'Als hij optrad moest je luisteren'

Collega-dichters herinneren zich Simon Vinkenoog als grondlegger van de orale traditie in de Nederlandse poëzie en als inspirator van jong talent.

De vijftigers in 1954 met vanaf links, staand Gerrit Kouwenaar (1923) en Simon Vinkenoog, en zittend Remco Campert (1929), Jan Elburg (1919-1992), Bert Schierbeek (1998-1996) en Hugo Claus (1929-2008). (Foto Ad Windig/ HH) Vijftigers, vlnr Gerrit Kouwenaar, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Jan Elburg, Bert Schierbeek, Hugo Claus Amsterdam 1954 Mai/Hollandse Hoogte

„Er zat een gepassioneerd, sjamanistisch vuur in zijn ogen”, zegt dichter Ingmar Heytze over zijn overleden collega Simon Vinkenoog. „Als hij optrad moest je luisteren.” Collega-dichters herinneren zich vooral de energie en de bezwerende kracht van Vinkenoog zodra hij op een podium stond. Hij schoot heen en weer, sprak iedereen aan, gooide zijn papieren na een paar minuten weg, improviseerde tot hij iedereen bij de lurven had.

Op papier kon Vinkenoogs werk iets langdradigs hebben, vindt Heytze. „Maar in zijn optredens was dat juist zijn grote kracht. Van lengte gaat een bezwerende werking uit. Een jazzmuziekstuk werkt ook in twee minuten.” Vinkenoog nam verschillende generaties podiumdichters onder zijn hoede, van Diana Ozon tot Ellen Deckwitz.

Bart Chabot ontmoette Vinkenoog eind jaren zeventig. „Ik begon net met optreden en dan kom je op dag twee Simon tegen. Hij is de grondlegger van de orale traditie in de Nederlandse poëzie, waarin hij met Johnny van Doorn en Jules Deelder de grote drie vormt. Het is een traditie die in de reguliere literaire wereld nooit ruimhartig is onthaald. „Negen van de tien critici zijn doctorandussen die orale poëzie alleen leuk vinden voor een jeugdhonk in Zutphen.” Ten onrechte, aldus Chabot. „Structuur was natuurlijk nooit de grote kracht van het werk van Simon, hij zette de kraan juist wijd open. Maar in een kort gedicht als ‘Je leven een vuurwerk/ of niet’ vat hij de hele kosmos samen. Een goeie bloemlezer kan uit zijn verzamelde gedichten 180 bladzijden poëzie halen die vijftig jaar meegaat.”

Volgens Anton Scheepstra, de uitgever van de laatste bundels van Vinkenoog heeft hij „met zijn lange slepende gedichten vol herhaling de poëzie als gesproken woord weer onder aandacht weten te brengen. Ik heb hem nooit horen klagen over gebrek aan erkenning. Wel genoot hij erg van alle aandacht rond de uitgave van zijn verzamelde gedichten toen hij vorig jaar tachtig werd.”

Punkdichteres Diana Ozon haalt op haar website herinneringen op aan Simon Vinkenoog. Ze ontmoette hem in 1979 tijdens een dichtersavond in een jongerencentrum, waar ze haar ergernis over de „langhaardichters met hun moeilijke taal” spuide in een woest gedicht. Vinkenoog beende zwierend naar het podium, zo herinnert de dichteres zich. Verheugd riep hij met gespreide armen uit: „Kind, je bent mijn ontdekking!” Ozon noemt Vinkenoog haar „geestelijke vader”. Ze traden vaak samen op. „Aan Simon had ik een enorme kruiwagen”, schrijft Ozon. „We bevolen elkaar telkens aan bij organisatoren. ‘Altijd de bal toespelen als die voor je voeten ligt’, zei Simon.”

Ook bijna dertig jaar na Vinkenoogs ontmoeting met Diana Ozon bleef Vinkenoog jonge dichters onder zijn hoede nemen, vertelt de succesvolle slamdichter Ellen Deckwitz: „Ik ontmoette hem twee jaar geleden bij een slamwedstrijd. Meteen na de eerste ronde nam hij me apart en begon tips te geven: blijf rustig, gebruik je stem om contact te maken met het publiek, blijf niet hangen op je papier. Daarna ben ik uit mijn hoofd gaan slammen.”

Simon Vinkenoog wordt zaterdag begraven op de Amsterdamse begraafplaats St. Barbara, waar hij soms gedichten voorlas bij zogenaamde ‘eenzame uitvaarten’. Voorafgaand aan Vinkenoogs eigen begrafenis wordt een afscheidsbijeenkomst gehouden.

Interviews, foto’s, recensies, tv-beelden en een discussie op nrc.nl/kunst. Zie ook zijn site: simonvinkenoog.nl