Deelgemeente Nederland

Dit jaar begint de Nederlandse politicologie met een grote ‘inspectie van de democratie’. Vanwege de grote turbulentie in het land en in Den Haag. Nu alvast een debat.

Nederland, Amsterdam, 22-06-2009 Politicologen debat aan de UvA PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Het politieke seizoen in Nederland had een stormachtig slot. De Europese verkiezingen wekten de indruk van een politieke aardverschuiving en gevestigde partijen openden een verbaal offensief tegen de winnaar, de Partij voor de Vrijheid.

Die turbulentie roept vragen op. Zoals accountants een bedrijfsboekhouding doorlichten, zo onderwerpen politicologen de Nederlandse democratie dit jaar aan een grootscheepse inspectie. Vooruitlopend op deze ‘audit’ belegde NRC Handelsblad een debat tussen vier politieke wetenschappers. Allereerst Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht, die na de Europese verkiezingen al eerder commentaar gaf in deze krant. En drie hoogleraren politicologie: Rudy Andeweg (Universiteit Leiden), Wouter van der Brug (Universiteit van Amsterdam) en Kees van Kersbergen (Vrije Universiteit). Gastheer was Jos de Beus, voorzitter van de Nederlandse Kring voor de Wetenschap der Politiek, die het gezelschap onthaalde in de chique Faculteitsclub van de UvA.

Er bestaat in Nederland kennelijk veel weerstand tegen de globalisering, het steeds intensiever grensoverschrijdende verkeer van mensen, kapitaal en informatie. Eerste vraag aan de politicologen: wat is de invloed van deze megatrend op de democratie?

Bovens: “De globalisering heeft vooral gevolgen voor het politieke landschap. Daarin zijn nieuwe scheidslijnen ontstaan. In Nederland waren er vanouds twee: confessioneel tegenover niet-christelijk en arbeid tegenover kapitaal. Die eerste scheidslijn is goeddeels vervaagd, de tweede minder. Daarnaast is een nieuwe, culturele scheidslijn gekomen, die betrekking heeft op de nationale identiteit: een scheiding tussen kosmopolitisch en nationalistisch. In andere Europese landen is dit eerder gebeurd. Wij maken wat dat betreft een inhaalslag. De jongste turbulentie in de Nederlandse politiek is vooral ontstaan door de opkomst van die nieuwe scheidslijn.”

Van der Brug: “Er zijn nu twee grote tegenstellingen: een sociaal-economische en een culturele. Partijen die links zijn in de ene kwestie zijn dat ook in de andere. Tegelijkertijd staat in West-Europa een grote groep burgers links als het om de handhaving van de verzorgingsstaat gaat, maar rechts als het gaat om de handhaving van een homogene samenleving.”

Andeweg: “We zien al veel langer dat sociaal-economisch linkse kiezers in culturele kwesties rechts zijn. Nu culturele kwesties opkomen, zijn nieuwe politieke entrepreneurs hier op ingesprongen.”

Van der Brug: “Op het punt van migratie gaapt er sinds het begin van de jaren negentig een gat tussen burgers en politieke elite.”

Waarom komen xenofobe partijen op?

Bovens: “Het gezicht van de Europese landen, ook dat van Nederland, is sterk veranderd. Niet alleen door de immigratie, ook doordat traditionele industrieën, die lang zijn beschermd, door de globalisering en de vrije markt van de EU worden bedreigd.”

Van Kersbergen: “Er heerst angst, onzekerheid. Mensen die weinig te verwachten hebben van de internationalisering staan tegenover hen die hoog zijn opgeleid en er wel iets van verwachten. Sinds de zuilen zijn geërodeerd, zijn er minder probleemoplossende mechanismen in de Nederlandse politiek. Vroeger werden belangenconflicten beslecht binnen één zuil. Mensen zijn intussen losgeweekt uit oude politieke verbanden en zijn wars geworden van politieke correctheid.”

Bovens: “Wie een hogere opleiding heeft, kan profiteren van de nieuwe kansen die globalisering biedt. Laag opgeleiden, ouderen, mensen met bijna verdwenen blauweboordenbanen voelen zich er eerder door bedreigd dan hoger opgeleiden. Het hangt samen met de ‘postindustrialisering’: de opkomst van de dienstensector, waarin vooral kennis van belang is. De vaardigheden van laag opgeleiden zijn inwisselbaar – je kunt er Polen voor aantrekken – die van hoog opgeleiden niet.”

In theorie is de Europese eenwording een antwoord op stuurloze globalisering. Maar dat wordt niet zo ervaren.

