Japanse galmjazz laat trommelvliezen klapperen

Op de eerste avond van North Sea Jazz 2009 waren naast oude rotten ook vernieuwers te horen – de hippe jazzscene uit Japan. En nieuwe instrumenten.

Op de foto wordt BB King het festival terrein binnengerold in zijn rolstoel. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Kan een harp swingen als jazzinstrument? North Sea Jazz 2009 gaf het antwoord met maar liefst drie improviserende harpen. Ze zongen, fluisterden en konden op bepaalde momenten best grooven, zo bewees de Colombiaanse Edmar Castaneda, de bassnaren met percussieve technieken parend aan de melodie. Maar echt heet tussen alle snaren werd het nooit.

De eerste avond van North Sea Jazz maakte vooral nieuwsgierig: de eigenzinnige Amerikaanse musicus John Zorn als artist in residence, Japanse jazz uit de clubscene en ongewone jazzinstrumenten als de harp sierden de podia. Twintigduizend bezoekers kwamen, ondanks een metrostoring, naar het Rotterdamse Ahoy-complex om in de zestien zalen zowel publiekstrekkers als onbekend, aanstormend of anderszins vernieuwend aan te horen. Het festival was niet uitverkocht, iets waarop de festivalorganisatie de komende dagen wel hoopt. Het maakte het terrein ruim en overzichtelijk: zalen waren nooit te vol.

Druk was het bij de geknepen soul van zangeres Duffy, de gezellige verandablues van gitarist BB King – die even tevoren met rolstoel naar het podium was gereden, en de gelikte chocosoul van gitarist George Benson. Hen aan het werk te zien, is voorspelbare kost. De 83-jarige ‘Bluesboy’ King had nog zo aangekondigd dat hij nooit meer zou toeren. Toch gaf hij zich ruim een uur met verve, om weer gesoigneerd met hoedje en al in zijn rolstoel te worden terug gezet.

Ook het gracieuze spel van zijn oude jazzcollega Hank Jones (91) viel op. Met een verbazingwekkende souplesse en precisie reeg hij de noten aan elkaar, van ouderdom in het pianospel was geen sprake. Helaas viel dit wel bij mondharmonicaspeler Toots Thielemans te bemerken, die een aantal keer de draad kwijtraakte.

De jazz van de Japanse scene is op de Europese podia nog tamelijk onbekend. De hippe tak ervan, vooral populair in de clubscene, laat zich inspireren door traditionele Japanse en westerse jazz uit de jaren zestig en vult die aan met snelle soulgrooves en dansbeats. Het kwartet Quasimode had zich voor de gelegenheid uitgebreid met extra blazers. De Japanners deden van zich spreken met een warmbloedig hardbopavontuur, gemaakt voor de dansvloer. Opmerkelijk waren hun gedreven solo’s, ze enthousiasmeerden het publiek steeds meer.

Dat viel bij het hippe collectief Kyoto Jazz Massive een beetje tegen. Het klonk als een klok, maar er viel weinig authentieks te bespeuren. Twee donkere zangeressen jutten de boel op met loze kreten, terwijl de musici lichtzinnige jazzsounds produceerden. Dan slaagden de bizar uitgedoste musici met hanenkam en maffe kostuums van Soil & Pimp Sessions toch weer beter in hun vernieuwingsdrang. Rockende, snel afwisselende solo’s in gierend harde galmjazz die met de kracht van een straaljager de trommelvliezen doet klapperen. Wat een stel ongelofelijk blaffende honden.

Van een heel andere orde was de muziek die het enfant terrible van de New Yorkse experimentele scene, John Zorn, bracht in de eerste van zijn zes concerten dit weekeinde. Hij startte met The Dreamers, een voor zijn doen uiterst toegankelijk muziekwerk, dat laveerde van honingzoete melodietjes in kleine ritmische raamwerkjes tot spaghettiwestern-achtige sounds. De surfy filmmuziek leek licht, maar de muziek stak vernuftig in elkaar, met een xylofoon in de hoofdrol. Met minimale gebaren leidde de Zorn stoïcijns zijn band, zittend met zijn rug naar het publiek. Niet iedereen snakt naar aandacht.

Zo werd de eerste avond een goede opmaat voor wat komen gaat. Al deed die vooral uitkijken naar het echte grensverleggende werk dat zich met name op zondag aandient.

Verslag, twitter en foto’s op nrc.nl/kunst, twitter.com/nrcnext en nrc.tv