Een vrouw van vergezichten, dicht bij de kunstenaar

Een kwart eeuw werkzaam bij hetzelfde museum, en altijd in Los Angeles gebleven. Is dat loyaal of niet avontuurlijk? Ann Goldstein stapt nu over naar het Stedelijk Museum.

Ann Goldstein in de door haar samengestelde tentoonstelling A Minimal Future?, over het Amerikaanse minimalisme, die in 2004 plaatsvond in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles. (Foto Perry C. Riddle, LAT) "A Minimal Future? Art as Object 1958-1968", is the creation of senior curator Ann Goldstein, pictured, and the most ambitious project of her 20 year tenure at MOCA. The landmark exhibition explores the origins of Minimal art. The yellow, blue and red pieces are by John McCracken. The wall-mounted horizontal piece, at right, vacuum-formed Plexiglass, is by Craig Kauffman. "L" beams in the room at back is by Robert Morris. (Newscom TagID: latphotos014681) [Photo via Newscom] Los Angeles Times;Newscom

Eerst, zegt galeriehouder Hanna Schouwink, moet je begrijpen hoe de machtsverhouding ligt tussen een galerie in New York en een prominente instelling als het Museum of Contemporary Art in Los Angeles: de galerie wil dat haar kunst wordt aangekocht en geëxposeerd. En niet andersom.

Dus toen Ann Goldstein, een van de conservatoren bij dat MOCA, jaren geleden een fax naar de galerie stuurde, was Schouwink stomverbaasd. „Ze wilde alleen even kwijt dat wij zulk goed personeel hadden.” Gewoon, even aardig. Een bedankje. „Niemand die zoiets doet”, roept Schouwink van de bekende galerie David Zwirner uit. „Sterker: zij heeft geen enkele reden zo tegen ons te doen. Wij zouden eerder háár zo moeten benaderen.”

Twee weken geleden werd bekend dat Ann Goldstein (1957) in januari de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam wordt. De Amerikaanse, in Nederland voor velen een onbekende, is de eerste vrouw en ook de eerste buitenlander die Nederlands belangrijkste museum voor moderne en hedendaagse kunst gaat leiden.

Wie ook naar ervaringen of anekdotes gevraagd wordt, aan de stortvloed aan loftuitingen over de conservator van het MOCA lijkt in de beste Amerikaanse traditie van de hemel in prijzen geen einde te komen. Je kunt er een alfabet van maken. Zonder te overdrijven, een selectie van wat mensen over haar zeggen: Alert. Betrouwbaar. Bewonderenswaardig. Creatief. Charismatisch. Degelijk. Diplomatiek. Down to earth. Ego onder controle. Fantasievol. Genereus. Gedisciplineerd. Geestig. Gracieus. Grondig. Hartelijk. Loyaal. Lot uit de loterij. Een Mensch. Nieuwsgierig. Opmerkelijk. Open. Passievol. Professioneel. Rigoureus. Serieus. Toegankelijk. Toegewijd. Uniek. Verwonderingwekkend. Visueel ingesteld. Zorgvuldig.

Een perfect mens eigenlijk, dus? Op die vraag valt Susan Nimoy, MOCA-bestuurslid, even stil. Haar man Leonard werd beroemd als de acteur die met puntoren Spock speelde in Star Trek, en samen staan ze nu bekend als een filantropisch Hollywoodechtpaar, dat miljoenen geeft aan kunstinstellingen geeft. „Yeah...”, zegt ze, en ze laat een stilte vallen om er nog eens goed over na te denken. „Yeah... Ann really IS perfect.”

Maria Hlavajova, directeur van het Utrechtse kunstcentrum BAK en lid van de raad van toezicht van het Stedelijk, was „diep, diep onder de indruk” toen ze Goldstein tijdens de sollicitatieprocedure voor het eerst ontmoette. „Ze stak echt boven de rest uit. Ze praatte heel rustig, maar haar woorden bleven stuk voor stuk bij. Zo charismatisch, ik kreeg er kippenvel van.”

Het was een mooi gezicht, zegt Hlavajova, toen twee weken geleden bekendgemaakt werd dat Goldstein de nieuwe Stedelijk-directeur werd. „De ene helft van het publiek zag je denken: wie? En de andere helft, vooral museumconservatoren en kunstenaars, slaakte een zucht van verlichting: wow!”

Vakgenoten kennen Goldstein vooral als toegewijd tentoonstellingsmaker. „Ze heeft een uitstekende lijst van internationale tentoonstellingen op haar naam staan”, zegt Stedelijk-conservator Martijn van Nieuwenhuyzen. „Exposities die je achteraf gerust als baanbrekend mag omschrijven, zoals A Forest of Signs, waarin een ontwikkeling helemaal werd blootgelegd, met een goede theoretische basis en een prima catalogus. Exposities die, kortom, toetsstenen zijn geworden.”

