'Wij moeten ongelooflijk op de bok zitten'

Zij probeert in deze crisis soepel te zijn. Maar soms is eurocommissaris Neelie Kroes bij staatssteun onverbiddelijk. Anders glijdt Europa af naar protectionisme, naar de jaren dertig.

Neelie Kroes telefonerend thuis in haar tuin in Wassenaar. Foto’s NRC Handelsblad, Vincent Mentzel, en AFP en Reuters Neelie KROES (1941) Nederlandse politica. Europees Commissaris Mededinging. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Wassenaar, 5 juli 2009 Mentzel, Vincent

Op de tiende verdieping van het Berlaymont-gebouw in Brussel, hoofdkantoor van de Europese Commissie, zitten vier eurocommissarissen met hun naaste medewerkers. Elk heeft een gang.

Op de gang van Neelie Kroes is het koud. De 67-jarige Commissaris Mededinging houdt van ramen open. Typisch Nederlands, net als verjaarskalenders. ’s Winters lopen hier secretaresses met truien aan. Het is warmer in de buurgang, van de Belg Louis Michel (Ontwikkelingssamenwerking), waar verhuizers Afrikaanse kunst wegdragen omdat hij Europarlementariër is geworden.

Nog iets bijzonders met de gang van Kroes: er zitten tussendeuren in, met digitale sloten. Hier bevindt zich gevoelige informatie. Bijvoorbeeld over kartels van bedrijven die prijsafspraken maken. Farmaceuten liggen onder de loep. Deze week kregen energiebedrijven E.ON en GDF Suez samen 1,1 miljard euro boete. Microsoft, Heineken en Intel gingen hen voor. Op zulke dagen begroet Kroes bezoekers met de woorden: „Weer miljoenen voor Europa verdiend vandaag! U weet dat dit geld wordt teruggestort naar de lidstaten?”

Staatssteun was een relikwie uit de jaren zeventig. Nu, door de crisis, melden zich weer regeringen die nationale bedrijven overeind willen houden. Regeringen proberen regels op te rekken die ze destijds zelf hebben opgesteld. Brussel moet alle verzoeken beoordelen. Het kan om verkapt protectionisme gaan, wat kan leiden tot een wedloop van landen die elkaar kapot concurreren.

Kroes probeert soepel te zijn. Maar soms verkoopt ze keihard nee. De Duitse Commerzbank moest grote delen afstoten. Royal Bank of Scotland staat sanering te wachten. Vorig jaar stelde Kroes richtsnoeren op: hoe regeringen banken konden redden. Nu maakt ze richtsnoeren over hoe de regeringen zich moeten terugtrekken – na uiterlijk vijf jaar.

Dit is een cruciaal moment voor Europa. Als premiers en ministers haar niet omver kunnen blazen, bellen ze haar baas, Jose Manuel Barroso. Dat levert schitterend drama op. Maar Kroes kan er weinig over zeggen, behalve in algemene termen. Daarbij traineert het Parlement Barroso’s herbenoeming en wil Kroes dit werk, al is ze VVD’er, nog vijf jaar doen. Ook redenen om discreet te zijn.

Ze zit in mantelpak voor een schilderij met grote bloemen en drinkt koffie uit een kartonnen afhaalbeker.

Komen we al uit de crisis?

„We zijn er nog niet. Moeilijk te zeggen wanneer we eruit komen. Economie is emotie. Véél emotie. Er is nog geen vertrouwen bij banken of andere sectoren. Iedereen is terughoudend met investeringen. Krediet is moeilijk te krijgen. Mensen nemen geen risico. Velen denken: ik blijf op mijn handen zitten. Dat is een vicieuze cirkel. Voor je herstel ziet, moet eerst de bankwereld gezond zijn. Zover is het niet. Bij banken is men vaak meer met zichzelf bezig dan met het oplossen van het probleem.”

Met zichzelf?

„Ja. Het bredere plaatje interesseert ze minder. Er zijn initiatieven voor bad banks, maar het duurt een tijd eer dat zijn beslag krijgt. Mij blijft verbazen dat sommige bankiers de ellende blijven ontkennen. Die wijzen naar de buurman en zeggen: ‘Ga daar maar kijken.’ Vorige week heb ik een hard verhaal gehouden voor bankiers in de City. Sommigen zág je verkrampen. Er waren er die na afloop zeiden: je hebt een punt. Anderen probeerden eruit te zwemmen.”

