Een dode? Daar zit ik niet echt op te wachten

Twee auteurs verkennen Nederland bij nacht.

Vandaag deel 6: mee wandelen met de 20 uur durende Kennedymars.

De Kennedymars rondom Someren staat bekend als de gezelligste, maar het is ook flink afzien Vandaag deel 6: mee wandelen met de 20 uur durende Kennedymars. Foto David Galjaard en Christian van der Kooy Galjaard, David;Kooy, Christian van der

Het Wilhelmus galmt door de Kanaalstraat. Voor Peter, die kennelijk voor het laatst de Kennedymars organiseerde. „Peter bedankt”, schreeuwt een schorre stem door de luidsprekers. Straks komt de mars door de met vlaggetjes versierde straat, die voor de gelegenheid vandaag is omgedoopt tot ‘Kennedystraat’.

De Amerikaanse president stelde in 1963 dat elke gezonde overheidsdienaar in 20 uur vijftig mijl moest kunnen lopen. De gezelligheidsvereniging in het Brabantse dorpje Someren voelde zich blijkbaar aangesproken en organiseert nu al 47 jaar deze wandeltocht.

‘Don’t talk, walk’ is het motto van de mars, dat overal op posters is te lezen. Niet lullen, lopen. Tachtig kilometer, in twintig uur. Van 22.00 uur tot 18.00 uur, de volgende dag. Via Lierop en Mierlo naar Geldrop en Heusden, waar in elk dorp de kroegen langer open blijven, blaasorkesten tegen elkaar in staan te spelen en kraampjes met kebab en loempia’s gebroederlijk op het dorpsplein staan.

Bij het standje met Kennedymarssouvenirs staat Petra, de pr-dame van de mars. Met haar geel-blauwe mantelpakje en blonde krullen lijkt ze weggelopen uit een jaren-50-advertentie voor de luchtvaart. „Ja, dit moeten we als bestuur aan, ik kan er niks aan doen”, zegt ze, gedachtelezend. Kom mee naar de ‘meldkamer’, zegt Petra. We lopen naar een gele keet achter café ’t Somers Kontakt. „Dit is een stukje basis, voor de veiligheid”, zegt Petra. Naast de keet staat een zendwagen van het Rode Kruis. „Alles loopt op rolletjes”, zegt een jongen in een geel organisatie-T-shirt.

Het is een reusachtige organisatie, zegt Petra, en dit jaar is er nog wel een nieuwe route uitgestippeld – extra spannend dus. Ook gek: we hadden nog nooit van de Kennedymars gehoord en er blijken er nog tien in Nederland te zijn. „Maar sommige, zoals die in Sittard, zijn heel serieus. Wij staan bekend als de gezelligste”, zegt Petra. Het is natuurlijk niet zo groot als de Vierdaagse in Nijmegen, maar vergis je niet: „Die bellen ons regelmatig voor advies.”

De wandeltocht gaat zo van start en langs de route hebben bewoners hun witte tuinstoelen netjes aan de stoep opgesteld. Leuning aan leuning zitten de Somerense inwoners klaar achter de dranghekken, een publiek zonder voorstelling, met de armen over elkaar. Dit plekje pakt niemand ze meer af.

Op het centrale plein staan alle 2.694 deelnemers tussen dranghekken te wachten. Naast het gemeentehuis staat een podium met een blaaskapel, bovenop een stellage brandt een olympische vlam. Een spreekstalmeester wenst de deelnemers succes en de harmonie speelt ‘You never walk alone’. En daarna klinkt het speciale Kennedymarslied: „Kennedymars, kennedymars, kennedy-, kennedymars”.

Dan is het aftellen geblazen. „10...9...8...”

Het startschot klinkt.

Eerst komen de snelwandelaars, in hun altijd net iets te korte, glimmende sportbroekjes. Aan de afgetrainde gezichten zie je al dat ze het makkelijk gaan redden. „Die komen straks om 7.00 uur al bij de finish”, weet Petra. „En dan gaan ze nog door, dan lopen ze om 11.00 uur mee met het Rondje Someren, van 40 kilometer.” Tsja. „Sommige mensen vinden wandelen leuk, maar sommigen vinden wandelen héél leuk”, zegt Petra.

