Als kind al crimineel

Jonge criminelen kun je celstraf geven. Maar je krijgt ze zo niet op het rechte pad. Wat helpt wel? Zo vroeg mogelijk ingrijpen? Dagbehandeling? Een zoektocht in ‘de justitiële keten’.

Nederland, Sassenheim, 17-06-2009 Woonkamer in de jeugdgevangenis Teylingereind in Sassenheim. LET OP: ALLEEN TOESTEMMING VOOR PUBLICATIE BIJ ARTIKEL LAURA STARINK NRC WEEKBLAD. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Rondom de tafel zitten vier jongens. Een Dominicaan, een Antilliaan, een Marokkaan en een rossige Litouwer, door de anderen Lee Towers genoemd. Ze zijn veertien, zestien en zeventien jaar. Op tafel liggen twee vellen papier. Op het ene staat ‘Dader’, op het andere ‘Slachtoffer’. „Wat is een dader?”, vraagt trainer Richard. Een dader is iemand die iets doet, zegt de een. Een dader is iemand die dingen voor je verpest, zoals de rechter, de officier van justitie, meent de ander. De daders zijn onze ouders, die ons op deze wereld hebben gezet, grapt een derde.

„Wat is een slachtoffer?”, vraagt Richard. Ik ben het slachtoffer van het Openbaar Ministerie, die hebben mij genaaid, roept de Marokkaan. Mijn slachtoffer was een buschauffeur, zegt de Antilliaan. „Ik heb hem met een stanleymes bedreigd.” Voor twintig euro, sart de Marokkaan. Van mij mogen ze allemaal wegrotten, die slachtoffers, zegt de Marokkaan kwaad. „Ik ben het slachtoffer van de groepsleiding. Ik kan jullie allemaal wel vermoorden! Jihad!” De Dominicaan zit zich zwijgend aan de anderen te ergeren. En Lee Towers zegt: „You are mad, you are talking and talking and she writes down everything!” Richard blijft rustig en beleefd. „Goed punt heb je daar, Mo.”

De Antilliaan gooit het over een andere boeg: „Ik ben onschuldig. Ik ben net 14 geworden! Ik word hier gek. Buiten ben ik een normale gozer!” Richard vraagt: kijk je weleens naar jezelf? Ja, zegt de Antilliaan, als ik mijn haar doe. Een bulderende lach.

Deze jongens wonen op de Nes, een groep van twaalf gedetineerden in jeugdgevangenis Teylingereind bij Sassenheim. Jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 7.300 jongeren terecht in een Justitiële Jeugdinrichting. In voorarrest, met een gevangenisstraf, PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen, jeugd-tbs) of uit voorzorg. De twaalf op de Nes zitten in voorarrest. De jongste is 13 (brandstichting) en de oudste 17 jaar (autokraak). De anderen zitten hier voor poging tot moord, gewapende overval op een juwelierszaak, bedreiging met een mes, poging tot doodslag, neersteken na bedreiging, bromfietsdiefstal, vechtpartij met ernstig letsel en mishandeling.

Ernstige zaken. Maar celstraf helpt niet. Van de gevangenen vervalt 80 procent binnen vijf jaar in herhaling. „Dit is geen successtory”, beaamt Loek Dijkman, psycholoog en directeur behandeling van Teylingereind. „Maar als je hier binnenkomt, ben je zelf al niet bepaald een successtory. En als je niet ingrijpt, is de recidive 100 procent.”

Jeugdinrichtingen als Teylingereind zijn het eindstation in de criminele jeugdketen. Ze hebben het niet makkelijk. Ze zijn overgeleverd aan stemmingswisselingen in politiek en maatschappij. Eind vorige eeuw werden veel jeugdinternaten gesloten. Voor kinderen die uit huis moesten worden geplaatst, was geen plek meer. Begin deze eeuw werd onder druk van de Fortuyn-revolte weer gekozen voor de harde aanpak. Jongeren die een misdrijf hadden gepleegd, kwamen in dezelfde instelling terecht als bijvoorbeeld meisjes die uit huis werden geplaatst om ze uit het loverboycircuit te houden. Ook gingen de inrichtingen steeds meer op een volwassenengevangenis lijken: hogere muren, prikkeldraad. Er werd in tien jaar tijd ruim twee miljard euro uitgegeven voor bouw en exploitatie van jeugdgevangenissen.

