Bidden en zingen voor martelaren

Er zijn vele bedevaarten in Nederland. Eén daarvan is die naar de relikwieën van de martelen van Gorcum, afgelopen zaterdag.

Bedevaartgangers ronden zingend het Brielse martelveld. (Foto Peter de Krom) Nationale Bedevaart te Brielle. Hier wordt het boek 'Martelaren van Gorcum' gepresenteerd. Foto Peter de Krom Krom, Peter de

Dorise van Driel is pas tien jaar, maar ze is al voor de tiende keer in Brielle. En daar is ze zichtbaar trots op. Afgezien van een huilende baby is ze een van de jongste van de honderden deelnemers aan de jaarlijkse nationale bedevaart naar het heiligdom van de martelaren van Gorcum.

Dorise is meegekomen met haar vader Theo, rooms-katholiek pastor te Zwaag, die als reisleider optreedt voor een kleine vijftig katholieken, die met de bus uit West-Friesland en de Zaan zijn gekomen. „Ik ben geen priester, na mijn overgang naar de rooms-katholieke kerk ben ik in 1999 gewijd als diaken. Het celibaat geldt niet voor mij”, legt hij uit.

Om elf uur wordt de eucharistieviering, geleid door bisschop Ad van Luyn van Rotterdam, geopend met een proclamatie waarin de namen worden genoemd van de negentien geestelijken die in de nacht van 8 op 9 juli 1572 door de Watergeuzen werden opgehangen in een turfschuur net buiten Den Briel. Het was de grootste groep priesters en kloosterlingen die tijdens de Tachtigjarige Oorlog het slachtoffer werden van de terreur van geuzenvoorman Willem van der Marck, heer van Lummen, alias Lumey. De meeste van hen waren gevangen genomen bij de verovering eind juni 1572 van Gorinchem (Gorcum) en daarna overgebracht naar Den Briel, dat al op 1 april door Watergeuzen op de Spanjaarden was veroverd. Omdat ze weigerden hun geloof af te zweren, werden ze gemarteld en ter dood gebracht. Hun lichamen werden ter plaatse begraven.

De turfschuur raakte in verval en werd afgebroken, het terrein werd grasland. In 1615 en 1619 werden stoffelijke resten van de geestelijken opgegraven en naar Brussel overgebracht. Daarna raakte het terrein in vergetelheid.

Een impuls voor de verering van de Gorcumse martelaren was hun heiligverklaring in 1867 door paus Pius IX. De rooms-katholieke kerk kocht de grond aan en richtte er in 1921 een stenen monument met een koepel op. In 1932 werd er een stenen kerk met 600 zitplaatsen gebouwd, die sindsdien een permanente stroom pelgrims trekt. Voor in de kerk staat een koperen schrijn met botresten van de heiligen. Er liggen twee zaklantaarns bij. Zo kun je door het glas de relikwieën rustig bekijken.

De dag is een aaneenschakeling van plechtigheden. Na de eucharistieviering volgt een collectief rozenkransgebed, waarna de aanwezigen de kruisweg lopen op het martelveld. Bij elk van de vijftien staties met afbeeldingen van de kruisgang van Jezus wordt een Bijbeltekst gelezen, een meditatie gehouden en een lied gezongen. De dag wordt om drie uur afgesloten met een gemeenschappelijke vesper. Dan wordt de schrijn met de stoffelijke resten rondgedragen over het martelveld.

Met grote ernst nemen de gelovigen aan de plechtigheden deel. Maria de Wit (40) uit Den Haag, rood jack en een klein rugzakje, is er niet voor het eerst. Ze maakt graag pelgrimsreizen en helpt ook pelgrimages organiseren. „Ik zie steeds weer bekende gezichten. Dit is een wereldje waarin ik mij thuis voel. Ik ging als alleenstaande vroeger wel met commerciële reizen mee, hondensleeën in Lapland en zo, maar op deze pelgrimsreizen beleef je het gemeenschappelijke geloof. Je wordt er blij van als je elkaar ziet, hier of in Lourdes, in Heiloo of in Beauraing in de Belgische Ardennen.”

Anti-protestants zijn de bijeenkomsten in Brielle allang niet meer. In de Bedevaartskerk worden ook oecumenische vieringen gehouden, meldt één van de vitrines in de kerk. „Heb je de tekst van het martelarenlied goed gelezen”, vraagt Theo van Driel. Het laatste couplet begint: ‘Goddank zijn wij bevrijd van meer dan vreemde macht/ de grenzen van een kerk zijn minder dan gedacht.’ De van huis uit gereformeerde Van Driel stapte in 1998 over naar de rooms-katholieke kerk. „De martelaren van Gorcum weigerden het geloof in de lichamelijke aanwezigheid van Christus in de eucharistie op te geven. Het is dát geloof dat mij zo aanspreekt. Daarom ben ik teruggekeerd naar de Moederkerk. Daarom kom ik elk jaar hier.”

B. Hartmann: De Martelaren van Gorcum, heruitgave van pamflet uit 1572 van Willem van Est.

Fotoreportage op nrc.nl/binnenland