U zei dat overheden zich uiteindelijk uit banken moeten terugtrekken, want overheden zijn geen banken. Kranten schreven: Brussel wurgt de City.

„Cijfers tonen aan dat er geen geld is voor een tweede ronde bail-outs en dat sommige banken nauwelijks levensvatbaar zijn. Die moet je herstructureren, niet kunstmatig in leven houden.”

De crisis is níét over?

„We krijgen nog ellende in veel sectoren. We hebben de auto-industrie en Duitse warenhuizen gehad. Dat gaat door. Maar ik ben optimistisch van nature. Wat we moeten doen, is onze mindset veranderen.”

Wie?

„Iedereen. Van boardroom tot keukentafel. Anders dan de VS heeft Europa het sociale vangnet. Een groot goed. Maar daardoor komt minder hard door wat er aan de hand is. Kijk naar Duitsland. Daar zijn in september verkiezingen. De vraag rijst: kunnen we zoveel banen op de tocht zetten?”

Dat is lastig voor u.

„Natuurlijk. Ik kon uitleggen waarom er zoveel geld naar de banken moest: die zijn de bloedsomloop van de economie. Zelfs demonstrerende Poolse scheepsbouwers begrepen dat. Die vroegen: waarom staat u kapitaalinjecties in de banken toe en niet in onze werven? Maar als de auto-industrie ook staatssteun krijgt…”

…valt het niet uit te leggen?

„Die werven moeten commercieel renderend gemaakt worden. Net als autofabrieken. Als wij enkel cheques uitschrijven om overcapaciteit in stand te houden, laten we de kans lopen om die industrie te saneren, toekomst te geven. Dus blijft het probleem doorzieken. Dat is anders in de VS: daar heerst keihard realisme, met grote consequenties.”

Is dat beter?

„Nee.”

Duidelijker.

„Ja.”

Pascal Lamy, de baas van de WTO, waarschuwde in deze krant tegen protectionisme. Diezelfde week redden de Duitsers Opel.

„Opel is er nog niet door in alle landen. Regeringen kunnen niet een fabriek openhouden puur om het openhouden. Er moet een businessplan aan ten grondslag liggen. Ik heb tegen Parijs gezegd: je kunt niet zomaar steun geven. Het móét op commerciële basis.”

Parijs: dat was toen president Sarkozy Peugeot en Renault steun beloofde, mits er geen Franse ontslagen vielen?

(Zoekt woorden) „In algemene zin is het niet moeilijk om protectionisme te stoppen. Dan is iedereen het met je eens: ‘Natuurlijk doen wij niet aan protectionisme, dat is slecht.’ Tot het eerst concrete geval zich voordoet. Dan wordt het wel moeilijk.”

Ziet u parallellen met de jaren dertig: protectionisme, politiek populisme?

„Als we niet opletten, ja. Daarom moeten we ongelooflijk op de bok zitten.”

Vervolg Kroes: pagina 14

‘Mensen, wakker worden! Europa is geen bedreiging’

Vervolg Kroes van pagina 13

We moeten uitleggen, zegt Kroes, dat „als we de euro en de interne markt niet hadden, de ellende veel groter was geweest.”

Dankbaar werk: de voordelen van Europa uitleggen!

„De vraag is niet of het leuk is of niet. Het moet.”

Nationale politici vertellen een ander verhaal.

„Ja. En gaan de nieuwe Europarlementariërs het standpunt van hun land verkondigen of zien ze ook Europese belangen? Het is een godswonder wat we in Europa bereikt hebben. Maar een godswonder is niet voldoende om door de crisis te komen.”

Doelt u op Wilders?

„Onder meer. Het risico bestaat dat je in het Parlement een groot gevecht krijgt over oneliners in plaats van inhoudelijke debatten.”

Oneliners als ‘Europa is geldverspilling’?

„Een lijst vol.”

Confronteert u nationale politici daarmee? Zoals minister Bos (Financiën, PvdA), die eurosceptisch stemt maar in Brussel diverse zaken Europees wil regelen?

„Daar komen ze niet uit, hè. Ik herinner me een SP’er die zei: ‘Er zijn 170.000 Europese ambtenaren.’ Ik zei: ‘Beste mensen, het zijn er 32.000, voor alle commissarissen, alle landen, alle departementen.’ Die man telde God en Gerrit mee! Hij gebruikte een getal dat hem uitkwam. Zo kan ik het ook! Zo krijg je een discussie op het niveau van een vierjarige.”