Naar aanleiding van kritische krantenartikelen begon de Tweede Kamer zich te roeren. Onschuldige kinderen zitten tussen echte criminelen, riep het parlement. Een vernietigend rapport van de inspectie over de Justitiële Jeugdinrichtingen deed in 2007 de rest: de klok moest teruggedraaid. Vanaf 1 januari 2010 zouden in het hele land de jonge misdadigers weer worden gescheiden van de probleemjongeren voor wie even geen plek is. Maar juist deze week stuurde minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) een brief naar de Tweede Kamer waaruit blijkt dat probleemkinderen zonder strafblad uit plaatsgebrek elders toch in jeugdgevangenissen mogen worden opgesloten. Het is de onvermijdelijke golfbeweging van de publieke opinie, zegt psycholoog Loek Dijkman berustend. „De maatschappij wil elk risico uitbannen. Als je kinderen inmetselt of levenslang geeft, heb je natuurlijk geen recidive.”

Eerder ingrijpen

Maar als de gevangenis niet helpt, hoe voorkom je dan dat jongeren er terechtkomen? Een van de nieuwe mantra’s is: eerder ingrijpen. De overheid ontwikkelt een 12-min-beleid. Gedragswetenschappers roepen om steeds vroegere screening van kinderen die met de politie in aanraking zijn geweest. Psychiaters wijzen op het hoge percentage gedragsstoornissen onder jeugddelinquenten en durven weer te zeggen dat afwijkend gedrag ook aangeboren kan zijn. Eerder behandelen dus. Maar werkt dat? Laten we de justitiële keten eens terugvolgen. Vanuit de gevangenis via de forensische dagbehandeling naar het vroegtijdig signaleren van kinderen beneden de 12 jaar met gedragsproblemen.

Eerst de cijfers. De criminaliteit in Nederland daalt al een aantal jaar, vorig jaar met 4 procent. Ook bij de jeugd daalt het aantal veroordelingen. Voor het eerst in deze eeuw is in 2008 het aantal zaken tegen minderjarige verdachten met 6 procent afgenomen, meldt het Openbaar Ministerie.

Er is ook minder goed nieuws: een hardnekkige kern wordt op steeds jongere leeftijd steeds gewelddadiger, zeggen justitie, politie en hulpverleners. Een groot deel van de pubers die met het jeugdstrafrecht in aanraking komen, blijkt al opvallend gedrag te vertonen als ze jonger zijn dan twaalf. Vaak hebben ze zelf te maken gehad met geweld. Ze verkeren in nood. Of ze hebben een gedragsstoornis. Vroege opsporing en behandeling kan voorkomen dat deze kinderen later in de gevangenis belanden. Dat is humaner én goedkoper, zeggen veel professionals. Een gevangene kost per jaar, exclusief behandeling, anderhalve ton.

Dat is bijvoorbeeld de mening van jeugdpsychiater Theo Doreleijers. Hij werkt bij De Bascule, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In zijn oratie in Leiden pleitte hij in mei voor vervanging van het jeugdstrafrecht (van 12 tot 18 jaar) door adolescentenstrafrecht (van 16 tot 23 jaar). „Het beleid van Justitie is conservatief”, zegt Doreleijers. Agressie hoort bij de natuur en de cultuur. Jongetjes moeten nu eenmaal vechten. „Je moet kinderen alleen opsluiten als ze echt gevaarlijk zijn. De rest is uitstekend met psychiatrische dagbehandeling te helpen.” Neem een voorbeeld aan Noorwegen. Daar zijn vrijwel alle jeugdgevangenissen gesloten en behandelt men alleen nog met gezinstherapie. Met resultaat.

Doreleijers gaat nog een stap verder. Het VU Medisch Centrum is tien jaar geleden begonnen met het systematisch volgen van 350 kinderen beneden de 12 jaar, die door de politie waren opgepakt. „In mijn forensische praktijk was mij opgevallen dat ernstige klanten van 16 of 17 jaar oud een dossier hebben dat al begint op hun vijfde, zesde, zevende jaar. De helft van die kinderen heeft een psychiatrische stoornis en daar weer de helft van wordt later een flinke crimineel. Maar met dat gegeven deden we niks. Er is nu meer aandacht voor de jongste crimineeltjes. Ook wordt er meer onderzoek gedaan naar de biologische kenmerken van grensoverschrijdend gedrag.” Veel jongeren hebben naast een gedragsstoornis ook autisme of ADHD. Zij lopen extra risico, omdat de prikkels in de maatschappij zijn toegenomen. „Als ze niet in een beschermd gezin wonen, ontsporen ze eerder.”