Na de snelwandelaars volgen de ‘gewone’ wandelaars. Oude mannen met wapperend wit haar, soldaten met bepakking, een vrolijke jongen met een glas bier in de hand. Vrouwen met kleine rugzakjes en bermuda’s. Een clown met een kinderwagen. Een man met een hond, twee rolstoelers, een tanige boer op klompen. Heuptassen met flesjes water. Het is echt warm, twee mannen hebben nu al een volstrekt natte onderrug. Straks bezwijkt er nog eentje en komt Someren in het nieuws. De toeschouwers zwaaien. „Hee, loop eens door joh”, grapt een man, keer op keer.

Niet iedereen heeft aandacht voor de vertrekkende wandelaars. Luchtig geklede meisjes hebben zich bij de barretjes van feestcafé De Boemelaer geposteerd, hun mannelijke leeftijdsgenootjes zwermen eromheen. Het is warm, ja.

We mogen met Petra mee in een busje, langs de route. Het is half één. „Oei, ik heb nog nooit in een busje gereden”, zegt ze giechelend. Maar ze trapt het gaspedaal stevig in. We rijden naar de eerste stempelpost, in Lierop. Onderweg zitten overal mensen in het donker op tuinstoelen, naast elkaar, gezicht naar de weg gericht. Er zijn een hoop tuinstoelen in dit land. Hier en daar hebben buren samen lampjes opgehangen, soms staat er een partytent met ladingen papieren bordjes en bekertjes. Meisjes delen water uit, op de straat hebben ze ‘Zet Hem Op’ gekrijt.

In het licht van bouwlampen verwelkomt een blaasorkest de colonne in Lierop. Maar hier treedt het eerste probleem op: er ligt een kunststof behuizing voor kabels op de weg en daar zijn nu al vijftien wandelaars over gevallen. „Bij eentje ligt de hele knie open”, doet Petra verslag van de noodboodschap op haar mobieltje.

Wat te doen?

De drempel kan nu niet meer weggehaald, de kabels zijn nodig voor de band. Een vrijwilliger gaat er dan maar bij staan. Met twee handen gebaart hij steeds een stopsignaal en dan wijst hij naar de drempel, als een levend uithangbord.

De EHBO-post in het café weet niks van open knieën. „We verwachten hooguit problemen met blaarvorming”, zegt een verpleger.

De ene rel in Lierop is nog niet gesust of de volgende calamiteit dient zich weer aan: met gillende sirenes rijdt een ambulance tegen de looprichting in het parcours op. Als een lopend vuurtje verspreidt het nieuws zich onder de wandelaars: er is een man in elkaar gezakt, hij wordt gereanimeerd. Toch een dode? „Nou, daar zit ik niet echt op te wachten”, zegt Petra.

Mannen in gele hesjes staan klaar met scanapparatuur om de pasjes met streepjescode van de wandelaars te scannen. Een van de deelnemers wordt extra hartelijk begroet: „Kom op hè, Freek!”. Wie is Freek? „Ja, die loopt hem elk jaar. Hij is een, eh, beetje bijzonder”. De dorpsidioot? „Nou ja”, zegt Petra, „dat klinkt dan weer zo negatief.”

In een kraampje kan water en fruit gepakt worden, of een glas ontbijtdrank. We rijden verder naar Mierlo, waar spontaan een fanfarefestival gehouden wordt. Overal is het feest, terwijl de wandelaars voortploegen door het donker.

Onderweg let Petra op de versierde tuinen. Er valt ook een thuisblijversprijs te winnen, voor het gezelligste aanmoedigingsfeestje. „Sommigen maken er echt wat van. Vorig jaar had een buurt van die sumoworstelpakken gehuurd, keigoed.” De prijs bestaat uit een barbecuepakket van 75 euro en de eeuwige roem.

Terwijl de wandelaars zelf helemaal niks winnen. Maar Petra is het daar niet mee eens: „Die mag naar huis, douchen en daarna op het terras hard lachen om de rest.”

Een toeschouwer moedigt een wandelaar aan: „Het gaat goed vriend, héél goed”. „Vind ik ook”, antwoordt deze. Als hij voorbij is roept de man nog met Brabantse tongval: „Och, wat benne ge uw eigen aan het plagen”.

Uit een voortuin klinkt muziek: ‘Walking on sunshine’. De lopers verdwijnen in de nacht. Nog veertien uur te gaan.

Met dank aan de familie Eijsbouts te Vlierden. Voor de gastvrijheid.

    • Olga van Ditzhuijzen