Contador provoceert Armstrong op Arcalis

In de eerste bergetappe van de Tour de France opende Alberto Contador de aanval. Hij passeerde ploeggenoot Lance Armstrong in het algemeen klassement.

Astana rider Alberto Contador of Spain cycles to the finish line during the seventh stage of the 96th Tour de France cycling race between Barcelona and Andorre Arcalis, July 10, 2009. REUTERS/Charles Platiau (ANDORRA SPORT CYCLING) REUTERS

Op tweeënhalve kilometer van de finish op Arcalis, de eerste aankomst bergop van deze Tour, reed Lance Armstrong naast ploeggenoot Andreas Klöden op kop van een uitdunnend groepje met favorieten. Alles onder controle, alles volgens plan. Tot The Boss links van hem ineens Alberto Contador zag wegschieten. Zoals hij zichzelf jarenlang lanceerde op de laatste berg, pakte nu zijn Spaanse ploeggenoot in korte tijd 21 tellen winst. Daardoor passeerde de Tourwinnaar van 2007 de Amerikaan nipt in het algemeen klassement, met twee seconden verschil.

Lange tijd leek de etappe in de Pyreneeën weinig spektakel op te leveren. Een groep vroege vluchters kreeg volop ruimte om op de slotklim te strijden om ritzege en gele leiderstrui. De Franse debutant Brice Feillu, jongere broer van geletruidrager van vorig jaar Romain, soleerde naar de winst. De Italiaan Rinaldo Nocentini hield net genoeg voorsprong over om het geel over te nemen van de Zwitser Fabian Cancellara. Contador naderde de renner van het Franse Ag2r na zijn furieuze demarrage tot op zes seconden.

Direct na afloop maakte Armstrong, die in de groep met favorieten als Cadel Evans, Carlos Sastre, Denis Mensjov en de broers Schleck eindigde, een licht geïrriteerde indruk. Journalisten moesten niet te dicht in zijn buurt komen. „Nee, dit was niet het plan. Maar ik verwachtte ook niet dat alles volgens plan zou verlopen.”

Tot vlak voor het einde leken gisteren in Andorra de oude tijden van US Postal en Discovery Channel te herleven. De ploeg van Armstrong domineerde de wedstrijd volledig, net zoals van 1999 tot en met 2005, voor zijn comeback. Luxe knechten als Haimar Zubeldia en Jaroslav Popovitsj gaven gas op de 10 kilometer lange slotklim naar Arcalis, later gevolgd door nog luxere knechten als Levi Leipheimer en Andreas Klöden. Niemand die het Astana-collectief durfde aan te vallen, ook al door de harde wind.

In de eerste Tourweek had Armstrong (37) alles in en rond de Ronde van Frankrijk opnieuw naar zijn hand gezet. In de ploegentijdrit kwam hij tot op duizendsten van het geel, na afloop hield hij als vanouds een indrukwekkende persconferentie. Zonder hem was het de afgelopen jaren een zooitje geweest, daar kwam het op neer. En hij trok er de genadeloze blik bij van een Romeinse keizer. Iedereen, tot voorzitter Pat McQuaid van de internationale wielerunie toe, knielde dankbaar voor de teruggekeerde recordwinnaar.

Intussen hield Contador (26) zich vooral rustig. De winnaar van Tour, Giro en Vuelta verschilt in veel dingen van zijn Amerikaanse ploeggenoot. Hij woont in een rijtjeshuis in Pinto, een slaapstadje onder Madrid, waar hij het liefst zijn tijd doorbrengt met familie en jeugdvrienden. Voor hem geen jetset of zakenimperium. De machtsstrijd in de Astanaploeg tussen de Kazachstaanse sponsors en Armstrong was aan hem niet besteed. Als de toekomst van de Spaanse renners en personeel maar was gegarandeerd. En altijd een vriendelijke glimlach, zeker geen grote woorden.

In één ding verschilt Contador niet van Armstrong. „Het zijn allebei killers”, typeerde assistent-ploegleider Dirk Demol onlangs in de Dauphiné. Na de openingstijdrit, waarin hij 22 tellen sneller was dan Armstrong, greep Contador gisteren ook de tweede gelegenheid direct aan om te tonen wie individueel de betere renner is. Een aanval van de Belg Jurgen Van den Broeck nam hij als vrijbrief voor een onweerstaanbare reactie.

Armstrong kon niet volgen, maar toonde zich wel sterker dan in de Giro, waarin hij als twaalfde eindigde. De toonaangevende renners van de vorige Tour, van wie Rabokopman Denis Mensjov zich herstelde van een zwakke eerste week, konden de Amerikaan niet lossen en kijken in het klassement nog altijd tegen behoorlijke achterstand aan. Alleen het Garminduo Bradley Wiggins (die verrassend goed klom) en Christian Vandevelde, de Duitse belofte Tony Martin en Andy Schleck staan nog binnen de twee minuten van de twee Astana-kopmannen.

En de onderlinge strijd? Ploeggenoot Benjamin Noval, niet geselecteerd voor de Tour, klapte eerder uit de school over de verhoudingen in de sterrenploeg. „De sfeer is slecht sinds Armstrong erbij gekomen is. Er zijn clans. Bruyneel respecteert Contador niet.”

Bruyneel lachte gisteren na afloop alleen maar dat hij liever had gezien dat de vluchtgroep meer voorsprong had genomen. Verder benadrukken ze bij Astana, dat ook Leipheimer en Klöden in de topzes heeft, het motto ‘samen sterk’. „De ploeg is het probleem niet”, zei Armstrong, een beetje zuur. Zijn probleem is Contador.

    • Maarten Scholten