Doreleijers wil kinderen al op jonge leeftijd door de politie laten screenen. Hij vindt dat geen criminalisering. „Je doet het alleen bij kinderen die een signaal afgeven dat er mogelijk iets ernstigs aan de hand is.” Vroegtijdig ingrijpen houdt kinderen uit de gevangenis, is zijn stellige overtuiging.

Dagbehandeling

Dagbehandeling in plaats van opsluiting dus. Heeft dat dan wel effect? In de zeven jaar dat Erik Jongman als psychotherapeut bij de forensische polikliniek van De Bascule werkt, is het aantal patiënten enorm gestegen. „Zeven jaar geleden had ik nauwelijks Marokkanen. Die werden toen als onbehandelbaar beschouwd.” Jongman ziet wel wat in vroege screening. „Ernstige gedragsproblemen zijn vaak blijvend. Kinderen worden steeds jonger gewelddadig. Ik krijg hier meer kinderen van elf, twaalf jaar. Ze identificeren zich sneller met geweld. Je zin krijgen, macht hebben is besmettelijk. Ze spiegelen zich aan de gangs in Amerika.” In Amsterdam leggen enkele honderden probleemgezinnen de hele hulpverlening plat.

Tachtig procent van de jongeren die bij Jongman komen, moet zich van de rechter laten behandelen. Komen ze niet, dan gaan ze de cel in. De meesten zijn 15, 16, 17 jaar oud en veroordeeld wegens geweldsdelicten: straatroof, bedreiging, vechtpartijen. Het merendeel heeft een psychische stoornis. „Bij een gedragsstoornis ga je over een grens heen, je bent impulsief, roekeloos en opportunistisch.”

Het moeilijkst is die jongeren eerlijk naar zichzelf te laten kijken. „Marokkanen willen bijvoorbeeld niet met hun handen werken. Maar hun IQ is vaak laag. Ze hebben een heel verkeerd zelfbeeld. Dat moet je ze voorzichtig vertellen. Het kost veel tijd om ze te laten snappen wat hun beperking is, bijvoorbeeld hun lage intelligentie. Ik moet hun handicap bespreekbaar maken. Agressie is zo’n handicap.”

Geneest er weleens iemand? „Genezen is een groot woord. Ik kan het hanteerbaar maken. Ik begin niet bij hun stoornis, maar bij hun gedrag. Ik bied ze een andere optie.” De meeste jongeren komen uit gezinnen die van generatie op generatie in de problemen zitten. Bij een op de drie gaat het fout, zegt Jongman. „Wonderlijk genoeg gaat het bij twee op de drie kinderen dus goed. Daar spelen biochemische factoren een rol. Zij hebben gewoon het geluk dat ze genetisch beschermd zijn tegen die extreme impulsiviteit.”

Soms staat Jongman machteloos. Een jongen uit een pleeggezin die al op zijn achtste een psychose had, heeft hij niet kunnen helpen. „Hij had nauwelijks realiteitsbesef. Hij heeft op zijn zeventiende heel ernstige geweldsdelicten gepleegd. Voor mij was hij onbehandelbaar. Hij zit nu in de gevangenis.”

Na aandringen wil Jongman wel een succesverhaal vertellen. Hij had een Surinaamse jongen die in een heel heftige bende in de Bijlmer zat. „Die is nu iets van zijn leven aan het maken. Hij heeft zijn vmbo afgemaakt. Ik heb de relatie met zijn moeder ontward. Hij was heel hard en dwingend. Ik heb zijn goedheid aangeboord. Hij kan nu zijn weg vinden.”

Een jeugdbende in de Bijlmer? Stanley haalt zijn schouders op. We spreken elkaar op een bankje bij metrostation Amsterdam-Gein, waar hij woont. Hij wil absoluut niet met zijn echte naam in de krant. „In Nederland heb je geen jeugdbendes”, zegt hij. „De politie zit je hier veel te dicht op je huid.” Maar agressief was hij zeker.

Stanley is nu 22 jaar en clean. Hij is van Surinaams-Nederlandse afkomst. Zijn stiefvader had ‘losse handjes’, zijn oudere broer was psychotisch door de drugs en extreem gewelddadig. „Ik was dus ook van jongsaf aan een vechtersbaas.” Dat leidde al vroeg tot dealen, straatroof en mishandeling. Zijn eerste gevangenisstraf kreeg hij op zijn zestiende. Toen hij vrijkwam, merkte hij tot zijn verrassing dat zijn ‘straatwaarde’ was gestegen. „Als je gezeten hebt, krijg je aanzien.” Hij werd al snel weer opgepakt. „Ik had mijn broer met een mes bewerkt. Het was een angstdaad. Hij was gevaarlijk.”