Goldstein is een vrouw van vergezichten. Ze denkt na over de lange termijn. Als illustratie noemt de New Yorkse galeriehouder Schouwink de lijst van kunstenaars die Goldstein bijhoudt. Op die lijst – in haar hoofd – staat welke artiesten de komende jaren, de komende tien jaar, een expositie verdienen. In trends is ze absoluut niet geïnteresseerd. Connie Butler, vriendin en curator van het New Yorkse Whitney Museum: „Wie nu hot is, het doet haar niets.” Noem het degelijk. „Dat kan een tuttig woord zijn”, zegt Schouwink, „maar ze neemt haar baan gewoon ontzéttend serieus.”

Ze is iemand die langdurige samenwerkingen aangaat met kunstenaars, zegt ook Martijn van Nieuwenhuyzen. „Zo iemand past bij het profiel van het Stedelijk. Wim Beeren, Edy de Wilde en ook Gijs van Tuyl hadden die bijzondere band met kunstenaars. Je proeft uit haar praktijk dat Goldstein ook zo iemand is. En dat is goed, want het Stedelijk is niet gebaat bij een evenementenorganisator.”

Rudi Fuchs, een van de vroegere directeuren van het Stedelijk, is om die reden opgetogen over de benoeming van Goldstein. „Ze is een fantasievol en alert curator, die dicht bij de kunstenaars staat”, zegt hij. „Zoals het zou moeten.” Want de laatste zeven jaar, vindt Fuchs, is het museum de verkeerde kant op gestuurd. „Het moest op het Tate in Londen gaan lijken. Spectaculair, naar de top, nog meer bezoekers. Maar dat kan niet in Amsterdam, zoals je ook geen Hollywoodfilm kunt maken in Oslo. Het Stedelijk moet een alliantie aangaan met de avant-garde, daarin zijn we altijd goed geweest.” Met de benoeming van Goldstein heeft het museum die lijn weer opgezocht. Fuchs: „Een bevrijding.”

Ann Goldstein kwam in 1983 bij het toen nog geen vijf jaar oude MOCA binnen, als vrijwillig bibliotheekassistent. De bibliotheek ervan was destijds niet meer dan een paar planken met boeken. De oprichter van het museum voor hedendaagse kunst, de illustere Zweed Pontus Hulten, vroeg haar om tegen betaling ook de duizenden boeken in zijn persoonlijke bibliotheek te ordenen. En toen die klus geklaard was, regelde Hulten dat ze daarmee verder kon gaan in de bibliotheek van een vriend, de kunstenaar Sam Francis. Goldstein, destijds nog student schilderen, beeldhouwen en grafische kunsten aan de Universiteit van Californië in haar geboortestad Los Angeles, bedacht dat al die kunstboeken een uitstekend afstudeerproject zouden vormen.

Kunstenaar Lawrence Weiner herinnert zich nog goed hoe Goldstein begin jaren tachtig als klein meisje bij het MOCA binnenkwam: „Met grote ogen rondkijkend naar de grote kunstwereld, compleet overdonderd door wat ze zag.” Verlegen? „Nee, intelligent”, zegt Weiner. „Ze kan heel goed luisteren, en durft te vragen wanneer ze iets niet weet.”

Weiner en Goldstein werken nog steeds regelmatig samen, zoals onlangs aan Weiners rondreizende retrospectieve tentoonstelling As Far As the Eye Can See (2007). „Ik heb gisteren nog met haar gegeten”, vertelt Weiner vanuit zijn hotelkamer in Los Angeles. „Maar ze wilde niets loslaten over haar plannen met het Stedelijk. Dat is typisch Ann: oprecht, zonder geheime agenda. Ze wil eerst in Amsterdam kennisgemaakt hebben voor ze met inhoudelijke uitspraken komt.”

Dat Goldstein meer dan een kwart eeuw op dezelfde plek heeft gewerkt, eerst als assistent-conservator en uiteindelijk als senior curator, zien sommigen als ‘weinig avontuurlijk’. Weiner wuift die kritiek weg. „Het is juist een goed teken. Blijkbaar waren er geen schandalen en heeft ze haar werk goed gedaan.”

Ook Alexander Ribbink, voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk, vindt dat het ontbreken van ervaring als directeur haar niet „kwalijk genomen” mag worden. „Eens moet de eerste keer zijn. En echt, ik heb alle referenties grondig nagelopen. Er was gewoonweg niets negatiefs over haar te vinden.”

De voor Amerikanen ongebruikelijk lange tijd bij dezelfde werkgever kan ook als loyaliteit worden opgevat, vindt de Utrechtse museumdirecteur Maria Hlavajova. „In een wereld waarin ambitieuze kunstmensen voortdurend van de ene naar de andere baan hoppen, is die toewijding heel uniek. Ze dient het instituut en de kunst, niet zichzelf.”

Het MOCA is wel een ander soort instituut dan het Stedelijk. Nog geen 5 procent van het MOCA-budget is overheidssteun, en daarmee is het museum relatief vrij van stad, staat of zelfs landelijke politiek. De positie van het Stedelijk is ingewikkelder. De keuze voor de nieuwe directeur is bijvoorbeeld voorgelegd aan de Amsterdamse wethouder, collectie en gebouw (in verbouwing) zijn eigendom van de gemeente, en dezelfde lokale overheid is een onmisbare subsidieverstrekker.

