'Sommige sportbonden leven op de maan'

Ook sporters, sportbonden en sportclubs vallen onder de wet, vindt Jean-Louis Dupont. Het baanbrekende Bosman-arrest was slechts het begin van zijn carrière.

G14 General Manager Thomas Kurth (L) and Belgian first division club Charleroi Chairman Abbas Bayat (R) sit in a courtroom with lawyer Jean-Louis Dupont in Charleroi, Belgium May 15, 2006. A Belgian court referred on Monday a case taken against soccer's governing body FIFA by first division club Charleroi and the G14, representing 18 of Europe's richest clubs, to Europe's highest court. Charleroi and the G14 will have to take their case, in which they are seeking compensation for a player injured while playing for his country, to the European Court of Justice in Luxembourg. REUTERS/Francois Lenoir REUTERS

Jean-Louis Dupont kijkt gejaagd. Zijn cliënten wachten op hem. Wielrenner Tom Boonen, die zo graag naar de Tour de France wilde. Voetballer Oguchi Onyewu van Standard Luik, die door zijn tegenstander Jelle Van Damme zou zijn uitgemaakt voor „dirty monkey” en excuses eist. En de zestien grootste handbalclubs in Europa, die de strijd hebben aangebonden met hun federaties door een klacht in te dienen bij de Europese Commissie, het bestuur van de Europese Unie.

Aan de muren van Duponts kantoor in Luik hangen foto’s van belangrijke momenten uit de sportgeschiedenis. Niet alleen winnaars halen de wand, ook de op doping betrapte Ben Johnson die met opgestoken vinger finisht na de olympische 100 meter van Seoul in 1988. „Theoretisch is de klacht van de handbalclubs de belangrijkste sportzaak ooit”, zegt de Waalse advocaat.

Dupont weet waar hij over spreekt. De sportrechtexpert die internationale faam verwierf als advocaat van oud-voetballer Jean-Marc Bosman was betrokken bij tal van zaken die de sportwereld voorgoed veranderden. Met stadgenoot Bosman kreeg hij voor elkaar dat voetballers voortaan aan het einde van hun contract zonder vergoedingssom mochten vertrekken, en clubs niet langer slechts een beperkt aantal buitenlanders op hoefden te stellen. Dit Bosman-arrest van het Europees Hof van Justitie veroorzaakte een grote schok. „Een seizoen later speelden er tien Fransen bij Arsenal.”

Door veel van Duponts zaken loopt een rode draad: hij confronteert de sportwereld met de regels zoals die in de rest van de maatschappij gelden. En dan blijkt dat sportbonden, sportclubs, sportmensen en sportbestuurders zich daar ook aan moeten houden. „Je kunt geen uitzondering maken voor sport”, zegt Dupont. „De rechtsstaat kan geen enkele uitzondering toestaan. Het heilige principe van de rechtsstaat is dat iedereen onder de wet valt.”

Dat thema staat opnieuw centraal bij de klacht die Dupont onlangs namens zestien handbalverenigingen uit onder meer Duitsland, Spanje, Frankrijk en Italië indiende bij de Europese Commissie. De zaak is van groot belang voor de gehele sportwereld, omdat de klacht van de tophandbalclubs vrijwel alle twistpunten behandelt die kunnen ontstaan in de verhouding tussen sportclubs en de bonden waarbij zij zijn aangesloten. „Een oordeel van de Commissie in deze zaak zou voor alle sportbonden gelden”, aldus Dupont.

De handbalclubs hekelen de Internationale en de Europese Handbalfederatie omdat die hen verplichten hun spelers veelvuldig af te staan aan de nationale teams, omdat ze geen eigen internationale competitie mogen opzetten en omdat het hun verboden wordt naar een burgerrechter te stappen.

