'Het leven is een pan op een sokkel'

Job Smeets en Nynke Tynagel, samen Studio Job, exposeren hun designkunst vanaf 14 juli in het Victoria & Albert Museum in Londen.

Nynke Tynagel en Job Smeets in hun studio in Antwerpen. De meeste meubels en kunstvoorwerpen hebben zij zelf ontworpen. Wolzak, Thijs

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

Nynke Tynagel: „Mijn moeder schilderde en mijn vader was ontwerper bij weverij De Ploeg in Bergeijk. Ons huis stond vol met Goed Wonen-spullen van bijzondere ontwerpers. En aan de muur hing moderne kunst van vrienden.”

Job Smeets: „Tot mijn 18de ben ik twaalf keer verhuisd. Alles veranderde voortdurend. Mijn vader restaureerde onder andere zeventiende- en achttiende-eeuwse schilderijen. Nynke ging met haar ouders naar een Keith Haring-tentoonstelling, ik ben opgegroeid tussen antieke klokken, schilderijen en meubels. Wij gingen naar veilingen en beurzen.”

Wanneer besloot u professioneel ontwerper te worden?

Job: „Ik zat in dienst. Een maat wilde naar de open dag van de Design Academy in Eindhoven. Als militair kreeg je daar een halve dag vrij voor, dus ik mee. Tot die tijd had ik erover gedacht om advocaat of kunstenaar te worden. De Design Academy leek me een mooie middenweg. Andere studenten droomden ervan een koffiezetapparaat of een broodrooster te ontwerpen. Daar heb ik nooit veel mee gehad.”

Nynke: „Mijn ouders hebben beiden in Eindhoven industriële vormgeving gestudeerd. Als kind ging ik met ze mee naar de eindexamententoonstellingen van de Design Academy. Het leek me het einde, die opleiding. Wat me zo aansprak? Het was een vrolijk puinhoopje.”

Al tien jaar bent u samen Studio Job. Hoe verdeelt u de taken?

Job: Ik teken iedere dag, een stroom van kleine tekeningen. Daarmee gaat Nynke verder. Nynke zit als enige achter de computer. In het Atelier in Breda, waar een team van kunstenaars werkt, begeleid ik de realisatie en ben ik betrokken bij de financiële kant van de studio’s in België en Nederland.”

Nynke: „We hebben eigenlijk geen specifieke taakverdeling. Alles loopt door elkaar als een gestroomlijnde chaos. Ideeën ontstaan vaak in de privésfeer: in de auto of tijdens een wandeling. We praten of puzzelen net zo lang tot we zeggen: ‘Dit is het.’ Zelden zijn we het oneens.”

Job: „Een verschil tussen ons is dat ik ambitieus ben. Ik neem niet snel genoegen met weinig. Nynke is rustiger. En dan doel ik niet op ons werk, daarin zijn we allebei perfectionistisch, maar op wat we willen bereiken.”

Nynke: „Ik zeg sneller ‘nee’.”

Job: „Ik ben een enorm slachtoffer. Op mijn zeventigste wil ik happy kunnen terugkijken, het gevoel hebben dat we het maximale eruit gehaald hebben. Psychologisch is het makkelijk te verklaren. Ik werd vroeger met sporten altijd als laatste gekozen, haha.”

Wat is het geheim van een geslaagd ontwerp?

Job: „Van de duizend schetsen voeren we er slechts een paar uit. Ieder nieuw werk is een bouwsteentje in ons oeuvre, staat in relatie tot eerder werk.”

Nynke: „We denken nooit aan de kijker, maar alleen aan onszelf. We zoeken naar authenticiteit, naar iets wat niet bestaat. Waarom we zware bronzen pannen en een koffiekan op een sokkel zetten? Er zijn al zoveel pannen gemaakt. Onze pannen en potten zijn monumenten of sculpturen, maar wel met een grote dosis relativiteitsbesef. Het leven is niet meer dan een pan op een sokkel, zoiets....”

Pannen waarmee je niet kunt koken – is uw werk vormgeving of kunst?

Nynke: „Die vraag wordt ons altijd gesteld. Zelf zijn we daar nooit mee bezig. Net als in het leven, loopt alles bij ons door elkaar.”

Job: „We leggen de weg af van design naar beeldende kunst. We zoeken naar openingen. Nu is in ons werk vaak nog een toegepast element te vinden. We maken geen sculptuur van een kat, maar een kat met een klok erin. Of een beeld van een clown die tegelijk een brandkast is. Het zijn allemaal vingeroefeningen voor onze droom: een tentoonstelling met schilderijen.”

Nynke: „Stapje voor stapje gaat het die kant op.”

Job: „Tegenwoordig wil iedereen al op z’n twintigste beroemd zijn. Wij hopen ons meesterwerk op ons zestigste te maken.”

Nynke: „En daarna gaan we samen oud zijn en op het platteland in een klein atelier beeldjes maken, die we in de lokale galerie verkopen.”

Wie is een voorbeeld voor u?

Nynke: „René Magritte, een beeldend kunstenaar die een gewoon leven leidde, maar heel bijzonder werk maakte.”

Job: „We identificeren ons liever met schilder James Ensor dan met designer Philippe Starck. Als we gewild hadden, zouden we nu ook een studio met veertig werknemers kunnen hebben. Maar de hele dag managen, zoveel mogelijk spullen designen, hotels inrichten en vliegtuig in, vliegtuig uit, dat willen we niet. Jezelf tijd gunnen, daarin zit de kwaliteit. Al het werk moet door je poriën gaan, anders wordt het niks.”

Wat is het mooiste compliment?

Job: „Dat we serieus werk maken. Dat klinkt misschien zielig, maar zo is het wel.”