Peking wordt beheerst door ontbindingsangst

Een geweldsuitbarsting van Oeigoeren in Xinjiang werd deze week snel gesmoord door Peking. Het behoud van de Chinese territoriale integriteit is nu eenmaal prioriteit nummer één.

An ethnic Uighur carries a shield and a stick as he walks around his neighbourhood in Urumqi in China's Xinjiang Autonomous Region July 8, 2009. China said a riot that shook the capital of the western Xinjiang region on Sunday killed 140 people and the government called the ethnic unrest a plot against its power, signalling a security crackdown. REUTERS/ Nir Elias (CHINA CONFLICT POLITICS) REUTERS

Li Datong, de voormalige wolvendoder in Binnen-Mongolië en herder in Xinjiang, zucht door de telefoon. „Natuurlijk reageert Hu boos en hard. Er zijn Han-Chinese doden gevallen in Xinjiang. Dat is een enorm affront. Een grote schande. Hij heeft zijn hele politieke carrière te danken aan zijn harde optreden in Tibet in 1989 toen hij daar partijsecretaris was. Toenmalig leider Deng Xiaoping zag in hem iemand die niet bang was een ijzeren vuist te gebruiken. En dan gebeurt zoiets. Dat kan Hu ondanks zijn bescheidenheid en aardigheid niet over zich heen laten gaan’’, zegt de voormalige directeur van China Youth Daily en ondertekenaar van het eerder dit jaar gepubliceerde Charter 08, een pleidooi voor politieke hervormingen.

Li Datong was, voordat hij carrière maakte in de jeugdbeweging van de partij, te werk gesteld in de provincies die werden gedomineerd door minderheden en als hoofdredacteur heeft hij Hu verschillende keren gesproken. Hij kent de minderheden, de werking van het machtscentrum en de reflexen van president en partijleider Hu. „Tibet is cruciaal in zijn carrière. In Tibet kun je zien hoe hij over minderheden denkt. Als zij een bedreiging vormen voor de partij, de staat en de stabiliteit moeten zij onderdrukt worden. Geen discussie over mogelijk”, zegt Li (56), die in de organisatie van China Youth Daily op een zijspoor is gezet.

Als hij hoorbaar een sigaret heeft opgestoken: „De kern van het hele verhaal in China is hoe het Chinese volk aan het wakker worden is en hoe de partij, de staat en de daarom heen zwevende belangengroepen weigeren de macht af te staan. Het behouden van de macht en het voorkomen dat China net als de Sovjet-Unie uiteenvalt, zijn Hu’s belangrijkste zorgen.”

In Xinjiang, de strategisch gelegen provincie in het westen van China, ligt die dreiging van afsplitsing altijd op de loer, omdat de tien miljoen islamitische Oeigoeren zich eigenlijk nooit hebben neergelegd bij de annexatie van hun land in 1949.

Ook minder verregaande hervormingen in de omgang met deze rusteloze minderheidsgroep zijn volgens Li onder Hu ondenkbaar. „Hu heeft niet de instelling van een hervormer. Hij is een partijfunctionaris, hij weet bruggen te bouwen tussen de verschillende fracties. Er zijn geen doorbraken te verwachten op het gebied van politieke hervormingen, inclusief meer ruimte voor de minderheden.”

Li vindt de reactie van de partij en de staat alles bij elkaar tamelijk „klassiek’’. De oproerkraaiers zullen zwaar worden gestraft, een militaire macht bewaakt de rust en er komt een heropvoed- en onderwijscampagne. Het belangrijkste verschil met eerdere optredens van Hu in Tibet is de betrekkelijke openheid over incidenten tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in Urumqi. Li: „Lhasa in Tibet is makkelijker af te sluiten dan Urumqi, een miljoenenstad waar ook veel buitenlandse toeristen en zakenlieden komen. Han-Chinezen zijn in deze zaak het slachtoffer en niet de daders. Dat verandert alles. En internet speelt een enorm rol. Ook al willen de leiders het niet, er voltrekken zich daardoor enorme veranderingen.”

Anderhalf jaar geleden was de toedracht van de botsingen in het Tibetaanse Lhasa in mist gehuld. Nog steeds is onduidelijk hoeveel doden toen zijn gevallen en wie dat waren. In Urumqi liggen de zaken aanzienlijk duidelijker: na een reeks van incidenten explodeerde de situatie, waarbij Han-Chinezen aan het kortste eind trokken.