Bovens: “Europa was van meet af aan een liberaal project: één vrije markt. Dit bedreigde traditionele bedrijfstakken. Sociaal-economische en culturele besognes vallen hier samen.”

Andeweg: “Uit Europese verkiezingen kun je heel weinig opmaken. Er staat niets op het spel. En je moet de groei van de PVV niet te structureel duiden met een verhaal over scheidslijnen en scheuring. Er is geen fundamentele verandering in de samenleving. Het enige structurele gegeven is de wispelturigheid van het stemgedrag. Eén terreuraanslag en alles is anders.”

Bovens: “We zien onmiskenbaar een opkomst van populistisch rechts. Er is een enorm kiezerspotentieel op de nationalistische lijn. Dat lijkt me ook een structureel gegeven.”

Valt het vermogen van de democratie om de globaliseringschok op te vangen mee?

Van Kersbergen: “Het systeem blijkt enorm flexibel. Pim Fortuyn leidde een grote groep niet-stemmers de democratie binnen. Dat was een triomf. De crisis van de jaren zestig (toen de naoorlogse generatie te hoop liep tegen het Nederlandse regentendom, red.) viel ook mee. Het systeem is niet bezweken, maar paste zich aan. Toch loert er gevaar als de populistische golf een eigen dynamiek krijgt. Dat is overigens nog niet het geval.”

Bovens: “De lakmoesproef is of de PVV zich parlementair ontwikkelt. De Socialistische Partij is in tien jaar tijd van een actiepartij parlementair geworden. En Wilders is bij uitstek een parlementariër. Cruciaal is of hij dat blijft.”

Van der Brug: “Uit onderzoek blijkt dat partijen kiezers kwijtraken door zich buitenparlementair op te stellen. Kijk naar Italië. De neofascistische beweging MSI was een splinter. Zij kreeg pas een aardig stemmenaantal toen ze zich Alleanza Nazionale ging noemen en alle skinheads eruit gooide.”

Van Kersbergen: “In Italië gaat het populisme veel verder. Berlusconi past de wet aan aan zijn persoonlijke belangen.”

Andeweg: “Dat is Italië. Kiezers daar waren de instabiliteit beu. Italië had jarenlang twee kabinetten per jaar. Berlusconi bracht rust en dat wordt nog steeds gewaardeerd. In Nederland wijzen prominenten als SER-voorzitter Rinnooy Kan en Ed van Thijn naar de Republiek van Weimar; ze zijn bang dat het land door de opkomst van populisten onregeerbaar wordt. En dat is niet zo. De SP, ooit een marxistisch-leninistische splinter, is nu de PvdA van 1977. En de standpunten van de PVV wijken alleen af op multiculturele thema’s.”

Is Wilders’ pleidooi voor gericht schieten op Marokkaanse relschoppers het einde van de Nederlandse gedoogcultuur?

Bovens: “Hij is in dat opzicht wel radicaal, maar hij staat in een autoritaire traditie. Denk aan de VVD’ers Hans Wiegel en Johan Remkes. Laten we eerst eens kijken hoe hij zich ontwikkelt.”

Van Kersbergen: “Wilders appelleert aan een xenofobisch sentiment. Maar angst voor vreemdelingen is nog geen haat. Je kunt wel zeggen dat xenofobie netjes is geworden.”

De leuze ‘minder Brussel’ werft blijkbaar. Dansen Nederlandse politici echt naar de pijpen van EU-bureaucraten?

Bovens: “Nee. De rol van nationale parlementen is versterkt. Er is sprake van publieke en democratische verantwoording. Bevoegdheden worden zowel horizontaal als verticaal teruggepakt, althans formeel.”

Van Kersbergen: “Speculaties over het einde van de nationale staat zijn nergens op gebaseerd.”

Andeweg: “Maar de globalisering vormt wel degelijk een nieuwe uitdaging voor de democratie. Hoe vertaal je wensen van de bevolking naar dat internationale niveau? Er is hoogstens sprake van retrospectief stemgedrag, een afrekening achteraf. Een mandaat vooraf is veel moeilijker.”

Van der Brug: “Er is wel verantwoording en er is ook controle, maar de keuze voor meer marktwerking in de EU is gemaakt zonder een duidelijk mandaat, zonder steun van de kiezers. En de samenstelling van de Europese Commissie houdt met geen enkele verkiezingsuitslag rekening.”

Van Kersbergen: “De ‘checks and balances’ zijn toch versterkt?”