Waarom slaat de Commissie niet van zich af?

„Wij kunnen zeggen: ‘Europa is goed voor de consument’, maar dat levert geen regel in uw krant op.”

Ah, hebben de media het gedaan?

„Ik verwijt de media niets. Ik heb alleen verwijten voor diegenen die in Brussel besluiten nemen en voorstellen doen, dan terugkeren naar hun hoofdstad, en doen alsof ze van niets weten.”

U bent veel op tv.

„Bewust. Het is modieus om Europa stom te vinden. Eerst deed ik alleen bijeenkomsten met advocaten, om te vertellen wat mijn beleid is. Zij hebben ermee te maken. Later ging ik ook naar bedrijven. Multinationals kwamen hier op de koffie maar het midden- en kleinbedrijf kwam minder. Terwijl we bezig waren met de herziening van de staatssteunregels die voor hen belangrijk was. Nu houd ik ook verhalen voor burgers. ‘Mensen, wakker worden! Brussel is geen bedreiging!’ Ik leg uit dat de Commissie het management is, dat besluiten uitvoert van de ministers. Zíj zijn de raad van commissarissen. We kunnen proberen hen te sturen, maar uiteindelijk zijn zij heer en meester. Dat merken we aan alle kanten.”

Waaraan?

„Eh, dat er geen Europees patent is. Sommige landen blokkeren dat.”

Komt er na de crisis meer of minder Europa?

„Er is geen weg terug. De crisis biedt een unieke kans om door te pakken. Of we die grijpen? Er is een wisseling van de wacht in de Commissie. Er is onzekerheid over het Lissabonverdrag, dus over de toekomstige relatie tussen regeringen, Parlement en Commissie. Dat werkt vertragend. Neem de regulering in de financiële sector. Dat is nodig. Het moet Europees. Mijn collega Charlie McCreevy (Interne Markt) komt dit najaar met voorstellen. Als u en ik het alleen voor het zeggen hadden, zouden die een slag steviger zijn. Nu zit het compromis er al een beetje in. Zo zit politiek in elkaar.”

Gaat McCreevy niet ver genoeg?

„Neenee! Ik bedoel: we weten allemaal dat het steviger zou moeten met die wetgeving. Maar de politieke realiteit is anders.”

Europese politiek is compromissen sluiten?

„Ja.”

Wat vindt u het leuke aan dit werk?

„Dat je in deze belangrijke fase van Europa in de keuken staat. Meedenkt. Meepraat.”

En minder leuk?

„Dat ik soms politiek water bij de wijn moet doen.”

Ook inzake staatssteun?

„Nee, niet in mijn besluiten, meer als lid van de Commissie.’’

U heeft de staatssteunregels toch versoepeld?

„Nee! De principes staan recht overeind. Alleen in de toepassing ben ik tijdelijk flexibeler. Het is buiten zwaar weer, dan moet je het raamwerk flexibeler maken. Anders draait de hele machinerie in de soep.”

Hoe gaat het verder met de banken?

„Dit wordt het moment van de waarheid. Men draait soms niet het tempo dat ik wil. Sommige banken moeten geherstructureerd worden. Je moet niet over een paar jaar dezelfde crisis terugkrijgen. Mijn doemscenario is dat mijn kleindochter mij later vraagt: ‘Heb je alles gedaan wat je kon?’ En dat ik zeg: ‘Een klein beetje maar’.”

U botst soms met Den Haag.

„Dat hoort bij deze baan. Geen voorkeursbehandelingen. Nooit. Wouter Bos heeft moeilijke dossiers, maar ook die worden door de tijd niet opgelost.”

Wilt u aanblijven als eurocommissaris?

„Dat bepaalt de Nederlandse regering, niet ik.”

Wilt u het?

„Deze post, en geen andere.”

Uw nieuwe directeur-generaal wordt een Nederlander. Kan dat, twee Nederlanders die een departement leiden?

„Wilt u even aangeven waar dat staat, dat het niet kan? Ik vind het nergens, dat de directeur-generaal uit een ander land moet komen dan de commissaris.”

Misschien is het een ongeschreven regel.

„Barroso wil terugkeren op zijn post. Waarom kan ik dat niet willen?”

Mensen vragen soms: zijn alle Nederlandse vrouwen zo koppig als Kroes?

„Hahaha! Het moet verdomd lastig zijn voor u om in Brussel te wonen.”