De fruitvliegjes waren, zoals het fruitvliegjes betaamt, met velen

Vroeger, toen ik klein was, kwam ik vaak bij een vriendin thuis. In hun huis verhuurde haar moeder één kamer aan een student, die fruitvliegjes kweekte op zijn kamer.

Dat zou voor mij genoeg reden geweest zijn om die huurder eruit te gooien en hem te laten arresteren vanwege de schending van allerlei mensenrechten, maar de huurder en zijn fruitvliegjes werden door de moeder van mijn vriendin gedoogd. De fruitvliegjes waren, zoals het fruitvliegjes betaamt, met velen. Ook jaren nadat de student verhuisd was, hingen ze nog in het huis rond.

En nu zit ik thuis met een soortgelijke situatie, terwijl ik helemaal niet bezig was met een wetenschappelijk experiment. Ik heb één dag een druppel limonade laten liggen, of een stukje appel, en nu hebben ze mijn keuken en een deel van de woonkamer overgenomen. Als ik een lamp aandoe, blijken daar honderd vliegjes op te zitten. Als ik de kraan aanzet, stijgt een wolk vliegjes op uit de gootsteen.

Het fruit is nu verplaatst naar het balkon. Het aanrecht wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Suikerachtige substanties zijn verboden.

En toch lijken de vliegjes niet van zins om weg te gaan.

Het ergste vind ik de schaamte. Als er iemand langskomt, durf ik amper iets neer te zetten in de keuken, omdat ik weet dat er dan een meute vliegjes opstuift. Ook ben ik bang dat de vliegjes, zoals in een tekenfilm, om mijn hoofd heen vliegen als ik de deur opendoe. Zonder dat ik dat zelf doorheb, maar wel zichtbaar voor anderen. Vies.

Terwijl ze in mijn leven zijn gekomen omdat ik juist zo’n voorbeeldige, gezonde levensstijl heb. Altijd vers fruit in huis. Altijd jus d’orange aan het maken. Altijd met ingevroren ‘Zomerfruit’ van Albert Heijn heilzame shakes aan het bereiden. En dit is mijn straf.

Zo kwam het dat ik gistermiddag op een onbewaakt moment een fles Roxasect Vliegende Insecten uit de gootsteenkast greep, die ik eerder niet wilde gebruiken vanwege het milieu, maar nu toch ineens wel, en in het wilde weg begon te spuiten, ‘HA! HAAA!’ roepend. Tegen de fruitvliegjes.

‘Heb je het ook over het eten gespoten?’ vroeg mijn vriend, die op de geluiden uit de keuken was afgekomen.

‘Ik weet het niet!’ antwoordde ik hysterisch. Vast wel. Maar gezond leven had tot nu toe ook weinig opgeleverd.

Op de muur keken een stuk of vijftig fruitvliegjes mij cynisch aan.

Aaf Brandt Corstius

Lees veel meer columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf