Vertrouw alleen op je eigen team

Zijn tenen vroren eraf tijdens een levensgevaarlijke bergexpeditie.

Toch blijft Wilco van Rooijen klimmen. „omdat ik wil leven.” 

Op zijn visitekaartje staat beroepsavonturier. Wilco van Rooijen (41) leidde vorig jaar een expeditie naar de top van de K2 in Pakistan. De berg wordt wel beschouwd als de gevaarlijkste ter wereld. De afdaling werd een tragedie. Elf klimmers kwamen om. Zelf was Wilco van Rooijen drie dagen vermist. Onverwacht dook hij toch weer op. Zijn tenen waren bevroren en moesten worden afgezet. De expeditie werd wereldnieuws. Hij schreef er een boek over. Er is een tv-documentaire gemaakt die komende maand op Discovery Channel wordt uitgezonden en volgend jaar volgt een bioscoopfilm. Intussen geeft Van Rooijen lezingen, vooral aan bedrijven, over wat je kunt leren van avonturen als deze. En hij klimt alweer.

Er is wel veel belangstelling, niet?

„Dat is het wrange aan dit verhaal. Een succes had een klein stukje in de krant betekend. Maar nu is de hele wereld geïnteresseerd. Van CNN tot BBC en Al Jazeera en de New York Times. Ik had dit met welke mediacampagne ook nooit voor elkaar gekregen. En die tenen, hè. Iedereen begint erover. Het gaat mensen vaak niet om het klimmen. Het gaat om die tenen.”

U heeft een verschrikkelijke ervaring gehad. Waarom gaat u door?

„Het kortste antwoord is: omdat je wilt leven. Met klimmen kan ik het maximale uit mijn leven halen. Pas bij een grote uitdaging ontwikkel je jezelf. Het is een passie. Ik heb liefde voor mijn vrouw en voor mijn zoontje. Maar de liefde voor deze passie is net zo groot.”

Maar u was bijna dood.

„Met de dood houdt iedere klimmer rekening. Je weet dat er momenten zijn waarop je letterlijk afscheid moet nemen. Er zijn geen vangnetten op die berg. Er kunnen geen helikopters komen. Dus als wij samen op pad zijn en jij kunt echt niet meer verder, dan hebben we een probleem. Want ik kan niet bij jou blijven. Ik heb in 1995, ook op de K2, een ernstig ongeluk gehad. Toen had ik de stekker uit mijn carrière kunnen trekken. Maar blijkbaar zit die liefde zo diep, dat stoppen nooit in me is opgekomen.”

Hoe heeft het op de K2 zo ver kunnen komen?

„Het is niet zo dat mensen grove fouten hebben gemaakt. Er is iets gebeurd waarop de kans verschrikkelijk klein was. Tot op de top was het één groot succes. We staan te bellen met een satelliettelefoon. Het weer is fantastisch. Het nieuws gaat de wereld al over. Je bent in een euforische staat. Je gaat naar beneden. Alles klopt. Naar de touwen toe en inhaken. Maar dan gebeuren een aantal dingen die je in een zwart gat doen belanden. Je staat er volkomen alleen voor. Je weet niet meer waar je bent. Je ziet niets meer. Totale chaos.”

Wat was de precieze oorzaak?

„Een Noorse klimmer was geraakt door vallend ijs. Hij is naar beneden gestort en heeft de touwen in zijn val meegenomen. Terwijl die touwen godsgruwelijk belangrijk zijn. Op de heenweg ben je uren bezig om die dingen op te hangen. Het is bij mijn weten nog nooit gebeurd dat touwen zomaar verdwijnen. Achteraf bleek dat wij zulk sterk touw hadden meegenomen, dat het touw niet is gebroken, maar mee is gerukt.”

Ja, wat doe je dan.

„Als je geen touwen meer ziet, dan ga je twijfelen. Aan de anderen. Aan jezelf. Alle zekerheden zijn weg. Vervolgens werd ik ook nog sneeuwblind. Ik ben toen heel naïef loodrecht naar beneden gegaan. Ik werd bovendien geconfronteerd met drie Koreaanse klimmers die ondersteboven in de touwen hingen, in totale paniek. Dat was een shock van hier tot Tokio. Ik heb één van hen handschoenen gegeven. Verder kon ik niets doen. Ik heb afscheid genomen.”

U moest zelf overleven.

„Je kan niks meer. Je bent niet meer rationeel bezig. Je handelt instinctief, op je onderbewuste.”

Had u op de berg niet de neiging om de strijd op te geven?

„Ik heb maar aan één ding gedacht: ik wil met m’n zoontje in de zandbak zitten. Dit leven kon nog niet voorbij zijn. Leven met mijn zoon, dat moest ik nog meemaken. Misschien heeft dat meegespeeld bij het onbewuste besluit om op die berg niet de knop om te zetten, op te bellen en afscheid te nemen. Misschien gaf mijn ervaring in het klimmen me het vertrouwen dat ik zelfs deze nacht nog wel zou kunnen overleven. Over dat laatste stukje heb je als mens geen kennis meer. Dus dan zeg ik: zou niet juist dat zoontje, of een bovennatuurlijke kracht daarbij een rol hebben gespeeld?”

Gelooft u in zo’n kracht?

„We proberen de wereld te verklaren volgens de wetten van Newton. Maar ik geloof wel dat er meer is dan wij kunnen verklaren. Niet een man met een baard ofzo. Maar er is een kracht die je kunt aanroepen in uitzichtloze situaties. Alleen de natuur kan je dan nog redden. Dezelfde krachten die die berg hebben gemaakt, die ervoor hebben gezorgd dat je in dat krachtenveld terecht bent gekomen, die krachten kunnen er ook weer voor zorgen dat je overleeft.”

Wat heeft u hiervan geleerd?

„Na elke expeditie krijg je andere inzichten. Je gaat elke keer tot de grens en dat is ook de reden waarom bedrijven m’n verhaal willen horen. Want waar die mensen in bedrijven tien jaar over doen, kan ik in één lesje uitleggen.”

Zoals?

„Zoals waarom communiceren zo belangrijk is. Vooraf hadden wij allerlei scenario’s voor communicatie afgesproken. Maar wat tijdens deze expeditie ook is gebleken, is dat mensen al die afspraken overboord zetten als ze aan hun eigen grenzen komen. Want ze zijn maar met één ding bezig: hun eigen lijf redden.”

Wat kunnen bedrijven daarvan leren?

„Het klinkt leuk als bedrijven internationaal opereren. Maar tijdens een crisis hebben ze niks meer met dat buitenland, hoor. Dan willen ze alleen maar hun eigen eilandje redden. Een bedrijf als Heineken zit over de hele wereld als één company. Maar als er geen geld meer wordt verdiend aan bier, dan is er maar één Heineken die overblijft, en dat is Heineken Nederland.”

Dus wat zegt u tegen die bedrijven?

„Ik zeg: vertrouw alleen op je eigen team. Als het slecht gaat, haken mensen die je niet door en door kent als eerste af. Dan word je teruggeworpen op je eigen team. Mensen voelen zich psychologisch veiliger bij een grote organisatie. Dat slaat nergens op.”

Wanneer heb je een goed team? Ben je dan elkaars vrienden?

„Nee. Als ik mensen voor een expeditie uitkies, dan hoef ik dat niet met m’n vrienden te doen. Ze kunnen nu eenmaal niet dat commitment opbrengen om anderhalf jaar lang aan zo’n project te sleuren en je niet te laten afleiden door bullshit zoals geld, een blessure of iets met een vriendin. We hadden drie weken slecht weer. Nou, ga maar eens met je beste vrienden drie weken op een camping zitten met slecht weer. Al na een week loop je gillend weg. Terwijl wíj elke ochtend koffie zaten te drinken met het geloof dat het op één dag beter weer zou worden. En die spirit blijft. Ik hoef niet elke ochtend een motivatiepraatje te houden, hoor. Die jongens zitten daar voor zichzelf.”

Binnenkort weer een beklimming?

„De Mont Blanc. Kijken hoe mijn voeten het houden in de kou.”

    • Arjen Schreuder