Stanley kreeg zeven maanden en had ‘een leuke tijd’ in de gevangenis. Daarna moest hij zich verplicht laten behandelen. Zo kwam hij bij Erik Jongman terecht. Daar leerde hij hoe hij met zijn familie moest omgaan. Hij maakte zijn school af. Wat hem geholpen heeft, zegt hij, is dat hij slimmer is dan de rest. Hij doet een hbo-opleiding en wil psychologie gaan studeren. „Ik wil zelf psychotherapeut worden. Ik ken die jongens. Ik snap de taal van de straat.”

Stanley is al vroeg met geweld in aanraking gekomen. Wat agressie met een kind doet? „Je ego wordt vernietigd. Je krijgt een blauwe plek op je ziel. Uit woede ga je terugdoen wat jou is aangedaan.” Klinkt hier de therapeut nog door? Is geweld afzweren moeilijk? „Ja. Mijn straatwaarde is gedaald. Dat is een bittere pil. Maar criminaliteit kost je veel. Het brandt je op. Je wordt een schaduw van de maatschappij.”

Screening

Eerder ingrijpen dus. Is er al ervaring met vroeg screenen? De politie in Gouda hanteert een zwarte lijst met 45 kinderen onder de twaalf jaar, die crimineel gedrag vertonen of overlast veroorzaken. Psychiater Doreleijers wil de grens van het jeugdstrafrecht optrekken van 12 naar 16 jaar. In Gouda wil de politie die grens juist naar beneden hebben. „Als je 12-minners nu niet aanpakt, creëer je een probleem voor de toekomst”, zei de Goudse politiecommissaris Pattijn onlangs in NRC Handelsblad. Het ministerie van Justitie ziet niets in de strafrechtelijke vervolging van 12-minners. Maar screening vindt al plaats.

Hoe dat werkt, is te zien bij de politie van Arnhem. Hier ontwikkelde men ProKid, een databestand voor kinderen beneden de twaalf jaar die zelf of van wie de ouders met de politie in aanraking zijn gekomen. Het koppelt incidenten met kinderen aan politiegegevens over hun familie en deelt de kinderen op grond daarvan in in risicozones. De politie in de regio Gelderland-Midden werkt er al twee jaar mee.

ProKid is bedacht door orthopedagoog en gerechtelijk deskundige Jacqueline Wientjes. Zij verbaasde zich erover dat de politie in Arnhem geen belangstelling had voor kinderen beneden de twaalf jaar. Die waren van de Jeugdzorg. Maar wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat afwijkend gedrag op jonge leeftijd een voorbode kan zijn van criminaliteit. Met dat gegeven deed de politie niets. Immers: wie heeft er in zijn jeugd nooit gejat, gerookt of gevochten? Normale kwajongensstreken en daarmee basta.

Wientjes maakte een checklist van ‘risicogedrag’: roken, alcohol- of drugsgebruik, rondhangen, spijbelen, pesten, vechten, vernielen, diefstal, dierenmishandeling, liegen en nog zo wat. Kinderen die binnen een jaar meer dan vier van deze gedragingen vertonen, maken een grote kans opnieuw met de politie in aanraking te komen, blijkt uit onderzoek. „Roken en dierenmishandeling blijken een zeer goede voorspeller voor later crimineel gedrag”, zegt Wientjes. Ook zij benadrukt niet te willen criminaliseren, maar kinderen in nood op tijd hulp te kunnen bieden.

ProKid werkt zo: als een kind onder de 12 jaar bij de politie belandt, wordt het opgenomen in het databestand. Als er vervolgens een jaar lang geen nieuw incident plaatsvindt, dan verdwijnt het kind weer uit de computer. Zo voorkom je stigmatiseren wegens, laten we zeggen, het eenmalig jatten van een rolletje drop. Gaat het binnen een jaar opnieuw mis, dan blijft het kind genoteerd. „Zo kun je zien welke kinderen later de harde kern gaan vormen”, zegt Wientjes. De helft van de kinderen die zo worden opgespoord, blijkt niet bekend te zijn bij Jeugdzorg. Met ProKid kan de politie aan Jeugdzorg een completer beeld geven van een kind, waarna sneller en effectiever kan worden opgetreden. Het doel is de kindermisdaad terug te dringen, zodat je uiteindelijk alleen de harde kern overhoudt.

