Getraumatiseerd, maar niet schrijnend genoeg

Soms mogen afgewezen asielzoekers toch in Nederland blijven als hun situatie schrijnend is. Of dat het geval is, bepaalt de staatssecretaris persoonlijk.

Wanneer is leed schrijnend genoeg? Advocaat Sandra Greve vraagt het zich af. Afgelopen maanden was zij druk met de Servische familie Bibic, de afgelopen twee weken non-stop. Maar donderdag werden Nejma (18), Erdal (15) en hun ouders op het vliegtuig gezet vanaf Schiphol, met acht bewakers. Terug naar Servië.

Het verzoek van Greve aan staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) om gebruik te maken van haar bijzondere bevoegdheid en de familie verblijfsrecht te geven, is afgewezen. De staatssecretaris kan in uitzonderlijke gevallen vreemdelingen een verblijfsvergunning geven als er sprake is van „schrijnende omstandigheden”. Ze deed dat sinds haar aantreden tot oktober vorig jaar 340 keer. Cijfers van dit jaar zijn er nog niet. In het geval van de familie Bibic deed ze het niet. Ze vindt hun situatie „onvoldoende onderscheidend”.

Het bijzondere aan de kwestie-Bibic is dat veel mensen de zaak wél onderscheidend en schrijnend vonden. Een Kamermeerderheid van PvdA, CDA, ChristenUnie en SP schreven twee gezamenlijke brieven aan Albayrak met het verzoek de familie toe te laten. Daarnaast had de familie veel sympathisanten om zich heen verzameld. „Als je ze ontmoet, dan denk je: wat een aardige mensen, dat nou net hún dit moet overkomen”, zegt een van hen.

Toch was er weinig hoop. Nejma, Erdal en hun moeder waren twee weken geleden tijdens het dagelijkse stempelen op het politiebureau in Groningen opgepakt en overgebracht naar het uitzetcentrum op Rotterdam Airport. Vader zat al vast in Zeist en ging ook naar Rotterdam. „Ik heb geen enkele hoop meer”, zei Nejma Bibic telefonisch vanuit het uitzetcentrum. „Ik voel me leeg en moe.” Veel meer kon ze niet zeggen, haar telefoonkaart was op. Een bevriende familie die het gezin afgelopen dinsdag bezocht, zegt dat Nejma en haar broer kilo’s waren afgevallen. Psychisch zitten alle gezinsleden er volkomen doorheen.

Het gezin Bibic – vader, moeder, Nejma, Erdal en twee oudere zusjes – woonde in een stadje vlakbij Kosovo, waar het in 1999 oorlog was. Ze vluchtten naar Nederland, de vader weigerde als moslim tegen broeders te vechten en deserteerde. In Nederland verbleven ze jaren in asielzoekerscentra. Nejma ging naar de mavo. Na jaren werd hun asielverzoek afgewezen. Servië was veilig genoeg.

In 2004 keerde het gezin terug naar Servië. De uitzetting ging toen bruusk, de gezinsleden werden ’s nachts gewekt en in pyjama naar het uitzetcentrum vervoerd. Er was geen medische overdracht geregeld. De vader heeft last van suikerziekte en extreem hoge bloeddruk. Twee kinderen gebruiken dagelijks medicijnen.

In Servië kreeg het gezin geen medische hulp, scholing of uitkering. Ze woonden naar eigen zeggen in een schuur, de kinderen konden niet naar school. Vader vreesde represailles en durfde nauwelijks bij zijn gezin te wonen. Ze leefden van 200 euro die ze maandelijks van een bevriend echtpaar uit Nederland ontvingen. De twee oudste meisjes trouwden uit wanhoop. Het bleken geen gelukkige huwelijken: één zusje verblijft in een psychiatrische kliniek in Genève, de ander leeft in Servië op straat met twee jonge kinderen.

Het was Nejma die vorig jaar augustus besloot te vertrekken. Ze haalde haar familie over mee te gaan. Ze liftten met een vrachtwagen naar Nederland. „Ik had geen leven en geen toekomst”, vertelde Nejma drie maanden geleden in het asielzoekerscentrum in Ter Apel, waar het gezin twee weken woonde. „Nejma maakt deze zaak zo bijzonder”, zegt Tweede Kamerlid Hans Spekman (PvdA). „Het gaat om een minderjarig meisje met een enorme wilskracht om iets van haar leven te maken, ondanks de trauma’s die ze heeft opgelopen. Deze meid draagt haar familie. Ze besloot haar familie mee te nemen naar het land waar ze ooit veilig was.”

In Ter Apel maakte Nejma een redelijk stabiele indruk. Zij was de organisator, sprak met ambtenaren, onderhield contacten en tolkte voor haar ouders. De ouders zijn nergens toe in staat. Uit de rapportage die orthopedagoog Margarite Kalverboer opstelde van Nejma en Erdal blijkt dat de kinderen zwaar beschadigd zijn. „Ze voelen zich totaal minderwaardig en waardeloos en hebben de zin in hun bestaan verloren.” Ze hebben dringend hulp nodig, stelt Kalverboer. „Terugsturen van Nejma en Erdal naar Servië is van een ongekende hardheid en een onverantwoord risico voor hun verdere ontwikkeling [...].”

Juridisch was de zaak erg zwak, zegt advocaat Sandra Greve van Collet Advocaten. „Maar menselijk gezien vond ik het juist een sterke zaak.” Hans Spekman. „Ze hadden Nederland min of meer vrijwillig verlaten. Dat de omstandigheden in Servië erbarmelijk waren en dat ze zwaar getraumatiseerd zijn, geeft hen geen recht op terugkeer. Volgens de regels. Maar het leven laat zich niet altijd in regels vangen. Je moet kijken hoe die uitpakken voor de individu.”

Albayraks overwegingen zijn onbekend. Justitie kan niets over individuele zaken zeggen. Albayrak schrijft dat ze het menselijk aspect heeft meegewogen. Spekman en Greve denken dat angst voor precedentwerking de doorslag heeft gegeven.