Dr. Zeepaard klapt met keien

Karel Knip

Water en water waar hard op is geslagen, daar kan niet veel verschil in zitten, zou je denken. Nou, zoek het maar eens goed uit.

Wat heb je nodig?

De zee of een zwembad waarin je kan staan. Twee stevige kiezelstenen. Desnoods hele grote glazen stuiters.

Wat moet je doen?

Neem in elke hand een kiezelsteen of stuiter en ga tot aan je borst in het water staan. Spring, alsof je een kleuter bent, als een bezetene op en neer en sla daarbij ook zoveel mogelijk met je handen op het water. Laat je dan snel onder water zakken en tik de stenen of de stuiters voortdurend hard tegen elkaar. Sla niet op je vingers! Wat je hoort is dat de toon van het tikken eerst laag is en snel stijgt en daarna niet meer verandert.

Hoe kan dat?

Al springend en slaand heb je heel veel luchtbelletjes in het water geslagen. Luchtbellen remmen de geluidsgolven een beetje af en daardoor klinkt het tikken van de stenen in het begin tamelijk laag. Maar de belletjes stijgen snel naar de oppervlakte en in water zonder bellen is de geluidssnelheid weer hoger. Daar is ook de toon hoger.

Meer: www.nrc.nl/kleinewetenschap