Ploeg met 36 roeiers moet zich laten gelden

Voor de Nederlandse roeiploeg begint vandaag in Luzern het eerste toernooi van de waarheid in het post-olympische jaar. Bij de wereldbekerfinale op de Rotsee moeten de routiniers en de talenten van Nederland zich laten zien. Met goede prestaties kunnen ze een WK-ticket (eind augustus in Poznan) en een bevoorrechte NOC*NSF-status verdienen.

„Zelf denk ik nu nog niet in medailles”, liet hoofdcoach René Mijnders in Luzern weten. „Dit is duidelijk een opbouwjaar. Dat laat zich niet vertalen in klinkende munt. Het gaat er mij meer om hoe we er internationaal voor liggen. We moeten competitief zijn. Voorin meestrijden, daar gaat het voorlopig om.”

Bij de Wereldbeker I in het Spaanse Banyoles (mei) en bij Wereldbeker II in München (juni) vervulde Nederland zowel in kwaliteit als in kwantiteit een bescheiden rol. Maar voor Luzern pakt de Nederlandse roeibond (KNRB) flink uit. De ploeg bestaat uit 36 roeiers en drie stuurlieden.

Nederland is vooral goed vertegenwoordigd bij de Achten. Nederland zet liefst drie teams in, bij de mannen, vrouwen en de lichte mannen. Mijnders: „Die laatste discipline is geen olympisch nummer en daardoor internationaal niet zo sterk bezet. Ook kost zo'n boot best een hoop geld. Maar wij zien er nog wel de waarde van in. Het is een kweekvijver voor olympische nummers en bovendien valt in deze klasse bij de WK nog een mooie medaille te verdienen. Ons beleid is: wie niet in Luzern meedoet, roeit in principe ook geen WK. We zien mogelijkheden voor de lichte acht en daarom zijn ze ook hier.”

De mannen Acht ziet er in Luzern vertrouwd uit. Van de ploeg die in Peking als vierde eindigde, is alleen Rogier Blink afgevallen. Na de wereldbekerfinale op de Rotsee sluit ook oud-skiffeur Sjoerd Hamburger zich (weer) aan bij het kansrijke team. „Ik ben benieuwd naar de vorderingen van deze Acht”, besloot Mijnders. „Ze krijgen hier in Luzern zware tegenstand van zo'n beetje alle olympische finalisten. Een mooie test.” (ANP)