De brekebeentjes krijgen ook een diploma

Het kunstonderwijs in Nederland kan veel beter.

Academies moeten studenten strenger selecteren, maar ook zelf beter beoordeeld worden.

De brekebeentjes krijgen ook een diploma Kunstacademies worden ontmoedigd om hoge eisen aan hun studenten te stellen Illustratie Tomas Schats Schats, Thomas

Deze maand zijn 1.521 kunstenaars afgeleverd door de beeldende kunstopleidingen. ‘De moedigen die kozen voor de kunst’, schreef Dirk Limburg vorige week licht vertederd in nrc.next in zijn artikel over de eindexamententoonstellingen. En dat klopt wel, vind ik, je bent moedig als je in Nederland voor de kunstacademie kiest. Het is meestal niet de kortste route naar maatschappelijk succes. Mijn moeder sprak meteen haar zorg uit toen ik was toegelaten op de Rietveldacademie: „Wat jammer nou, je kunt zo goed leren”.

Maar bij mij overheerst bij het lezen van dit aantal vooral de vrees dat een groot deel van deze mensen de verkeerde opleiding heeft gekozen, dat ze nooit gaan doen waarvoor ze zijn opgeleid. Velen zijn ten onrechte toegelaten tot het kunstonderwijs en hebben niet het onderwijs gekregen waarop ze recht hebben.

Wegens de huidige hbo-wet doet zich de bizarre situatie voor dat academies worden ontmoedigd om hoge kwaliteitseisen stellen. Die wet bepaalt dat opleidingen per nieuwe student een vergoeding krijgen, en ook per afgestudeerde worden beloond. Het is dus aantrekkelijk om zoveel mogelijk studenten aan te nemen en ze ook zo snel mogelijk te laten afstuderen. Hoe langer een student blijft zitten, hoe duurder hij is. Gevolg is dat er gedurende een vierjarige kunstopleiding nauwelijks selectie plaatsvindt. De kunstacademies lijken zodoende de landbouwpolitiek van de Sovjet-Unie te hebben overgenomen: veel zaaien, ergens zal wel wat gaan groeien. Wat dat betekent voor pasafgestudeerde kunstenaars blijkt wel uit de cijfers van het Fonds voor de Beeldende Kunsten. Driekwart van de aanvragen voor een startstipendium wordt door dat fonds afgewezen wegens gebrek aan kwaliteit.

Het enige moment waarop een kunstacademie kritisch naar zijn studenten kan kijken, is bij de toelating. Ook dat moet een opleiding zich nog maar kunnen veroorloven, want alleen als het aantal aanmeldingen hoger is dan de beschikbare studieplaatsen, vindt die eerste selectie plaats. Eenmaal binnen, dan wordt een student naar het diploma gemasseerd. Voor de minder getalenteerden betekent dit systeem dat ze niet of nauwelijks op hun gebreken worden gewezen. Nog erger: ze worden niet gestimuleerd hun studiekeuze te heroverwegen. Ik heb het zelf ervaren als gecommitteerde (iemand die eindexamenkandidaten beoordeelt) bij een kunstacademie. Toen ik wat brekebeentjes zag, zei het hoofd van de opleiding dat de tot mislukken gedoemden dan toch altijd nog een mooie algemeen vormende opleiding achter de rug hadden. Ja hoor, een fotografieopleiding als alternatief voor geschiedenis of Nederlandse taal en letterkunde. En daar staat die alumnus dan: kansloos op de arbeidsmarkt en studiefinanciering opgemaakt. Zijn enige optie is om dan toch maar in blessuretijd economie te gaan studeren. Kunstacademies houden zich namelijk, ondanks aansporingen van minister Plasterk, nog steeds te weinig bezig met de aansluiting op de kunstpraktijk. En waarom zouden ze ook? Ze worden er financieel niet op afgerekend.

Naast het gegeven dat kunstacademies de financiële prikkel missen om hoge eisen aan hun studenten te stellen, is er een ander probleem: er zijn te veel academies op de verkeerde plekken. Ieder provinciestadje meent tegenwoordig een kunstacademie te moeten hebben. Voor een kunstenaar in opleiding is het nodig om, gelet op de vorming van het auteurschap, continu geconfronteerd te worden met een overvloed aan kunst, cultuur en kennis. Dat vind je niet in Bavel of Kampen.

En hoe staat het eigenlijk met de kwaliteit van het onderwijs aan kunstacademies? Probleem is dat de prachtig geschreven onderwijsprogramma’s en lesomschrijvingen een eigen leven zijn gaan leiden. Zelden wordt dit beleidsproza getoetst aan het gegeven onderwijs. Zo kreeg ik vorig voorjaar de uitnodiging om aan derdejaars fotografiestudenten aan een kunstacademie les te geven over het maken van fotoboeken. Ik kreeg een lesomschrijving met alle capaciteiten die de studenten moesten hebben verworven na afloop van het daarvoor uitgetrokken half jaar. Al lezend, dacht ik – zo’n twintig jaar ervaring en tien fotoboeken verder – misschien zelf aan die eisen te kunnen voldoen. Maar voor een student, hoe briljant ook, waren ze niet reëel. Toen ik dat opmerkte, werd mij verteld dat ik het gehele programma mocht herschrijven. Ik heb natuurlijk bedankt voor de eer. Als het allemaal zo waardevrij is waarom zou je er dan je tijd in stoppen?

Een ander voorbeeld van de holle retoriek in dit soort curricula met een hoog copy-pastegehalte is uit de tijd dat ik docent was bij de masteropleiding fotografie. De opleiding moest worden geaccrediteerd. De academie mocht zelf twee leden voor de accreditatiecommissie voordragen: de slager keurt zijn eigen vlees.

Het kunstonderwijs in Nederland kan veel en veel beter. Allereerst moet het aantal inschrijvingen aan kunstacademies drastisch worden teruggebracht en moet er tijdens de opleiding een strenge selectie plaatsvinden. Alleen zo kunnen we kwalitatief onderwijs garanderen aan de studenten die kansrijk zijn. Beloon opleidingen niet meer op basis van het aantal studenten dat zij aannemen en afleveren. Kies voor excellentie, en dus voor minder studenten. Dat betekent dat we ook minder opleidingen nodig zullen hebben. Concentreer die in de grote steden. Daar zijn de musea, de galeries, de kennisinstituten, de netwerken en de fondsen. Instituten die een cruciale rol spelen bij de ontwikkeling van een kunstenaar. Daarbij moet het kunstonderwijs veel strenger gaan worden getoetst. Kunstacademies opereren nu in een veilige, bijna kritiekloze luwte, verscholen achter de brede rug van hogescholen. Aan kunstinstellingen en kunstenaars stellen we al hoge eisen en dat is rechtvaardig; we zijn het verplicht aan de samenleving, die we vragen een bijdrage te leveren aan de kunsten. Volgens dezelfde logica moeten ook kunstacademies streng worden beoordeeld.

We moeten, kortom, onderwijs op maat gaan leveren. Zodat een eindexamententoonstelling van de kanslozen ons voortaan bespaard blijft.

Theo Baart is fotograaf en was docent fotografie

    • Theo Baart