De clubs stellen dat zij moeten concurreren met de internationale federaties over de beschikbaarheid van spelers, sponsors, televisierechten, speeldata en toeschouwers, maar dat zij geen enkele invloed hebben op de competities of de invulling van de internationale handbalkalender. Een club als RK Zagreb was zijn internationals vorig jaar 170 dagen kwijt aan de nationale ploeg van Kroatië, zonder overleg, zonder vergoeding. De Duitse handbalinternationals van HSV Hamburg, SC Magdeburg en THW Kiel waren 125 dagen op pad met hun nationale ploeg, terwijl de clubs hun salaris betaalden.

Net als in het geval van softwaregigant Microsoft is de Europese Commissie gevraagd te oordelen of de internationale handbalautoriteiten zich schuldig maken aan machtsmisbruik of kartelvorming. Een nieuw baanbrekend oordeel zou perfect passen in de ontwikkeling die Dupont de afgelopen jaren aan de hand van zijn zaken zag voltrekken. De sportwereld heeft zich telkens moeten schikken naar de regels die voor iedere burger of bedrijf ook gelden.

Niet zo lang geleden speelde in het voetbal een conflict dat vergelijkbaar was met de problemen waar het tophandbal tegen aanloopt. Financieel gesteund door alle grote Europese voetbalclubs eiste de Belgische club Charleroi in een langlopende rechtszaak een schadevergoeding van de wereldvoetbalbond FIFA.

Abdelmajid Oulmers, een middenvelder van Charleroi, werd in 2004 opgeroepen door de Marokkaanse nationale ploeg voor een interland. Oulmers scoorde nog wel tijdens zijn debuut, maar scheurde ook zijn enkelbanden. Hij moest twee operaties ondergaan en was maandenlang uit de roulatie; voor de Europese topclubs met hun vele internationals een bekend probleem. De rekening was voor Charleroi: de club claimde 1,25 miljoen euro aan onkosten te hebben gemaakt.

Namens Charleroi vocht Dupont de FIFA-verplichting aan waardoor clubs hun spelers zonder enige vorm van schadeloosstelling of inspraak moesten vrijgeven. Machtsmisbruik, vond de advocaat. De zaak werd uiteindelijk geschikt voordat een rechter zich uitsprak. Er kwam een regeling voor het afstaan van voetballers en de Europese topclubs werden opgenomen in het besluitvormingsproces van de Europese voetbalfederatie UEFA. „Kennelijk wilden de sportbonden niet weten wat het antwoord van het Europees Hof van Justitie zou zijn. Wij vonden het niet erg om daar op te wachten.”

Een vergelijkbare schikking voorziet Dupont ook in het internationale handbal, waar de internationale sportbonden hun hakken in het zand hebben gezet. „We zeggen niet: er mag geen arbitrage zijn, integendeel, daar zijn we voor. Maar we vinden dat je altijd zou moeten kunnen kiezen tussen sportarbitrage of de burgerrechter. We zeggen niet dat de internationale handbalfederaties niet de mede-eigenaren zijn van de internationale clubcompetities. We zeggen dat de clubs het recht hebben mee te beslissen. We zijn ook niet tegen het afstaan van spelers, maar vinden wel dat het moet worden geregeld door te onderhandelen, zoals in het voetbal nu gebeurt.” Want dat is volgens hem het belangrijkste resultaat van de zaak-Oulmers: „Beslissingen in het Europese voetbal worden nu genomen na overleg met alle belanghebbenden. Het systeem begint te deugen.”

Dat de zaak-Oulmers resultaat opleverde, was te danken aan een eerdere rechtszaak die Dupont liefst zes jaar bezig had gehouden: de Meca-Medina-zaak. Het oordeel van het Europees Hof van Justitie in deze zaak zou het fundament worden onder de plek die de sportwereld nu in Europa heeft. Twee zwemmers, de Spanjaard David Meca-Medina en de Sloveen Igor Majcen, werden in 1999 geschorst wegens het gebruik van spierversterker nandrolon.

