Het begin van onszelf

Nederland, Rotterdam, 25-06-09 Hendrik Spiering. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Wanneer waren onze voorouders zoals wij nu zijn? Met onze unieke taalvermogens, onze sentimentaliteit, onze verslaving aan verhalen vertellen, ons messcherpe verstand, onze nieuwsgierigheid, onze trouw, onze verraderlijkheid? Sinds wanneer zijn wij zoals Shakespeare ons beschrijft? Ooit dachten we dat de mensheid begon in het paradijs. Adam was net zo’n mens als wij nu – zeker na die zondeval.

Dat verhaal geldt allang niet meer als waarheid. Maar de vraag blijft. Hoe oud zijn wij dan wel? Wáár wij vandaan komen is wel duidelijk. Zes miljoen jaar geleden splitste rechtoplopende mensapen zich af van viervoetige chimpansees. Die rechtopgaande tak bracht tussen drie en twee miljoen jaar geleden het mensengeslacht Homo voort: met grotere hersenen en een slank hardloperslichaam. En de oudste botten van onze soort Homo sapiens zijn 200.000 jaar oud.

Wanneer in die miljoenen jaren Homo werden wij wij? Niemand weet het. Ja, de hartverscheurende verhalen in spijkerschrift (ca. 4.500 jaar oud), de prachtige rotstekeningen en beeldjes uit de ijstijd (maximaal 40.000 jaar oud), dáárin herkennen we onszelf.

Maar verder? Als het echt pas 40.000 jaar geleden begon, datwij wij waren, waarom liep die anatomische moderne mens dan al vijf keer zo lang rond op aarde, helemaal identiek aan ons? Wat dééd-ie met al zijn hersenen? Waarom herkennen we zijn ware ziel niet in die oude brokjes oker en zijn simpele werktuigen, als-ie wel degelijk net zo was als wij?

De antropologe Sarah Hrdy schreef eerder dit jaar een prachtig boek Mothers and others, waarin ze betoogt dat wij al 1,5 miljoen jaar emotioneel modern (= invoelend, empathisch, altruïstisch) zijn. De taal en de scherpte van het verstand kwam later. Een originele gedachte. Maar wanneer kwam dat verstand dan? Wanneer werden we compleet onszelf?

In de zomerserie ‘Onkennis’ schrijven wetenschapsredacteuren over een opvallend gebrek aan kennis.