Hu brak deze week zijn reis naar Europa af, waar de G8 bijeen was, en het Politbureau legde een grimmige verklaring af. Peking koestert nu eenmaal diep wantrouwen ten opzichte van de islamitische Oeigoeren. De uitbarsting van geweld deze week is er een in een lange reeks van confrontaties tussen de aan de Turken verwante Oeigoeren en de Han-Chinezen. Deze geschiedenis gaat terug tot de derde eeuw na Christus.

In Xinjiang speelt nog meer dan in Tibet de Chinese angst voor het ‘Gorbatsjov-scenario’ een belangrijke rol. Afsplitsing van het in 1949 geannexeerde Xinjiang (Nieuw Territorium) met grondstoffenvoorraden waaronder olie, is een spookbeeld in Peking. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, dat leidde tot de onafhankelijkheid van buurlanden Kazachstan, Tadzjikistan en Kirgizië, zijn de Chinese autoriteiten alleen maar behoedzamer geworden. Maar ook gevoeliger en repressiever onder het motto van de Chinese war on terror.

Of Peking werkelijk bevreesd moet zijn voor een Oeigoerse militante afscheidingsbeweging is twijfelachtig. Het Wereld Oeigoers Congres, onder leiding van Rebiya Kadeer, wordt opgeblazen tot een terroristische organisatie gerelateerd aan Al-Qaeda. Achter de straatgevechten meent Peking de hand te zien van ETIM, de East Turkestan Islamic Movement, die in 2002 op de officiële lijst van „internationale terroristische organisaties’’ is geplaatst. Maar Kadeer is geen Bin Laden, ook geen dalai lama trouwens. Ze ontbeert het gezag en charisma en kreeg geen gehoor bij de internationale gemeenschap, die tot tevredenheid van China de andere kant uitkeek.

De rellen begonnen met een incident in een fabriek 2.000 kilometer ten zuiden van Urumqi. Een verhaal dat aantoont dat de relaties tussen de Oeigoerse minderheid en de Han-Chinese meerderheid slecht is, maar geen bewijs dat er sprake was van ‘een buitenlands complot’’.

In Urumqi valt de verdeeldheid meteen op. Er zijn stads-Oeigoeren die wel degelijk bereid en in staat zijn om met de Han-Chinese meerderheid samen te werken. In de grote bazaar van Urumqi en de Danwannan-straat waar deze week de rellen plaatsvonden, zeggen alle Oeigoerse en Chinese handelaren weliswaar gescheiden levens te leiden, maar het al jaren goed met elkaar te kunnen vinden. Daarnaast is er een groep Oeigoeren die vanuit de arme zuidelijke en westelijke districten van Xinjiang naar Urumqi zijn getrokken. Daar werken zij in de straathandel of de horeca en wonen in de armste delen van de miljoenenstad. De fraaie appartementen en goede banen zijn voor deze slecht opgeleide, niet-Chinees sprekende moslims onbereikbaar. In deze gemeenschappen van plattelands-Oeigoeren, waar de vrouwen gesluierd over straat gaan, gist en broeit het. Jongeren vormen de bendes die zondag met messen en vuurwapens de Han-Chinezen aanvielen.

Professor Wu Fuhuan, directeur van de Xinjiang Academie voor Sociale Wetenschap, is van mening dat de Oeigoerse onvrede vooral wordt veroorzaakt door economische achterstelling en de strenge regels voor het uitoefenen van religie. „Er is geen homogene separatistische beweging, er is wel een enorme kloof in inkomens, kansen en perspectief”, aldus Wu die zegt te verwachten dat als de rust is weergekeerd ook aandacht aan de grieven besteed zal worden.

Li Datong, de wolvendoder, gelooft dat de Oeigoeren niet eens de kans zullen krijgen zich af te scheiden. „Het is een trots, eigenzinnig volk dat zich niet wil laten kolonialiseren. Maar hun streven naar afscheiding is zinloos. Dat zal Hu nooit laten gebeuren.”

    • Bettine Vriesekoop
    • Oscar Garschagen