Van sprookjes en kunst naar de oorlog en vice versa

A.S. Byatt: The Children’s Book. Bloomsbury, 615 blz. € 18,95. De vertaling komt in januari 2010 uit bij De Bezige Bij.

A.S. Byatt: The Children’s Book. Bloomsbury, 615 blz. € 18,95. De vertaling komt in januari 2010 uit bij De Bezige Bij.

Vergist u zich niet in de titel: The Children’s Book van A.S. Byatt is geen kinderboek. Wel verklapt het fraaie omslag, met blauw, goud, varens en een sieraad van ontwerper Lalique, iets over de inhoud. Byatts ambitieuze nieuwe roman gaat over een pottenbakkersfamilie op de grens van de 19de naar de 20ste eeuw, over de kunst in die periode, over de verkrampte tijd van koningin Victoria, over een periode waarin eenderde van de Londenaren nog te arm was om te overleven.

Tegenover de arme kunstenaarsfamilie staat de welgestelde familie Wellwood, met schrijfster Olive Wellwood als de centrale figuur. Deze Olive, die liever en beter schrijft dan moedert, houdt voor elk van haar kinderen tot diep in hun volwassenheid een eigen sprookjesboek bij. Eén daarvan, dat Olive schreef voor haar mooie maar schuwe natuurkind Tom, wordt aan het eind van de roman, kort voor WO I, in het theater opgevoerd als een gewaagd Engels-Duits toneelkunstwerk met poppen en acteurs. De aanblik van het stuk drijft Tom zelf de zee in. ‘It wasn’t only a fairy story. It wasn’t.’

Byatt moet van begin af aan vastbesloten zijn geweest de vermenging van kunst, politiek en leven in deze roman een rol van betekenis te geven, een vastbeslotenheid die bijna verbeten aandoet. Zij schildert een boeiend, veelbewogen tijdperk in de Britse geschiedenis, waarin zich nu voor ons, als terugkijkenden, al bewegingen aftekenen die later de wereldgeschiedenis zouden doen schokken, maar voor wie toen leefde alleen nog rimpelingen waren.

De armen ploeteren, de rijken vermaken zich met kunst en liefdadigheid. Dame A.S. Byatt (1936) geeft in haar roman een boeiend college Britse (kunst)geschiedenis. Het is een waar genoegen om in Byatts klasje te vertoeven, maar als we even achter de rug van de juf mogen mopperen: er had best wat meer léven in gemogen, meer passie, en ook meer seks. Want veel levens in The Children’s Book worden beïnvloed zo niet volledig bepaald door ongecontroleerde hartstochten, door seksuele misstappen en verboden verslavingen, maar Byatt weet die heftige drijfveren nergens echt voelbaar te maken. Als een klinisch patholoog legt ze ze bloot en wijst ze aan, maar als lezer blijf je er haast onaangedaan onder. Daar staat tegenover dat haar uiteenzettingen over architectuur, kunst en maatschappelijke bewegingen als het feminisme en socialisme, meeslepend werken.

Twee wereldgebeurtenissen kregen van de schrijfster meer passie mee: de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900, en de gruwelen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, waar veel van haar personages, mannen en vrouwen, uiteindelijk bij betrokken raken. Die eerste roltrappen in Parijs, de eerste ondergrondse, voor het eerst de geur van knoflook en kaas, de eerste dieselmotor, Jugendstil en Lalique, de Wiener Werkstätte, we lopen bij Rodin zomaar Oscar Wilde tegen het (verlopen) lijf: wat een heerlijke verbazing, en wat een jaloersmakende verwondering wordt hier tentoongespreid. En anderzijds: wat een genade om buiten die ene Wereldoorlog te zijn gebleven, die van de giftige gassen, de in de modder rottende soldaten, de ratten in de loopgraven. Hier lijkt de pen van de schrijfster woeliger, minder strak te zijn voortbewogen.

De schrijfster ín de roman, Olive Wellwood, houdt de sprookjes strikt geschikt voor kinderen, ook al weet ze dat haar eigen kinderen, bijvoorbeeld, over niets liever lezer dan over ‘bloed tot aan de knieën’ en over enge wrede beestjes omdat die meer op het echte leven lijken. Peter Pan, het kind dat weigerde op te groeien en volwassen te worden, is Olives belangrijkste figuur.

Het is ook de verknochtheid aan jeugd en onschuld die de schrijfster Byatt fascineert. Eén van haar personages wordt in alle zeshonderd bladzijden lang eigenlijk niet een keer wakker uit haar laudanumroes; dat is ook een manier om de niet-sprookjesachtige werkelijkheid van het leven door te komen. Een ander personage is verliefd op x, verlooft zich met y, raakt zwanger van z, en trouwt ten slotte met w – en alles zonder om zo te zeggen haar benen eens flink te spreiden.

Van de veilige, ommuurde Engelse tuin naar de meedogenloze hardheid van het echte leven, en hoe totaal verschillend mensen daarmee omgaan, daar gaat The Children’s Book over.

    • Margot Engelen