Het is zinvol om PVV en het fascisme te vergelijken

Door gebrek aan diepgang is de vergelijking tussen PVV en fascisme weinig overtuigend. Toch is het goed om een nieuwe beweging historisch te duiden, stelt Ton Zwaan.

Emmelot, Sebe

Wat te denken van de forse electorale groei van de PVV bij de Europese verkiezingen op 4 juni? Landelijk kreeg de beweging ruim 16 procent van de stemmen, terwijl in sommige gemeenten meer dan 20 procent van het electoraat op de partij stemde. Waren het Tweede Kamerverkiezingen geweest dan had de PVV mogelijk 26 zetels behaald, zo’n 17 procent van het totale aantal zetels.

Na de snelle opkomst en ondergang van de LPF is de plotselinge groei van de PVV niet nieuw in het Nederlandse politieke landschap. Al langer zwalkt een aanzienlijk deel van de kiezers van de ene naar de andere partij. Verrassend is wel dat zoveel mensen hun stem hebben gegeven aan een beweging zonder democratische kenmerken, die evenmin beschikt over een coherent politiek programma.

Een beweging bovendien die geleid wordt door mensen die wel als Haagse parlementariërs uit de algemene middelen een goed salaris ontvangen, maar verder nauwelijks politiek-bestuurlijke ervaring hebben en aan wier competentie ernstig getwijfeld kan worden. De lijsttrekker bij de Europese verkiezingen bijvoorbeeld, blonk niet alleen uit door een volslagen gebrek aan visie op Europa, maar leek evenmin gehinderd door enige kennis over de verbanden tussen Nederland en de Europese Unie.

In de commentaren op de PVV die in de media zijn verschenen (zie hierboven) zijn soms vergelijkingen gemaakt met ontwikkelingen in de vroege jaren dertig in Europa; in het bijzonder met de toenmalige snelle groei en machtsvorming van fascistische en nationaal-socialistische bewegingen. Door gebrek aan diepgang zijn zulke vergelijkingen doorgaans weinig overtuigend. Tussen toen en nu bestaan immers aanzienlijke historische verschillen, zoals David Barnouw in het stuk hiernaast betoogt.

Toch kan historisch vergelijken een zinvolle manier zijn om een nieuwe, hedendaagse politieke beweging beter te begrijpen. Door de nieuwe beweging in het perspectief te plaatsen van soortgelijke bewegingen in het Europese verleden, kunnen opvallende familiegelijkenissen aan het licht komen.

Die overeenkomsten hebben vooral betrekking op de organisatorische en ideologische aard van de beweging, op de politieke stijl, de politieke doelen en de electorale aantrekkingskracht. Treffend zijn onder meer het steeds oproepen en voeden van vage gevoelens van wantrouwen, angst en haat, het in toenemende mate flirten met politiek geweld en het systematisch opbouwen van collectieve haatfantasieën.

Wat is de aard van de PVV-beweging in organisatorisch en ideologisch opzicht? Naar organisatie is de beweging overwegend autoritair, anti-democratisch en anti-liberaal. Het leiderschap is hiërarchisch gebonden aan één persoon rondom wie een zekere cultus van persoonsverheerlijking is ontstaan. Deze wijst naar willekeur op niet-transparante wijze geestverwante anderen aan voor beschikbare politieke functies. Over selectie en benoeming wordt geen verantwoording afgelegd, noch over de politieke koers en het gevoerde beleid. De macht van de leider wordt dus niet gecontroleerd. En bij gebrek aan een democratische partijstructuur zijn de volgelingen geen gelijkberechtigde partijleden, maar veeleer discipelen en aanhangers zonder inspraak.

Ideologisch pretendeert de beweging nationalistisch te zijn: men heeft voortdurend de mond vol over ‘Nederland’, het verondersteld Nederlands nationaal belang en over de noodzaak trots op Nederland te zijn. „Er is weer hoop voor het volk”, schreeuwde een opgetogen fractielid op de avond van de verkiezingsuitslag.

Ook dit nationalisme is hoofdzakelijk autoritair, anti-democratisch en anti-liberaal. Het gaat niet om de civiele variant van nationalisme, maar om de etnisch populistische variant, niet om de bevolking van Nederland als geheel, maar om het Nederlandse volk als een veronderstelde etnische groep. Het etnisch populisme is typisch een anti-beweging, een tegenpartij, heeft een ‘eigen volk eerst’-mentaliteit, is anti-intellectueel, grossiert in simplismen en vijandbeelden, neemt het niet zo nauw met de waarheid en denkt zwart-wit in etnische termen van wij en zij.

Het doel is niet zozeer om politiek-maatschappelijke problemen constructief op te lossen, maar vooral om op emotionele gronden allerlei vormen van onvrede en angst in de samenleving ten bate van eigen machtsvorming te mobiliseren. De politieke stijl van optreden is doorgaans provocerend, verbeten, slecht gemanierd, onverdraagzaam en humorloos.

