Homo's Irak doelwit milities

In Irak worden de laatste jaren systematisch homoseksuelen vermoord. De daders zijn in meerderheid shi’itische milities, met name die van Muqtada Sadr.

Homoseksuelen in Irak zijn doelwit van een systematische campagne van „seksuele zuivering”. „De bedoeling is Irak vrij te maken van homoseksuelen”, zegt Ali Hili, die de in Londen gevestigde Iraakse belangenorganisatie Iraqi LGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender) leidt. „Ik denk dat seksuele zuivering een adequate omschrijving is”, bevestigt Scott Long, expert van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Long is zojuist in Irak geweest voor een onderzoek naar de situatie. Volgende maand komt zijn rapport uit.

In een telefonisch interview, eerder deze week, zegt Hili dat de afgelopen vier maanden ten minste 68 homoseksuelen in Irak zijn vermoord, wat het totale aantal slachtoffers sinds 2004 brengt op 678, zowel mannen als vrouwen. Dat zijn allemaal gevallen waarvan Iraqi LGBT bewijs heeft. In antwoord op vragen per e-mail zegt Long dat het dodental waarschijnlijk veel hoger ligt. „De families en ook vertegenwoordigers van lijkenhuizen en ziekenhuizen staan onder zeer zware druk om de omstandigheden of motieven van moorden te verhullen, uit schaamte of angst. Een VN-functionaris met goede connecties zei in april tegen me dat sinds het begin van het jaar honderden homoseksuelen waren vermoord.”

De islam verbiedt homoseksualiteit, en in veel Midden-Oosterse landen zijn homoseksuele contacten strafbaar, in sommige landen zelfs met de dood. „Maar Irak is veel, veel erger dan andere landen in het gebied in termen van ongelimiteerd geweld en de mogelijkheden voor milities om mensen te vermoorden die ze verachten of als moreel marginaal beschouwen”, aldus Long.

De afrekening met homoseksuelen begon na de Amerikaans-Britse invasie van Irak in 2003 en de afzetting van Saddam Hussein. Saddam was een tiran, zegt Hili die zelf vóór 2003 uitweek, maar zijn bewind was niet religieus en er bestond een redelijke mate van seksuele vrijheid. Na zijn val trok de shi’itische meerderheid veel macht naar zich toe. Shi’itische fundamentalisten, die aanzienlijke invloed kregen, preekten haat tegen alle anderen: sunnieten, christenen, homoseksuelen. „De regering had er geen vat op”, aldus Hili. „De milities vermoordden iedereen die ze te pakken konden krijgen.”

Sunnieten spelen een veel geringere rol bij de moorden. Volgens Scott Long is er wel bewijs dat sunnitische extremisten, onder andere Al-Qaeda-in-Irak, mensen hebben afgerekend op hun seksuele oriëntatie, en ook dat sunnitische groepen nu actiever worden tegen homoseksuelen.

De ‘zuivering’ wordt tevens gezien in verband met antiwesterse gevoelens in reactie op de invasie. „Mensen denken dat homoseksualiteit wordt geïmporteerd door het Westen”, zegt Hili. Het is een factor die Iraakse christenen ook aanwezen toen zij in de zeer gewelddadige jaren 2006 en 2007 speciaal doelwit waren van doodseskaders.

De belangrijkste geestelijk leider van de shi’ieten, groot-ayatollah Ali Sistani, kondigde in 2005 een fatwa (islamitisch decreet) af tegen homoseksuelen. De vraag van een gelovige die tot zijn fatwa leidde, luidde: „Wat is het oordeel inzake sodomie en lesbianisme?” Sistani antwoordde: „Verboden. Straf, in feite de dood. De betrokken mensen dienen te worden gedood op de ergste, strengste manier van doden.”

De fatwa verdween in 2006 van Sistani’s website (sistani.org), maar volgens Hili blijft het decreet zijn funeste rol spelen. Scott Long zei dat te betwijfelen; hij denkt dat het decreet meer publiciteit buiten dan binnen Irak heeft gekregen door toedoen van activisten.

Maar er zijn meer fatwa’s afgekondigd tegen homoseksuelen. Een woordvoerder van de populistische shi’itische geestelijke Muq-tada Sadr wees een maand geleden nog op diens bevel de „verdorvenheid” die homoseksualiteit is uit te roeien. De woordvoerder, sjeik Wadea al-Atabi haastte zich daaraan toe te voegen dat het niet de bedoeling was daarvoor geweld te gebruiken. De enige remedie was volgens hem prediking en voorlichting. „Al-Sadr verwerpt dit type geweld [..] en iedereen die geweld gebruikt [tegen homoseksuelen] zal niet worden beschouwd als een van de onzen”, zei Abtahi volgens het persbureau AFP.

Maar juist in zijn bolwerk Sadr City in Bagdad zijn relatief veel homoseksuelen vermoord teruggevonden, en zowel Long als Hili wijst naar sadristen als voornaamste daders. Hili zegt dat ook de Badr-brigade, de vroegere gewapende arm van de invloedrijke Opperste Iraakse Islamitische Raad die inmiddels grotendeels in de veiligheidsdiensten is opgegaan, zich aan moorden op homoseksuelen schuldig maakt.

Amnesty International riep de shi’itische premier Nouri al-Maliki in april op homoseksuelen bescherming te geven. Gebeurt dat inmiddels? Scott: „Nee.” Hili: „De regering kan het niets schelen. Zelfs de minister van Mensenrechten doet niets. Die zei dat ze genoeg had van mensen die alleen maar kunnen praten over moorden op homoseksuelen.”