China en de staatsgeheimen

Het lijkt op een roman van John le Carré. Vier werknemers van Rio Tinto, het Brits-Australische mijnbouwconcern, zijn in China gearresteerd op verdenking van het stelen van staatsgeheimen. Deze ontwikkeling zou ernstige gevolgen kunnen hebben.

Op het eerste gezicht lijkt het om een wraakactie te gaan. Rio heeft zich vorige maand op het laatste moment teruggetrokken uit een voorgenomen fusie van 19,5 miljard dollar met het Chinese metaalbedrijf Chinalco. Daardoor liep de trots van het Chinese bedrijfsleven een gevoelige klap op.

En het was niet de eerste keer dat een groot Chinees bedrijf er niet in slaagde een huwelijk met een westers bedrijf tot een goed einde te brengen. Bovendien lijkt Rio zout in een open wond te hebben gestrooid: naar verluidt heeft het concern een hogere prijs voor zijn ijzererts bedongen dan de Chinese staalmakers aanvankelijk wilden betalen.

China hanteert een brede definitie van het begrip ‘staatsgeheimen.’ Daarbij kan het net zo goed gaan om doodgewone zaken als de staatsplannen voor grondgebruik als om sinistere zaken als het jaarlijkse aantal geëxecuteerden. Omdat de ijzerertsonderhandelingen van China plaatsvinden met grote staatsbedrijven in rokerige achterkamertjes is het niet ondenkbaar dat functionarissen van Rio iets hebben gehoord dat ze niet hadden mogen horen.

Buitenlandse bedrijven zullen de arrestaties waarschijnlijk als een bevestiging zien van hun vermoeden dat het Chinese bedrijfsleven onlosmakelijk met de staat verbonden is. Deze zorgen waren al toegenomen door het tegenhouden van de overname door Coca Cola van de vruchtensappen van Huiyuan in maart en door de begeerte van Chinalco naar bestuurszetels bij Rio.

Als het enige gevolg hiervan zou bestaan uit verminderde buitenlandse investeringen, zou dat geen ramp hoeven zijn. China heeft immers zo’n 2 biljoen dollar aan buitenlandse valutareserves achter de hand. Maar het risico doet zich vooral gelden op het terrein van de handel. Onvoorspelbaar, schijnbaar paranoïde gedrag kan van China in de ogen van mogelijke westerse partners een nieuw soort Rusland maken.

Zelfs kleine daden van grensoverschrijdende agressie kunnen olie op de protectionistische vuurtjes gooien. President Barack Obama moet binnenkort beslissen over een plan om importtarieven op te leggen aan Chinese autobanden. De Indiase aantijgingen dat China zich aan dumping schuldig maakt, worden talrijker.

Chinese politici begrijpen een eenvoudige vergelijking: handelsbarrières betekenen minder exporten, hogere werkloosheid en sociale onrust. Na de rellen in de noordwestelijke provincie Xinjiang is dat een extra zorg die China kan missen als kiespijn.

John Foley

    • John Foley