De stress van de tijdreiziger

Deze zomer bespreekt een panel van Dr. Zeepaard elke week een vraag. Vandaag: zou je in een andere tijd willen leven?

De vijftienjarige Dolf in een tijdmachine, in Kruistocht in spijkerbroek. Benelux Film Distribution

Vandaag zitten Wisse, Lucie, Valerie en Julian weer om de tafel. In hun lokaal op de Amsterdamse montessorischool Maas en Waal ruikt het nog naar de uien en de aardappelen die ze bij biologie doormidden hebben gesneden. Maar nu gaat het over iets anders. Over de vraag: zou je in een andere tijd willen leven?

“Ja hoor”, zegt Julian enthousiast, “want als je ver teruggaat in de tijd hoef je lekker geen geschiedenis meer te leren.” “Maar Julian”, werpt Lucie tegen, “in de Middeleeuwen veegden de mensen poep af met hun hand. Zo fijn is het heus niet om in het verleden te leven.”

Het was ook maar een grapje. In het echt zou Julian liever een klein eindje terug gaan in de tijd. Naar de ‘seventies’. “Ik ben een muziekfan en dan zou ik de Beatles en de Rolling Stones kunnen zien optreden.”

Valerie had wel een paar jaar eerder geboren willen worden, zegt ze. “Nu was ik pas twee jaar in 2000, maar het lijkt me heel leuk als je nog weet hoe Oud en Nieuw toen was.”

Maar als ze echt mochten tijdreizen, zeggen Valerie, Lucie en Wisse na even nadenken, dan zouden ze liever naar de toekomst gaan dan naar het verleden. Neem de tijd rond het jaar 1212 die Thea Beckman beschrijft in Kruistocht in spijkerbroek. Wisse: “Er was honger en er waren ziektes waar geen medicijnen tegen waren. Zo wil je niet leven.”

Alleen Julian zou níét naar de toekomst willen reizen. “Ik zou er alleen héél kort willen kijken, want stel dat je net aankomt, vijf uur voordat de aarde ontploft...” “Ja, als je het zo bekijkt”, zegt Wisse, “dan wil ik in geen enkele andere tijd leven. Het verleden is niet fijn en de toekomst is onbekend.”

Maar als het nu veel beter is dan vroeger, dan is de toekomst toch nóg beter? Lucie: “Nou, misschien lopen de mensen dan wel met gasmaskers op omdat er allemaal viezigheid in de lucht zit.” Wisse: “De ijsberen zijn dan uitgestorven.” Julian: “En de vogels misschien ook wel door die vieze lucht.” Volgens Valerie kan dat ook meevallen: “Misschien wordt het juist beter, omdat we dan zonne-energie hebben.” “Ja, en mobieltjes die je oplaadt met windenergie – met een molentje erop”, valt Lucie bij.

Als een tijdmachine iemand uit de Middeleeuwen naar ons kon toehalen, hoe zou die jongen of dat meisje zich dan voelen? Julian: “Die denkt misschien dat raketten vuurspuwende draken zijn en auto’s monsters.” Wisse: “Laptops en computers zijn voor hem magie.” Valerie: “Ik denk dat hij telefoons eng vindt.”

“Weet je”, zegt Wisse dan, “ik denk dat hij zou doodgaan van de stress.” “Nou, dat geloof ik niet, hoor”, zegt Lucie. “Jawel”, houdt Wisse vol, “als je ineens tussen al die slimme mensen terechtkomt!” “Dat is wel zo”, beaamt Lucie, “mensen hebben steeds grotere hersenen gekregen.” Maar Valerie en Julian zijn het er niet mee eens. Valerie: “Wij hebben wel slimme uitvindingen gedaan, maar we zijn niet in alles slimmer.” Julian: “Ja, nu doen we de hele tijd computerspelletjes, maar vroeger wisten mensen bijvoorbeeld heel veel van planten.”

    • Margriet van der Heijden