Andeweg: “In jouw systeem, Kees, zijn kennelijk geen burgers nodig. De vraag aan het begin was: welke gevolgen heeft globalisering voor de democratie? Wel, het is onduidelijk hoe we globalisering democratisch moeten organiseren. Er is geen reden tot zorg over de rechtsstaat, over de toetsing van mensenrechten. Maar de band met de bevolking is wél problematisch. Het probleemoplossend vermogen van nationale democratieën is verminderd, en dat vergroot de kansen van populisten. De supranationale technocratische besluitvorming beperkt de beslissingsvrijheid op nationaal niveau. Nederland is een deelgemeente geworden.”

Europese landen verschillen onderling, maar overal is sprake van afnemend vertrouwen in de politiek. Is er zoiets als politieke malaise en zo ja, waar ligt dat aan?

Bovens: “Als je kijkt naar het politieke vertrouwen, dan zie je een golfbeweging, maar zeker geen fundamentele afname. Langere tijdreeksen laten geen structurele daling zien. Tot november 2001 was er een opgaande golf, daarna zette een daling in. In de afgelopen vijf jaar heeft het vertrouwen zich weer geleidelijk hersteld; het is nu terug op het niveau van midden jaren negentig. Alle metingen – Eurobarometer, Sociaal en Cultureel Planbureau – laten hetzelfde beeld zien. Hoe dat te verklaren is? De piek in 2001 was een effect van ‘9/11’: rally around the flag. Het barsten van de internetzeepbel leidde tot een kortstondige economische neergang en een navenante dip in het vertrouwen.”

Van der Brug: “Het vertrouwen in de politiek volgt de beweging van de economie, het consumentenvertrouwen.”

Bovens: “Ja. De dip was dieper in Nederland, maar de piek was hier ook hoger. Nederland staat in de top-5 wat betreft vertrouwen in de instellingen. Er bestaat hier een zeer groot vertrouwen in de democratie – 75 procent – en de trend is positief. Zelfs de dip viel hoger uit dan het vertrouwen in de jaren zeventig. Dit staat overigens los van vertrouwen in de zittende regering en in de gevestigde politieke partijen. Dit wijst op emancipatie van de kiezer, op volwassenheid, niet op malaise van het systeem.”

Andeweg: „Die veelbesproken ‘kloof’ bestaat helemaal niet. Er is geen malaise van het politieke systeem, wél van de politieke partijen.”

Van Kersbergen: „Die scoren overal slecht. Het vertrouwen in de partijen was het grootst in de jaren vijftig, de wederopbouw.”

Andeweg: „Waarom is het vertrouwen in de partijen afgenomen? De literatuur geeft twee verklaringen. De eerste is individualisering, de afnemende neiging van mensen om zich te binden aan een organisatie. Men gaat nu liever naar de sportschool dan lid te worden van een voetbalclub. De tweede verklaring is dat politieke partijen zich hebben afgewend van het volk. Wie doet er tegenwoordig nog aan ledenwerving? Politieke partijen hebben de staat ontdekt als geldbron. Subsidies zijn belangrijker geworden dan contributies. Meer dan de helft van het partijeninkomen komt nu van de staat. Partijen zijn semi-staatsorganisaties geworden.”

In de jaren vijftig waren politieke partijen de verbinding tussen de keukentafel, de sfeer van de gezinnen, en de hogere politiek, de sfeer waar wetten werden gemaakt.

Bovens: “De verzuiling versterkte dit, gaf de partijen wortels. En de ontzuiling heeft de desertie versneld. In België bestaat die verbinding nog een beetje. De Nederlandse kiezer is binnen één generatie los geraakt van de politieke partijen.”

Van der Brug: “Partijen richten zich meer op kiezers dan op leden, maar dat is geen reden om van een crisis of van malaise te spreken.”

Andeweg: “Er is maar weinig vertrouwen over. In Italië hebben de kiezers met maar liefst 90 procent de subsidiëring van partijen weggestemd. Subsidies zijn voer voor populisten.”

Van der Brug: “Subsidiëring van partijen garandeert politieke gelijkheid aan de aanbodzijde van de electorale markt. Vanuit democratisch oogpunt is dat beter dan particuliere financiering. Fondsenwerving leidt tot agressievere campagnes en mogelijk tot corruptie.”

Andeweg: “De SP ging hierin voorop.”

Stel: het worden allemaal campagnepartijen, die hun eigen broek moeten ophouden.

Bovens: “Dan zal het vertrouwen nog verder afnemen. De grote schandalen in de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk gaan over partijfinanciering. Dat is een bron van corruptie en van een afnemende legitimiteit.”

