Overheid zakt weg in moeras van schulden

Vandaag is de schuld van de overheid met 65 miljoen euro toegenomen. Gisteren eveneens. Morgen opnieuw. In totaal groeit de overheidsschuld dit jaar met 24 miljard euro. Minister Bos van Financiën moet die miljarden lenen, omdat de collectieve uitgaven stukken hoger zijn dan wat hij binnenkrijgt in de vorm van belastingen, sociale premies en diverse niet-belastingontvangsten, zoals verkeersboetes en het staatsaandeel in de aardgaswinst. De leningen om het bankwezen te redden zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Want daar staan tenminste nog bezittingen van de overheid tegenover, in de vorm van vorderingen op en aandelen in de gesteunde financiële instellingen. De bedoelde leningen van in totaal 24 miljard euro verdwijnen daarentegen voor het overgrote deel door de schoorsteen. Deze middelen, die de schatkistbewaarder op de geld- en kapitaalmarkt bijeenschraapt, zijn namelijk voor het overgrote deel bestemd voor sociale uitkeringen, ambtenarensalarissen en andere consumptieve uitgaven. Daar staat dus geen vermogen in de vorm van nieuwe infrastructuur (wegen, dijken) tegenover. Een gezin houdt het niet lang vol om zo op de pof te leven. De overheid wel. De rekening in de vorm van oplopende rentebetalingen en toekomstige aflossingsverplichtingen wordt eenvoudigweg doorgeschoven naar volgende generaties belastingbetalers.

Het beeld van de overheidsfinanciën voor volgend jaar is nog angstaanjagender dan dat voor het lopende jaar. In 2010 zwelt het begrotingstekort volgens de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) op van 24 tot 39 miljard euro. In twee jaar tijd neemt de overheidsschuld dus met 24 + 39 = 63 miljard euro toe. Dit komt overeen met een extra schuldenlast van 9.000 euro per gezin. Zolang deze ‘erfenis’ uit 2009 en 2010 niet wordt afgelost, is de overheid vanaf 2011 voor rentebetalingen jaarlijks 2 à 2,5 miljard euro extra kwijt. Geld dat de belastingbetalers tot in lengte van jaren op tafel moeten leggen en dat niet beschikbaar is voor bijvoorbeeld betere zorg en het wegwerken van knelpunten in het onderwijs.

Om te voorkomen dat de schuld almaar hoger oploopt, is het noodzakelijk het gapende gat in de begroting zo snel mogelijk te dichten. Gelukkig verdwijnt het tekort voor een deel vanzelf, wanneer de economie eenmaal weer aantrekt. Dan is minder geld nodig voor uitkeringen aan werklozen, terwijl de opbrengst van belastingen en sociale premies automatisch toeneemt. Ruwweg tweederde van het voor 2010 voorziene deficit van 39 miljard euro is echter ‘structureel’. Het wordt niet veroorzaakt door de diepe recessie waarin de nationale economie zich op dit moment bevindt. Dat onderliggende structurele jaarlijkse tekort van 25 miljard euro valt alleen weg te werken door na 2010 te bezuinigen op de collectieve uitgaven en door de belastingen te verhogen.

Het kabinet beseft dit. Afgelopen voorjaar hebben de coalitiepartners afgesproken dat het structurele tekort in jaarlijkse stapjes van 3 miljard euro zal worden weggewerkt, mits de economische groei in 2011 ten minste een half procent of meer bedraagt. Met deze afspraak regeert het kabinet tot ver over zijn politieke graf heen. Het zal op deze manier immers acht jaar duren, tot het jaar 2019, voordat de begroting ‘structureel’ – afgezien van conjuncturele mee- en tegenvallers – weer in evenwicht is. In 2011 is het gat in de begroting nog 22 miljard euro, in 2012 nog 19 miljard euro, en zo verder. Tijdens deze achtjarige herstelperiode loopt de schuld van de overheid blijvend met 92 miljard euro extra op (zie figuur). Hierdoor komen de rentelasten vanaf 2018 blijvend nog eens 3 à 4 miljard euro per jaar hoger te liggen. In een periode waarin de overheidsfinanciën toch al onder opwaartse druk staan door de vergrijzing van de bevolking – de uitgaven voor zorgvoorzieningen en AOW-uitkeringen zullen flink oplopen – persen toenemende rentelasten steeds meer andere uitgaven van de begroting, tenzij de belastingen zeer fors worden verhoogd.

Dit en vooral het volgende kabinet staan voor een loodzware opgave. De economische groei blijft de komende jaren beperkt, doordat de omvang van de beroepsbevolking nagenoeg stabiliseert en de banken weinig scheutig zijn bij hun kredietverlening. Uit de matige groeivooruitzichten volgt dat er in de kabinetsperiode 2012-2015 hoe dan ook weinig ruimte is om de overheidsuitgaven te verhogen of de collectieve lasten te verlichten. Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën volledig ontsporen staat het kabinet – van welke politieke snit ook – te beginnen in 2011 bovendien voor de opdracht het structurele tekort via bezuinigingen en belastingverhogingen met ten minste 3 miljard euro per jaar terug te dringen.

Traditiegetrouw zullen de meeste politieke partijen begin 2011 weer aan het CPB vragen om hun programma voor de eerstvolgende Kamerverkiezingen door te rekenen. Nu al laat zich moeiteloos voorspellen dat dit een ontluisterende exercitie wordt. De financiële ruimte voor ‘leuke dingen’ – hogere uitgaven, lagere belastingen – ontbreekt simpelweg. Wellicht dat desastreuze CPB-cijfers Haagse politici zo onwelgevallig zijn, dat zij besluiten hun verkiezingsprogramma liever niet te laten doorrekenen. Beter dan met behulp van dit scenario valt de komende crisis rond de schatkist niet te illustreren.

    • Flip de Kam