Ook onder `moderne` Oeigoeren is er verzet

Vorige week hadden veel mensen waarschijnlijk nog nooit van de Oeigoeren in West-China gehoord. Maar de berichtgeving over de onlusten in Xinjiang maakt direct duidelijk waar we mee van doen hebben. In het ooggetuigenverslag van de correspondent (NRC Handelsblad, 7 juli), dat ongetwijfeld met empathie is geschreven, komen we vrouwen in ”boerka” (moslims dus) en ”traditioneel geklede vrouwen” tegen die ”uitzinnig” van woede over straat lopen. Terwijl in de hoofdstraat van Urumqi ”gematigde” en ”modern geklede” Oeigoeren allemaal niets snappen van die woede. In het achtergrondartikel wordt het conflict teruggebracht tot een clash of civilizations tussen een Turks-islamitische ”volksstam” met ”eeuwenoude” banden met andere Turkse volkeren in centraal-Azië en Han-Chinezen die in de regio de dienst uitmaken. De beelden van Gaza of eender welke `islamitische` regio doemen onmiddellijk op. Woedende, machteloze volkmassa`s, opgehitst door radicale moslims.

De oorzaken van dit conflict hebben echter in de eerste plaats te maken met hedendaagse politieke en economische problemen en zeker niet met alleen cultuurverschil. Ook onder zogenaamde `moderne` Oeigoeren is verzet. Het zijn juist de goed opgeleide jonge Oeigoeren die het gevoel hebben dat ze een minderheid in eigen land zijn. Het gaat er niet om dat `traditionele` moslims culturele autonomie vragen; het zijn de Chinezen die in de regio een verregaande vorm van apartheid hebben doorgevoerd met een dubbele economie en een dubbel bestuur. Niet al die jonge Oeigoeren grijpen naar de radicale islam. Die suggestie wordt met dit soort verslaggeving makkelijk gewekt. Het probleem is veel complexer dan hier wordt geschetst.

    • Thijl Sunier Antropoloog