„Dat complexe krachtenveld wordt een uitdaging voor haar”, verwacht Richard Koshalek, die van 1983 tot 1999 directeur was van het MOCA en nu het Hirshhorn Museum in Washington leidt. „Daar zal ze wel wat moeten leren.”

Ondanks Goldsteins zichtbare rol bij het MOCA heeft ze haar privéleven of zelfs maar persoonlijke opvattingen vakkundig afgeschermd. „Ze is een gesloten persoon”, zegt vriendin en collega Connie Butler. Om toelichting gevraagd, mailt Goldstein: „Mijn privéleven is privé.” En ze is niet van plan dat te veranderen.

Veel meer is er over haar niet bekend dan dat ze al jaren getrouwd is met de Amerikaanse fotograaf Christopher Williams. Hij vertrok afgelopen herfst naar Europa, om docent te worden aan de Kunstakademie in Düsseldorf. En dus bracht ook Goldstein de afgelopen maanden veel tijd in Europa door, in hun appartement in Keulen.

In Amerikaanse media zijn over Goldstein nauwelijks persoonlijke feiten te vinden. De schaarse keren dat ze iets blootgeeft, is in haar teksten. Zo schrijft ze in 1994 voor de catalogus van een tentoonstelling van Felix Gonzalez Torres over het art-decoappartementencomplex The Ravenswood in Hollywood, waar ze al jaren woont. Dat omschrijft ze als haar „thuis” en „het fundament van haar privéleven”. Ook de in 1996 aan aids overleden Gonzalez Torres verbleef er enkele maanden. „Een periode die niet alleen tot vriendschap leidde”, schrijft ze, „maar ook tot een uniek inzicht in Felix’ leven en werk.” En als het tijdschrift Artforum haar in 2007 vraagt op het jaar terug te blikken in de vorm van tien favoriete exposities, schrijft ze over een recente sculptuur van een mannequin die een paarse wielrenbroek draagt en op het achterhoofd een rubberen masker van Dick Cheney. „It still haunts me” – het spookt nog steeds door haar hoofd. Van de tien exposities die ze noemt, waren er overigens vijf in de VS en vijf in Europa.

Ook Schouwink, wier galerie later Goldsteins man ging vertegenwoordigen, kenschetst haar na een decennium samenwerken nog als „enigszins gereserveerd”. En roddelen is er al helemaal niet bij. Dat is nogal on-Amerikaans. „Hier vertellen ze je al snel wie de persoonlijke psychiater is.” Zoiets zou Goldstein nooit doen. Misschien ís de nieuwe directeur wel meer Europees dan Amerikaans, overpeinst de van oorsprong Nederlandse Schouwink.

De nieuwe museumdirecteur wíl helemaal niet het middelpunt van de aandacht zijn, zegt Schouwink. Aan tafel met twintig man zal ze nooit aan het hoofd gaan zitten en is ze op haar best als ze met twee disgenoten een gesprek voert. Hoe zal het haar dan straks vergaan in een prominente functie in een relatief klein land? Van de directeur van het Stedelijk wordt al snel een openbare rol verwacht. Bij wijze van antwoord verwijst galeriehouder Schouwink naar vorig jaar. Goldsteins directe baas, het hoofd van de curatorenafdeling, was een jaar met sabbatical. Goldstein verving hem, trok daarmee alle aandacht naar zich toe, deed dat „con gusto”.

Goldstein vervulde die rol tijdens misschien wel de moeilijkste periode die het MOCA tot nog toe meemaakte. Het museum had in 1999 een curator benoemd tot directeur en het gebrek aan bestuurservaring leidde ertoe dat er in zes van de laatste acht jaren verlies is geleden. Het beschikbare kapitaal liep van 43 miljoen dollar terug tot een pijnlijke 6 miljoen. De directeur moest weg, en de aanhoudende economische crisis blijft de kunstwereld ongenadig hard raken. De Californische filantroop Eli Broad houdt het museum sinds afgelopen december boven water met noodkredieten van 30 miljoen dollar.

Zelf zegt Goldstein dat ze „geraakt” is door de turbulente tijden in Los Angeles. Maar het zou niet de reden zijn geweest voor het eerst buiten Californië te gaan wonen.

Richard Koshalek, zestien jaar Goldsteins baas, gelooft daar niets van. „Het waren, nee, het zíjn tragische tijden, en als je zo in een instituut gelooft als Ann doet, is het ontmoedigend als bestuurders institutionele zelfmoord aan het plegen zijn. Daar voelde ze zich niet senang bij.”

Curator en vriendin Connie Butler: „Het zijn, goede God, moeilijke tijden voor de VS. Het lijkt me heerlijk een tijdje weg te gaan.”

    • Sandra Smallenburg
    • Freek Staps