Van Kersbergen: “Er zijn wel degelijk tekenen van malaise. Die uit zich op verschillende manieren. De verzuilde samenleving legde een band tussen kiezer en vertegenwoordiger. Er waren grootse sociaal-politieke projecten, zoals het debat over de AOW halverwege de jaren vijftig. Daarna was er sprake van een onttovering van de politiek. Partijen bieden nu geen perspectief meer, hebben geen plan.”

Bovens: “Onttovering is ook ontvoogding.”

Van Kersbergen: “Zonder die projecten is er een democratische leegte. Het enige hedendaagse alternatief is groen, het klimaat.”

Van der Brug: “Wat ik mis is: hier staan we voor, dat is wat we willen. Er zijn grote sociale problemen – de toekomst van de verzorgingsstaat, de integratie van grote minderheden – en toch hebben grote politieke bewegingen als de sociaal-democraten en de christen-democraten geen verhaal.”

De populisten hebben wél een verhaal.

Bovens: “De monoculturele natiestaat!”

Van Kersbergen: “Meer dan dat. Ze bieden bescherming: tegen de EU en tegen immigranten.”

Bovens: “Het gaat nu ook over binding en identiteit. Wat is hét project van nu? De boel bij elkaar houden. Job Cohen en Ahmed Aboutaleb zullen later de Wibauts van deze tijd blijken te zijn. Tastend, uitproberend. Misschien wat minder enthousiasmerend.”

Populisme is emotiepolitiek.

Bovens: “Zeker in een tijd waarin mensen zich niet meer binden aan een bepaalde formatie, moeten partijen aspiraties kanaliseren. Maar coalities vereisen compromissen. Bij elke keuze worden mensen teleurgesteld. Die compromissen worden er in de media uitgelicht en dat verdiept de malaise.

Andeweg: “De grote verhalen heetten vroeger ideologieën. Een partij nam je mee met zijn visie.”

Bovens: “Nu beleven we de opkomst van de ‘one issue’-bewegingen.”

Van der Brug: “Politieke partijen worden steeds meer campagnemachines, om verkiezingen te winnen.”

Andeweg: “De definitie van een politieke partij is vanouds ‘een organisatie die kandidaten stelt voor verkiezingen’. Het zal gaan om de vormgeving van die organisatie. Misschien wordt die vloeibaarder, worden personen belangrijker. Het aantal voorkeursstemmen neemt opvallend toe.”

Van der Brug: “Het belang van mediapresentatie neemt toe, die van de binding met kiezers af.”

Andeweg: “Niet te snel. Bij congressen van de SGP en de SP en op jongerendagen van de EO staan de perrons nog steeds afgeladen vol. Aan de andere kant kun je nu twee weken voor de verkiezingen een partij oprichten en nummer twee worden. Kijk maar naar Fortuyn. Partijen worden minder georganiseerd, internet wordt belangrijker bij de mobilisatie en communicatie. Gooi het open, we zullen wel zien. Wel of geen leden, wie kan het wat schelen? Democratie is niet voor bange mensen. En toch moet er een verbinding tot stand komen tussen een steeds vormlozer electoraat en rivaliserende groepen in parlement en regering die keuzen moeten maken.”

Van der Brug: “Er is ook een tegenbeweging mogelijk: ideologische herprofilering.”

Andeweg: „Dan moet er wel een project zijn, inhoud.”

Wat zijn actuele, urgente projecten?

Bovens: “De immigratiesamenleving. De weg daarheen voert langs twee verschillende routes: kosmopolitisme en nationalisme. GroenLinks en D66 hebben daarin een duidelijke keuze gemaakt. De PvdA lukt dat niet. Die moet gokken op een lange en diepe recessie, zodat ze zich op de sociaal-economische lijn kan profileren.”

Van der Brug: “Hét sociaal-democratische project is de verheffing van de nieuwe onderklasse van immigranten.”

Andeweg: “De sociaal-democraten laten pijnlijk na om het neoliberale project failliet te verklaren en de leuze ‘minder staat’ om te draaien.”

Eerherstel voor de staat?

Andeweg: “Ja.”

Van Kersbergen: “Voor het CDA luidt het project ‘gemeenschap’, vereniging van het middenveld. Dat is vanouds een sterk verhaal. En de religie is ten onrechte dood verklaard.”

Andeweg: “Ook de migrantenpolitiek hoort thuis in een CDA-project. Denk aan het oude idee van Anton Zijderveld: een CDA zonder C.”