VN-conferentie over crisis was wel succesvol

Paul van Seters is slecht geïnformeerd als hij zijn teleurstelling uitspreekt over de slotverklaring van de VN-conferentie over de mondiale economische crisis (Opiniepagina, 3 juli). Er is namelijk wel degelijk sprake van grote vooruitgang. Het simpele feit dat een beter mondiaal reservesysteem op de politieke agenda staat, en dat de Amerikaanse regering en de G77 daarmee akkoord zijn gegaan, is essentieel.

En er staan nog meer behartigenswaardige zaken waar Van Seters aan voorbijgaat in het slotdocument. Er staat voor het eerst een fundamentele analyse in van de financiële crisis, die de oude Washington Consensus naar de prullenbak verwijst. Op de top werd door alle 192 VN-lidstaten, en dus niet alleen door de G20, over de aanpak van de financiële crisis gesproken. In het slotdocument worden concrete voorstellen gedaan, die de financiële, voedsel- en klimaatcrisis verbinden. En er wordt voorgesteld om ontwikkelingslanden meer invloed te geven in instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Dat is een aanbeveling die door alle landen is onderschreven.

Daarnaast is afgesproken dat een deel van het G20-stimuleringspakket wordt aangewend om de gevolgen van financieel-economische crisis voor ontwikkelingslanden tegen te gaan. De rijke landen hebben zich opnieuw verplicht om in 2015 0,7 procent van hun bruto nationaal product aan ontwikkelingshulp te geven, de enige manier om de VN-millenniumdoelen te halen.

De uitkomst van de conferentie is een resultaat waar ontwikkelingslanden blij mee zijn. Nederland heeft daarbij een brugfunctie vervuld en is daar alom voor geprezen. Er is een solide basis gelegd voor de aanpak van de mondiale crisis en nu komt het aan op uitvoering van de slotverklaring, zoals de Bengaalse minister van Buitenlandse Zaken, Dipu Moni, deze week tegen mij zei in Dhaka. Nederland zal daarom actief betrokken zijn bij de concrete follow-up van de conferentie.