Maar het duo vond dat de schorsing in strijd was met het Europees recht op het vrij verrichten van diensten. In de zaak verwierp het Europees Hof van Justitie uiteindelijk de stelling van de Europese Commissie dat doping een louter sportieve aangelegenheid is die buiten de regels voor economische activiteiten valt. Ofwel: de sportwereld kan zich niet onttrekken aan Europese wetgeving. „Zelfs antidopingregels, die worden gezien als de meest pure sportregels, vallen onder het Europees recht. Het betekent niet dat ze Europese wetgeving overtreden, wel dat elke rechter in Europa de mogelijkheid heeft elke regel van elke sportbond te beoordelen.”

Mede dankzij de processen die Dupont uitvocht, raakte de sportwereld langzaam doordrongen van het idee dat zij deel uitmaakt van de ‘gewone’ wereld. „Zeker de grote federaties. Misschien dragen ze nog uit dat ze anders zijn, maar hun juristen weten dat dat niet zo is. Ik denk wel dat sommige kleinere bonden – misschien is handbal een goed voorbeeld – nog steeds op de maan leven. Ze staan buiten de maatschappij.”

Grote sportorganisaties als het IOC, UEFA en FIFA deden volgens Dupont een laatste vergeefse poging een plek buiten de kaders van Europese wetgeving te verwerven toen de EU het Verdrag van Lissabon opstelde. Het argument dat de sportwereld ook toen hanteerde, is dat de mogelijkheid dat een rechter hun regels kan toetsen juridische onzekerheid creëert. Dupont: „In België en Nederland leggen duizenden burgers overheidsbeslissingen voor aan rechtbanken, daardoor vallen die landen nog niet om. Het feit dat regels worden aangevochten, schept volgens mij geen onzekerheid, maar zekerheid. Er wordt jurisprudentie opgebouwd.” De lobby van de sportbonden vond geen gehoor, tot blijdschap van Dupont. Beslissingen in de sportwereld zullen ook in de toekomst door een rechter getoetst kunnen worden.

Toch krijgen de bonden, die hun strijd niet geheel hebben gestaakt, tegenwoordig steun uit veel EU-lidstaten. De Nederlandse staatssecretaris Frans Timmermans (Europese Zaken, PvdA) is een van hun grootste medestanders. Reden is volgens Dupont dat sport nog steeds nationaal is georganiseerd. Bij de oprichting van een echt Europees sportmodel – denk aan een Europese voetballiga die nationale competities vervangt – zouden de bonden én nationale overheden invloed verliezen.

Uiteindelijk zullen de clubcompetities veranderen als gevolg van Europese wetgeving, denkt Dupont. „Dankzij het Bosman-arrest is er nu een Europese arbeidsmarkt voor sporters. Dat betekent in het voetbal dat Standard Luik moet concurreren met Real Madrid. Tegelijkertijd zijn de clubs nog steeds gebonden aan hun thuismarkt, waarbij de Spaanse veel groter is dan de Belgische.” Het grote probleem is dat het huidige systeem clubs uit kleine landen armlastig maakt, zegt Dupont. De oplossing zou volgens hem de samenvoeging van regionale competities zijn, zoals een Iberische of Benelux-liga.

De huidige inrichting van de Europese sportwereld, waarbij de nationale bonden de belangrijkste competities organiseren en overkoepelende federaties alle zeggenschap hebben, dient volgens Dupont alleen de belangen van de nationale teams. „Als we met de klacht van handbalclubs tot het einde gaan en er komt een juridische uitspraak, dan helpt die bij het opstellen van een duidelijker kader voor de rechten en plichten van alle betrokkenen. Het kan in het voordeel van de clubs uitpakken, niet alleen de handbalclubs, maar het betekent niet het einde van iets.” In de zaak-Oulmers is niemand doodgegaan, zegt Dupont monter. „Het werd niet het einde van het interlandvoetbal, zoals UEFA en FIFA aanvankelijk verklaarden. Iedereen lijkt gelukkiger dan voorheen.”

    • Rob Schoof
    • Dolf de Groot