In weerwil van alle mooie woorden van de PVV-leiding over vrijheid, tolerantie, de Nederlandse cultuur, de vrijheid van meningsuiting, de joods-christelijke waarden en zo meer, vertoont de beweging vrijwel alle kenmerken van etnisch populisme. Een kleine greep uit de leuzen en vijandbeelden moet hier volstaan: de Nederlandse cultuur moet dominant zijn, men heeft een broertje dood aan cultuurrelativisme, de Koran moet verboden worden, geld terug uit Brussel, weg uit Uruzgan, een immigratiestop (voor Turken en Marokkanen), afschaffen van de tbs, zwaardere straffen, moslimkolonisten zijn hier gekomen om ons te onderwerpen, kunst- en cultuursubsidies afschaffen, geen geld voor ontwikkelingssamenwerking, meldplicht voor bijstandsgerechtigden, denaturaliseren en uitwijzen, lokaal stemrecht van niet-Nederlanders afschaffen, keihard optreden tegen Marokkaanse straatterroristen, de Antillen meteen het Koninkrijk uit. Is dit ratjetoe het program van een partij voor de vrijheid? Nee, dit is het anti-liberale programma van een partij voor verbieden, straffen en ontrechten, voor opsluiten, uitsluiten en buitensluiten. De vijandbeelden vormen een bont geheel: het Haagse circuit – waar men zelf deel van uitmaakt – de elite, de grachtengordel, het criminele tuig, de linkse kerk, de kunst- en cultuurmaffia en, het meest schandelijk van alles, de moslims. Het enige vrouwelijke fractielid liet onlangs weten psychiatrische patiënten als „voorwaardelijke burgers” te beschouwen en een andere prominent meldde dat hij de leden van raden van commissarissen, „allemaal matsbaantjes”, graag „een doodtrap” zou willen geven. Hier worden op grof generaliserende wijze hele categorieën mensen zonder meer verdacht gemaakt en belasterd.

Het taalgebruik van de PVV begint steeds meer gewelddadige trekken te vertonen. Toen de leider nog VVD-fractielid was, schreef hij al de hoofddoekjes rauw te lusten. Maar inmiddels is gesuggereerd baldadige voetbalhooligans door hun benen te schieten en onwelgevallige journalisten hun neus af te hakken; speciaal de neus van tv-journalist Polak, waarmee zich plotseling een vleugje antisemitisme in de anderszins pal achter Israël staande beweging openbaarde.

De fractie waant zich voorts een knokploeg of een stoottroep in het parlement en het absolute dieptepunt tot nu toe werd bereikt toen de leider recentelijk op de Deense tv bekende dat hij eigenlijk vond dat miljoenen, misschien wel tientallen miljoenen moslims in Europa uitgewezen moesten worden.

Deze wensdroom is onthullend. Ten eerste is sprake van onhoudbare overdrijving: er zijn geen tientallen miljoenen moslims in Europa, maar naar schatting zijn 15 à 16 miljoen mensen binnen de Europese Unie afkomstig uit landen met overwegend moslims. Op de totale bevolking van de Unie, ruim 480 miljoen mensen, is dat ongeveer 4 procent. In Nederland is dat zo’n 7 procent. En die verdeelde minderheid zou in Europa en Nederland de boel gaan overnemen, zoals de beweging steeds beweert? Na het oproepen van dit ongefundeerde spookbeeld over de moslims volgt dan de sinistere oplossing: uitwijzen. Eruit, eruit, eruit!

Hier is geen enkel misverstand mogelijk: dit is typisch de collectieve haatfantasie van etnische zuiveraars, in de jaren tien in het Ottomaanse rijk, in de jaren dertig en veertig in Europa, in de jaren zeventig in Cambodja, in de jaren negentig in Joegoslavië en Rwanda. Binnen de haatfantasie van de PVV over mensen met een islamitische achtergrond wordt deze zeer divers samengestelde categorie gereduceerd tot de moslims met wie geen samenleven mogelijk zou zijn. Er wordt een kloof geponeerd die onvermijdelijk, onoverbrugbaar en onveranderlijk zou zijn. Daarmee toont de beweging zich een perfecte leerling van Osama bin Laden en de zijnen, die er met hun preken en hun terrorisme steeds naar streven de scheidslijnen tussen moslims en niet-moslims overal ter wereld zo scherp mogelijk te trekken. De PVV maalt niet om integratie, maar is juist uit op meer radicalisering en polarisatie tussen wij en zij.

Waarop berust de electorale aantrekkingskracht? In een nog altijd lezenswaardig artikel uit 1937 over Het nationaal-socialisme als rancuneleer heeft Menno ter Braak betoogd dat het nazistisch denken geïnspireerd werd door rancune en ressentiment, door heimelijke wrok, opgekropt haatgevoel en een verlangen naar wraak. Dat is ook de kern van het hedendaagse etnisch populisme: de PVV is de partij van de verongelijkten, van hen die hun draai met zichzelf en de wereld niet hebben kunnen vinden, die zich tekort gedaan voelen, die menen dat hun onrecht is aangedaan, maar niet weten op wat of wie zij zich zouden moeten wreken. Precies in die knagende behoefte voorziet de partij: ook al wordt het politiek niks, een stem op de beweging biedt in elk geval de mogelijkheid de eigen verongelijktheid kortstondig uit te leven.

Hoe zal het verder gaan? De overgrote meerderheid van de Nederlandse kiezers moet niets hebben van de PVV, die als moord-en-brandpartij ook niet in de Nederlandse politieke cultuur past.

In het streven naar meer stemmen zou de beweging zich kunnen omvormen tot een fatsoenlijke politieke partij. Maar die kans is klein gezien de aard van het leiderschap en de beweging: men leeft immers van de populistische leuzen, van de ongemanierde provocatie, van de verongelijktheid en de hetze. Resteert als mogelijkheid dat het electoraat nog iets groeit en de beweging vervolgens aan eigen impotentie en interne tegenstellingen ten onder zal gaan. Misschien moeten degenen die klaar staan om de PVV met een riante staatssubsidie te gaan ondersteunen of die nu al dromen van een CDA-PVV-VVD-coalitie daar toch nog maar eens goed over nadenken.

Dr. Ton Zwaan is verbonden aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies van de KNAW en aan de afdeling sociologie/antropologie van de Universiteit van Amsterdam.