke manier dan ook. Mensen zijn depressief, ze zeggen dat het allemaal geen zin meer heeft. Ik wil dat we ons niet laten kennen.”

    • Guus Valk