Een voorbeeld. Een jongetje van 11 jaar werd in 2004 opgepakt na een gewapende overval en tasjesroof. Een eenvoudige koppeling aan de politiegegevens over zijn woonadres toonde dat zijn familie een track record had van winkeldiefstal, geweld, bedreiging, ontucht met minderjarigen, joyriding, diefstal, mishandeling en burenruzie. Als je deze gegevens bekijkt, zegt Wientjes, kan het geen verrassing zijn als die jongen het criminele pad opgaat.

Jeugdzorg Arnhem is blij met ProKid, zegt hulpverlener Brecht Dorenbosch. „Er is een categorie mensen die niet makkelijk om hulp vraagt. Via ProKid krijgen wij dat soort families eerder in beeld.” Zijn mensen wel blij met die bemoeizucht? „Ze zijn vaak bang dat we ‘de kinderen komen weghalen’. Maar we maken zelden mee dat mensen zelf niet snappen dat er iets aan de hand is.” Is het geen stigmatisering? „Nee. Als je er niet omheen draait, zijn de meeste families opgelucht dat je komt.” Criminalisering? „Nee. Mensen zijn niet gek. Ze merken meteen of je met een open blik komt. Wij zijn geen verlengstuk van de politie. We werken samen en dat gaat steeds beter. Maar zachte heelmeesters zijn we niet.”

De cijfers van politie Gelderland-Midden over de afgelopen twee jaar tonen een lichte daling in politiecontacten van kinderen beneden de twaalf jaar. Maar het is te vroeg om conclusies over de effectiviteit van ProKid te trekken. Het ministerie van Justitie is enthousiast en heeft het systeem dit jaar in vier politieregio’s overgenomen. Pakt dat goed uit, dan zal ProKid over een jaar landelijk worden ingevoerd.

Voorkomen is beter dan genezen. „Het is goed dat je niet uitsluitend met juridische middelen reageert op kinderen die opvallen wegens vreemd gedrag”, zegt psycholoog Loek Dijkman van Teylingereind. „Want met kinderen die delicten plegen, is altijd wat mis: in hun hoofd of in hun opvoeding.”

Vroeg screenen, mits het zorgvuldig gebeurt, kan effect hebben, zeggen professionals. Maar ook dit is niet zaligmakend. Jeugdzorg kan ingrijpen, maar kan de opvoeding niet totaal overnemen van falende ouders. De spiraal van armoede en achterstand blijft moeilijk te doorbreken. Dus zal de slinger heen en weer blijven gaan tussen behandelen en opsluiten. Al naar gelang het politiek en maatschappij belieft.

Carola van twaalf

Met Jeugdzorg Arnhem op huisbezoek bij de ouders van de twaalfjarige Carola. Zij is via ProKid bij jeugdzorg Arnhem beland. Ze kwam met de politie in aanraking wegens diefstal op school en bij vriendinnetjes. Ook was ze voor oudere buurtjongens uit de kleren gegaan en gefotografeerd. Het gezin woont in de Arnhemse achterstandswijk Malburgen. Moeder komt uit een kampersfamilie en heeft drie kinderen van drie vaders. De oudste is uit huis geplaatst, de jongste is zwakbegaafd. Met haar eigen vader, drugsverslaafd, heeft Carola geen contact. Haar stiefvader kreeg eerder een huisverbod van tien dagen na het gebruik van geweld. Inmiddels zijn er trouwplannen.

De woonkamer staat propvol porseleinen beeldengroepen. De televisie staat aan. Stiefvader, halflange krullen, baardje, oorringetje, kruis op de borst: „’t Is rustiger nu. We praten meer met elkaar. Vanwege de kinderen. Ze moeten regelmaat hebben.”

Vroeger zwierf Carola altijd buiten. „Maar nu laten we haar niet meer los”, zegt haar stiefvader. Carola zit sinds kort op de naschoolse opvang. Het gaat nu goed op school, zegt moeder. Maar ze is wel hondsbrutaal, klaagt stiefvader. Ze doet alles met een lang gezicht.

Met zijn eigen vader heeft hij gebroken. Dat was een bajesklant. „Dat is geen goeie opa voor mijn kinderen.” Ook moeder heeft „heel wat criminelen in de familie”. Dorenbosch van Jeugdzorg: „De vorige keer zei je: ‘ik zie haar op d’r veertiende al met een dikke buik lopen’. Denk je dat nog steeds?”

„Je ziet haar wel groot worden”, zegt stiefvader. „Dat vind ik prachtig. Maar ze wordt een risicofactor voor de buitenwereld. Ik moet haar beschermen en in de gaten houden. Gaat ze de prostitutie in of aan de spuit, dan word ik pislink. Maar uiteindelijk doe je er niks aan.”