Dé vakantiestoel: comfortabel en compact

Veel geld betaald voor een vakantiehuis en daar buiten op een ongemakkelijke stoel zitten? Dat niet! Neem altijd je eigen stoel mee op vakantie.

Brink, Lars van den

Vreemd, toch? Inconsequent, dat vooral. Thuis staan de makkelijkste stoelen, ligt het bed het lekkerst en is de keuken van alle gemakken voorzien. En dan, elk jaar weer, in het seizoen van fijnste temperatuur en meeste daglicht, laten miljoenen dit comfort achter zich om wekenlang ongemakkelijk te liggen en beroerd te zitten.

Ik kan erover meepraten. Als scholier en student fietste ik ’s zomers duizenden kilometers en kampeerde wild in knollenvelden achter boerderijen. Wat waren wij eenvoudig toen. Later, met mijn jonge gezin, ontdekten we de vreugde van de vakantiewoning. Fraaie ligging, goed ingerichte keuken, maar vaak een te kort bed (waarom blijven mensen in zuidelijke landen eigenlijk relatief klein? – ook vreemd, allerlei planten groeien er uitbundig...) en: veel te vaak hopeloos slechte stoelen op het zonovergoten terras. Plastic stoelen, uit één mal gegoten, één gaatje in de zitting voor ventilatie en drainage, maar het is vooral plakken en zweten op het smoezelige kunststof. En erger: geen steun voor schouders en hoofd. Terwijl dat toch een voorwaarde voor vakantiegeluk is: de drie-eenheid van luie stoel, meeslepend boek en schaduw van een boom.

Er zijn mensen die hun eigen hoofdkussen meenemen op vakantie. Ik ook. Er zijn mensen die hun eigen stoel meenemen op vakantie. Ik ook!

Vooral om dit laatste ben ik vaak door reisgenoten uitgelachen. Haha, daar heb je hem weer met z’n eigen klapstoel. Maar hoe vaak kon ik diezelfde ginnegappers vervolgens schaamteloos zien neerploffen in mijn stoel? Opa vertelt dan graag over de Amerikaanse huistiran Archie Bunker in de tv-serie All in the family uit de jaren zeventig: ‘Go out of my chair, Meathead!’

Inmiddels ben ik toe aan mijn derde vakantiestoel. Want er is een probleem. De optimale vakantiestoel moet twee uitersten verenigen. Enerzijds: compact opvouwbaar zijn tot bijna niks. Anderzijds: groot genoeg zijn om het luie zitten mogelijk te maken. Die stoelen zijn in soorten en maten te koop. Niet de constructie, maar de gebruikte stoffering is de zwakke schakel. Dun doek is meestal té synthetisch, waardoor het niet ‘ademt’. Canvasachtig materiaal voelt beter, maar zakt al snel door. De oplossing: een nieuwe stoel kopen zodra het zitcomfort afneemt en de ouwe stoel weggeven aan de reisgenoot die het hardst lachte.

    • Gijsbert van Es